1

Een extra pensioen opbouwen als zelfstandige?

Het wettelijk pensioen van een zelfstandige wordt berekend op basis van het beroepsinkomen en de loopbaanjaren. Daarnaast berekent men ook het minimumpensioen op basis van het aantal jaren dat de zelfstandige heeft gewerkt. Het minimumpensioen voor een zelfstandige met een volledige loopbaan bedraagt heden:

  • 679,96 euro per jaar als alleenstaande of 1.473,33 euro per maand
  • 092,98 euro per jaar als gezinspensioen of 1.841,08 euro per maand

Een volledige pensioenloopbaan telt minstens 45 jaren. De pensioenloopbaan is het totaal van de gewerkte periodes en de gelijkgestelde periodes.

Een inschatting van Uw verwachte pensioen en de pensioendatum kan geconsulteerd worden via Mypension.

Indien u verwacht dat uw wettelijk pensioen onvoldoende zal zijn om in de dagelijkse behoeften te voorzien, dan zal het noodzakelijk zijn om dit pensioen aan te vullen met andere inkomsten of kan u nadenken over de opbouw van een extralegaal of aanvullend pensioen. Wij lijsten enkele van de mogelijkheden op:

 

  • Pensioenopbouw via uw vennootschap:

De premies die uw vennootschap betaalt voor de opbouw van een individuele pensioentoezegging (IPT) zijn fiscaal aftrekbaar binnen de zgn. 80%-grens. Dit aanvullend pensioen wordt pas uitbetaald op de dag dat u met (vervroegd) pensioen gaat.

 

  • Pensioenopbouw via uw eenmanszaak:

Bent u actief binnen een eenmanszaak, dan kan u tevens een aanvullend pensioen opbouwen via een pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ).  De bijdragen die u stort in uw POZ leveren een belastingvoordeel van 30% op, voor zover de 80%-regel gerespecteerd wordt.

 

  • Pensioenopbouw privé:

    • klassieke ‘pensioensparen’: de maximale premie die u jaarlijks fiscaal in mindering kunt brengen, is beperkt tot 990 euro. Het belastingvoordeel is 30%.
    • Lange termijnsparen: het aftrekbaar bedrag is afhankelijk van uw inkomen, met een maximum van 2.350 euro. Ook hier bedraagt het belastingvoordeel 30%.
    • VAPZ: de fiscaal aftrekbare VAPZ-premie bedraagt maximaal 8,17% van uw geïndexeerd netto belastbaar beroepsinkomen van drie jaar terug, met een absoluut maximum van 3.447,62 euro. U kunt een belastingbesparing realiseren en uw sociale bijdragen verlagen doordat uw VAPZ een aftrekbare kost is. Zo kunt u tot 63% van uw premie recupereren!

 

Wenst u meer informatie omtrent deze mogelijkheden dan kan u contact opnemen met uw dossierbeheerder.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 31/03/2022)




Vermijd belastingverhogingen door tijdig uw voorafbetalingen 2022 te organiseren!

Om belastingverhogingen te vermijden, is het noodzakelijk om tijdig voorafbetalingen uit te voeren op uw uiteindelijke belasting. Deze voorafbetalingen zijn niet verplicht maar in het geval u nalaat om deze te organiseren, zal dit aanleiding geven tot niet aftrekbare belastingverhogingen!

Indien uw vennootschap geen voorafbetalingen doet, dan zal de fiscus u een belastingvermeerdering van 6,75% aanrekenen. Bent u zelfstandige (eenmanszaak), dan bedraagt de belastingvermeerdering in de personenbelasting 2,25%.

Er zijn 4 tijdstippen waarop u voorafbetalingen 2022 kan doen:

  • vóór 11 april 2022
  • vóór 11 juli 2022
  • vóór 10 oktober 2022
  • vóór 20 december 2022

Vennootschappen met een boekjaar te paard dienen andere data te respecteren, dewelke zijn afgestemd op de afsluitdatum van het boekjaar.

De betaalde voorschotten geven aanleiding tot een vermindering van de belastingverhoging. Hoe sneller de voorafbetaling, hoe groter de vermindering van de belastingverhoging.

Kleine jonge vennootschappen en starters zijn de eerste 3 boekjaren niet gehouden tot voorafbetalingen indien aan alle voorwaarden wordt voldaan.


Voorafbetaling vennootschappen
:

  • betaal op rekening: BE61 6792 0022 9117 (BIC: PCHQBEBB) van het Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen
  • de gestructureerde mededeling die u moet gebruiken, kunt u aan de hand van het ondernemingsnummer berekenen via deze link.

Meer info vindt u hier.

