1

Niet betalen RSZ, BV, BTW: aansprakelijkheid bestuurder

De programmawet van 20/07/2006 voorziet in een uitbreiding van de bevoegdheden en de aansprakelijkheid van de bestuurders van een vennootschap.

Niet betalen BTW of bedrijfsvoorheffing:

  • Wanneer de BTW of de bedrijfsvoorheffing herhaaldelijk niet betaald wordt, is de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk. Er is een regularisatieperiode voorzien van 1 maand na de aangetekende aanmaning.

Niet betalen RSZ:

  • Wanneer er binnen een termijn van 1 jaar twee maal geen kwartaalbijdragen werden betaald en wanneer geen uitleg gegeven werd over het waarom de RSZ niet betaald werd, kunnen de achterstallige sociale zekerheidsbijdragen gevorderd worden van de bestuurders.
  • Wanneer blijkt dat het faillissement van de vennootschap te wijten is aan een grove fout van de bestuurders, worden zij persoonlijk en hoofdelijk aanpsrakelijk gesteld tot het betalen van achterstallige sociale zekerheidsbijdragen. Er kan tevens een vordering ingesteld worden aan de bestuurders tot het voldoen van de bijdrageopslagen, verwijlintresten, … wanneer blijkt dat zij een grove fout begingen.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)

 




Hoe kan men de langstlevende echtgenoot bevoordelen bij overlijden in het stelsel van scheiding van goederen?

In een stelsel van scheiding van goederen bestaan er geen mogelijkheden om de langstlevende een groter deel dan de helft van de onverdeelde goederen te geven. Men kan in het huwelijkscontract wel een schenking opnemen. Omdat men hetzelfde resultaat bereikt met een testament als met een schenking buiten het huwelijkscontract om, wordt dit laatste meestal aangeraden. De schenking in het huwelijkscontract is immers niet eenzijdig herroepbaar.
Wat op naam staat van de echtgenoot die eerst overlijdt, wordt geërfd door de kinderen, door de ouders, broers en zusters van de overledene.

Voor de aftrek van de kapitaalaflossingen speelt het huwelijksvermogensstelsel een grote rol. De mede-eigenaars kunnen de aflossingen op hun deel in de lening aftrekken, maar dat deel mag niet groter zijn dan hun deel in de eigendom van de woning.

 

(Bron: brochure Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat)




Opgepast met hotelrekeningen, facturen van seminaries

Zoals U wellicht weet zijn de restaurantkosten vanaf 1 januari 2005 fiscaal slechts aftrekbaar aan 69%.
Dit geldt ook voor de restaurantkosten inbegrepen in hotelrekeningen en facturen betreffende seminaries!!

Een pittig maar duur detail is wel dat wanneer de restaurantkosten niet afzonderlijk zijn gespecificeerd op de hotelrekening of factuur van het seminarie, de volledige factuur van het hotel of het seminarie te beperken is inzake aftrek. In dit geval wordt dus het totale bedrag van de factuur als beroepskost beperkt tot 69%.

Wij vestigen er tevens de aandacht op dat de belastingplichtige moet aantonen dat de kosten die hij draagt het karakter van beroepskosten hebben.

Een bankuittreksel dat uitsluitend een globaal bedrag vermeldt volstaat bijgevolg niet. In dat geval moet een duidelijk gedetailleerde hotelrekening worden voorgelegd.

Vergeet trouwens ook niet dat buitenlandse restaurantkosten vanaf 1 januari 2004 ook onder de aftrekbeperking vallen.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Wat is de verhaalbaarheid van de schulden in het stelsel van scheiding van goederen?

 

  • De schulden aangegaan door een van de echtgenoten individueel, kunnen enkel worden verhaald op de goederen van die echtgenoot. De andere echtgenoot kan niet worden verplicht mee te betalen voor deze schulden en haar eigen goederen kunnen niet aangeslagen worden.
  • Een schuld die de echtgenoten samen aangaan, kan verhaald worden op goederen van beide echtgenoten.