 

Voorafbetaling personenbelasting:

  • betaal op rekening: BE61 6792 0022 9117 (BIC: PCHQBEBB) van Dienst Voorafbetalingen – Natuurlijke personen
  • met de gestructureerde mededeling die u vindt in Myminfin.

Meer info vindt u hier.

 

Maak dus zo spoedig mogelijk een prognose van de verschuldigde belastingen 2022, zorg voor een voorafbetaling en vermijd op deze manier de aanzienlijke en niet aftrekbare belastingverhogingen. Een eventuele financiering van de voorafbetalingen is voordeliger dan de belastingverhoging en bovendien zijn de intresten van een financiering wel fiscaal aftrekbaar.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 31/03/2022)




Vraag nu de premie ‘Vlaams beschermingsmechanisme 11’ aan!

Vanaf 14 februari t.e.m. 31 maart 2022 (20u) kan je als ondernemer het ‘Vlaams beschermingsmechanisme 11’ aanvragen via de website van VLAIO.
Dat is de Vlaamse premie voor ondernemers die actief zijn in specifieke sectoren en die in het 4de kwartaal 2021 te kampen hebben gehad met omzetverlies vanwege de coronamaatregelen.

De premie bedraagt 10% van de helft van de omzet (excl. btw) in de periode van 1 oktober 2019 t.e.m. 31 december 2019 volgens de ontvangstbewijzen van de btw-aangiftes. Zelfstandigen in bijberoep krijgen 5% steun.

De onderneming moet een omzetdaling van minstens 60% in de periode van 20 november 2021 t.e.m. 31 december 2021 en een omzetdaling van minstens 30% in de periode 1 oktober t.e.m. 31 december 2021 aantonen.

De omzetdaling is exclusief btw en dient te worden bewezen op basis van de ontvangstbewijzen van de btw-aangiftes in de periode van 1 oktober t.e.m. 31 december 2021. Als referentieperiode geldt de overeenstemmende periode in 2019.

Wie verplicht moest sluiten kan voor de sluitingsperiode steun aanvragen zonder een omzetdaling aan te tonen. De steun bedraagt hier 10% van de omzet, gerealiseerd in de periode in 2019 die overeenstemt met de verplichte sluitingsperiode in 2021.

Informatie over de voorwaarden en de aanvraagprocedure kan je terugvinden op volgende linken:

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/02/2022)




Wanneer is een laadpaal voor u 200% aftrekbaar?

Als Uw onderneming een laadpaal koopt vóór 31 december 2022, dan kan deze investering voor 200% in aftrek worden genomen. Doet u de investering pas in 2023 of 2024, dan zal de aftrek nog 150% van de investering bedragen.

De nieuwe wet (art. 64quarter WIB 92, BS 03/12/2021) stelt een aantal voorwaarden:

  • een nieuwe en slimme laadpaal waarbij de laadtijd en het laadvermogen wordt doorgegeven aan een centraal beheerssysteem;
  • afschrijven over minstens vijf jaar;
  • publiek toegankelijk: de laadpaal moet voor iedereen toegankelijk zijn tijdens de normale openings- of sluitingstijden van uw onderneming;
  • verplichte registratie: u moet de laadpaal laten registreren bij de FOD Financiën en op deze website. Op die manier weten derden dat ze uw laadpaal kunnen gebruiken.

Indien er toepassing gemaakt wordt van de verhoogde afschrijving zal er geen combinatie mogelijk zijn met de investeringsaftrek van 25% (tot 31/12/2022).

Koopt de onderneming een laadpaal voor “eigen” gebruik, dan zal u geen aanspraak kunnen maken op de verhoogde kostenaftrek van 200% of 150%. Uw investering zal dan in principe voor 100% aftrekbaar zijn aangezien de aftrekbeperking voor autokosten niet geldt, en er kan genoten worden van de investeringsaftrek indien er “uitsluitend” beroepsmatig gebruik kan worden aangetoond.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/02/2022)




Wijziging ficheverplichting voor onkostenvergoedingen vanaf 2022!

Ondernemingen die forfaitaire en werkelijke onkostenvergoedingen van werknemers en bedrijfsleiders toekennen of terugbetalen, mogen deze als aftrekbare beroepskost ingeven, op voorwaarde dat deze op de fiscale fiche 281.10 (werknemers) en/of fiche 281.20 (bedrijfsleiders) worden vermeld.

Een recente wetswijziging verruimt nu de huidige rapporteringsverplichting voor vergoedingen betaald vanaf 1 januari 2022. Zowel voor terugbetalingen aan werknemers (fiche 281.10), als aan bedrijfsleiders (fiche 281.20), zal voor elke kostenvergoeding toegekend vanaf 1 januari 2022, al dan niet forfaitair bepaald, het werkelijke terugbetaalde bedrag vermeld moeten worden.