 

(Bron: brochure Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat)




Kan een zaakvoerder zijn privé auto verhuren aan zijn vennootschap?

Krijgt de zaakvoerder dan privé huurinkomsten?

Inderdaad en dat is voor hem privé fiscaal gezien wel interessant. Het huurgeld, dat hij zo van zijn vennootschap ontvangt voor het huren van zijn auto, is fiscaal gezien dan immers een inkomst uit de verhuur van roerende goederen en dus wordt het niet aanzien als een beroepsinkomst. Dus worden hierop ook geen sociale bijdragen betaald…

Wat betekent dat voor de klant? Op het ontvangen huurgeld betaalt hij slechts 15% belastingen. Hij heeft daarnaast ook nog recht op een forfaitaire kostenaftrek van 15%, dus in feite betaalt hij slechts 12,75% belasting (nl. 15% op 85%). Best even nakijken of de werkelijke kosten m.b.t. zijn auto niet hoger liggen dan die 15%. In het voorkomende geval (en dat zal dikwijls zo zijn) mag hij immers gewoon de werkelijke kosten in rekening brengen. Ook kan hij als verhuurder contractueel voorzien dat alle autokosten (onderhoud, brandstof, verzekering …) ten laste zijn van zijn vennootschap.

Wat met de BTW? Door de verhuur van één auto, wordt hij in principe geen BTW-plichtige. Dat werd al meermaals beslist. Bijgevolg moet hij geen BTW aanrekenen op de huur die hij vraagt. De keerzijde is natuurlijk wel dat hij de BTW, die hij zelf betaalt, niet kan recupereren.

Hoe zit dat dan bij zijn vennootschap? Die kan het huurgeld en de andere autokosten wel aftrekken, maar zij moet hierbij wel rekening houden met de aftrekbeperkingen

Wat dan met het privé gebruik? Hetzelfde geldt wanneer de auto van zijn vennootschap zou zijn. De zaakvoerder wordt privé nog altijd belast op een voordeel auto voor zover hij hier privé mee rijdt. De auto wordt immers gehuurd door de vennootschap van de zaakvoerder en die stelt hem dan op haar beurt weer te zijner beschikking om er ook privé mee te rijden. Men kan dus niet waarmaken dat men de auto enkel verhuurt voor het beroepsmatige gebruik.
Waarom niet enkel de beroepskilometers privé doorfactureren aan de vennootschap?

Tip: Maak wel steeds een contractje van verhuur op.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Hoe wordt het vermogen bestuurd en beheerd in het stelsel van scheiding van goederen?

 

  • Het inkomen van elk van de echtgenoten blijft elk van hen.
  • Elk van de echtgenoten heeft de plicht om in evenredigheid tot zijn vermogen, bij te dragen in de kosten van het huishouden.
  • Elk van de echtgenoten kan in eigen naam een lening aangaan, een krediet op afbetaling afsluiten, een woning en/of een grond kopen.

 

(Bron: brochure Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat)




Wat zijn de bewijsregels en eigendomsvermoedens in het stelsel van scheiding van goederen?

De bewijsregels:

  • De goederen die op naam staan van de ene of van de andere echtgenoot moeten niet verdeeld worden, zij blijven toebehoren aan die echtgenoot.
  • Aankopen waarvan geen facturen bestaan, of waarvan men op geen andere manier kan bewijzen dat ze persoonlijke eigendom zijn, worden vermoed voor de helft toe te behoren aan elk van beide echtgenoten.

Wat indien één van de echtgenoten geen inkomen heeft in het stelsel van scheiding van goederen?
In een huwelijkscontract van scheiding van goederen wordt meestal opgenomen dat in dergelijk geval de ene echtgenoot zijn inkomen moet delen met de andere echtgenoot. In de praktijk doet men dat door het overhevelen van gelden van de bankrekening van de man naar die van de vrouw.

 

(Bron: brochure Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat)




Wat met betaalde voorschotten?

Vergeet nooit dat een voorschot steeds dient gefactureerd te worden. De voorschotfactuur dient te worden opgemaakt met aanrekening van BTW.

Wanneer men nadien de afrekening maakt dan is men verplicht melding te maken van alle eerder opgestelde voorschotfacturen.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)

 




Wat is het stelsel van scheiding van goederen?

Naast het wettelijk stelsel bestaat er ook nog het stelsel van scheiding van goederen.

Dit stelsel kent slechts twee vermogens:

  • Het eigen vermogen van de man.
  • Het eigen vermogen van de vrouw.

 

(Bron: brochure Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat)




De EU-verordening inzake sociale zekerheid vanaf 1 mei 2010

Door het feit dat we heel wat “Nederlandse” dossiers behartigen, is, speciaal voor hen, dit artikel belangrijk. Uiteraard is deze EU-verordening voor alle EU-landen van toepassing.

Vanaf 1 mei 2010 veranderen de regels, die bepalen in welk land een internationaal tewerkgestelde werknemer/zelfstandige de bijdragen voor sociale zekerheid betaalt.

De grote principes kunnen als volgt samengevat worden:

  • De zelfstandige is onderworpen aan de sociale zekerheidswetgeving van de lidstaat, waarin hij werkt.
  • De zelfstandige kan maar onder de sociale zekerheidswetgeving vallen van één land.
  • Sociale zekerheidsrechten, die men heeft opgebouwd in een lidstaat, blijven behouden, ook als men niet langer in deze lidstaat woont of werkt.
  • Voor de berekening van de sociale zekerheidsrechten wordt rekening gehouden met de arbeidsprestaties en verzekeringsprestaties in de verschillende lidstaten.
  • Als EU-onderdaan geniet men van dezelfde rechten als de nationale onderdanen.

De belangrijkste wijzigingen:

  • Detacheringen uit of naar het buitenland zijn voortaan tot 24 maanden toegelaten (vroeger was dit slechts mogelijk tot 12 maanden, verlengbaar met een nieuwe periode van 12 maanden).
  • Een werknemer die voor een buitenlandse werkgever werkt, maar voor meerdere lidstaten, en die minstens 25% van de arbeidstijd, vergoeding of omzet presteert in het land waar hij woont, is verzekeringsplichtig in het land van de woonplaats. Indien niet aan deze voorwaarde voldaan is, wordt het land bepaald door het land waar zich het “centrum van de belangen van zijn werkzaamheden” bevindt.
    Vb: Een Belgische werknemer die voor een Nederlandse werkgever werkt, en daarbij één dag per week thuiswerkt, betaalt de Nederlandse SZ-bijdragen. Wanneer hij twee dagen per week thuiswerkt, zijn de Belgische SZ-bijdragen verschuldigd.
  • Indien men werkzaam is als werknemer en als zelfstandige in verschillende landen, dan is men onderworpen aan het sociale zekerheidsstelsel voor de zelfstandigen van het land dat bevoegd is voor de activiteiten van werknemer.
    Vb: Iemand die in Nederland woont en werkt, maar in België een bestuurdersvergoeding krijgt, betaalde vroeger gescheiden SZ-bijdragen: die van het werknemersloon in Nederland en die van de bestuurdersvergoeding in België. Die uitzondering valt nu weg. De Nederlandse werknemer zal ook Nederlandse SZ-bijdragen betalen op zijn Belgische inkomsten als zelfstandige.

De nieuwe verordening trad in werking vanaf 1 mei 2010, maar er is een overgangsperiode van 10 jaar voorzien.
Men kan kiezen om vervroegd in het nieuwe systeem te stappen.  Hiervoor dient een schriftelijk verzoek gericht te worden aan de RSVZ, waarin betrokkene uitdrukkelijk verklaart op de hoogte te zijn van de gevolgen van de wijziging.

U kan dus opteren voor de nieuwe verordening, maar of dit voordelig is, hangt af van de hoogte van de sociale bijdragen en van de sociale bescherming in de verschillende lidstaten. Hierbij kan uw sociale kas zeker helpen.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)