Afhankelijk van het type onkostenvergoeding geldt een andere sanctie in geval van het niet naleven van de nieuwe rapporteringsverplichting:

  • het niet correct vermelden van forfaitaire onkostenvergoedingen heeft de niet-aftrekbaarheid van de terugbetaling tot gevolg en kan aanleiding geven tot toepassing van de aanslag ‘geheime commissielonen’;
  • kosten die terugbetaald worden op basis van bewijsstukken en niet correct vermeld worden zullen wel aftrekbaar zijn, maar zullen aanleiding geven tot een administratieve sanctie. Het is nog onduidelijk of het gaat om een sanctie per fiche of per overtreding.

De nieuwe fiches 281.10 en 281.20 werden tot op heden nog niet gepubliceerd, dus voorlopig is het nog wachten op de verdere praktische uitwerking.

Hoe dan ook is zeker dat door de nieuwe rapporteringsverplichting de bewijslast verder bij de belastingplichtige wordt gelegd, wat uiteraard weer in het voordeel van de fiscus is.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/02/2022)




VVPR-bis dividenden: wijzigingen vanaf 1 januari 2022!

Wanneer u een dividend door uw vennootschap laat uitkeren, dan dient u daar in principe 30% roerende voorheffing op te betalen. Dankzij het VVPR-bis regime kunnen dividenden die voortkomen uit aandelen op naam van kleine vennootschappen, onder bepaalde voorwaarden, aan een verlaagd tarief (15% of 20%) van roerende voorheffing onderworpen worden.

Om te kunnen genieten van dit gunstregime, moeten de aandelen volgestort en uitgegeven zijn naar aanleiding van een inbreng in geld vanaf 1 juli 2013. Een belangrijke bijkomstige voorwaarde is evenwel dat de aandelen geen enkele voorkeursbehandeling mogen genieten, m.a.w. niet preferent mogen zijn.

Sinds 1 mei 2019 moeten besloten vennootschappen (BV) geen verplicht minimumkapitaal van € 18.550 volstorten. Heel wat BV’s met een nog niet volgestort kapitaal hebben n.a.v. deze wijziging WVV aandeelhouders vrijgesteld van de volstorting. Een wetswijziging van 21 januari 2022 bepaalt nu dat vanaf 1 januari 2022 het VVPR-bis regime niet meer kan toegepast worden na zo’n vrijstelling van volstortingsplicht, tenzij u vóór 1 januari 2023 een geldinbreng doet bij de notaris tot volstorting van het kapitaal. Let wel, die inbreng mag de uitgifte van nieuwe aandelen niet tot doel hebben!

Aandelen met een meervoudig stemrecht zijn vanwege de wet van 21 januari 2022 niet uitgesloten van de VVPR-bis.

Hebt u meerdere vennootschappen en haalt u geld als dividend uit de ene vennootschap om in te brengen in een andere vennootschap, dan kan dit recht geven op VVPR-bis dividenden. Haalt u echter geld uit een vennootschap door een liquidatiereserve uit te keren met slechts 5% roerende voorheffing, dan zal de inbreng hiervan in de andere vennootschap geen recht meer geven op de VVPR-bis.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/02/2022)




Geen btw-vrijstelling meer voor handelingen zonder therapeutisch doel!

Op 1 januari 2022 wijzigde de btw-vrijstellingsregeling voor (para)medische beroepen.

De btw-vrijstelling werd beperkt tot ingrepen en behandelingen met een therapeutisch doel (diagnose, verzorging en de genezing van ziekten of gezondheidsproblemen).

Niet therapeutische handelingen en/of esthetische handelingen worden dus onderworpen aan btw.

 

Een medische handeling wordt geacht een therapeutisch doel te hebben wanneer:

  • de handeling voorkomt op de RIZIV nomenclatuur
  • de handeling in aanmerking komt voor terugbetaling
  • de handeling uitgevoerd wordt op medisch voorschrift van een arts

 

Ten gevolge deze wijziging werden sommige (para)medische beroepsbeoefenaars btw-plichtig of werden zij gemengde btw-plichtige vanaf 01/01/2022 en zijn zij gehouden om hiervan melding te maken vóór 31 januari 2022 via het formulier 604A of 604B.

Deze formulieren kunnen online ingediend worden.

De btw-plichtige handelingen zullen bovendien tot gevolg hebben dat zij gehouden worden tot de indiening van periodieke btw-aangiften of dat zij toepassing moeten vragen van de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen indien aan de voorwaarden wordt voldaan.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 31/01/2022)




Belangrijke wijziging met betrekking tot de voordelen alle aard verwarming en elektriciteit vanaf 01/01/2022!

Sinds jaar en dag worden de voordelen alle aard voor gratis verwarming en elektriciteit forfaitair bepaald. Voor inkomstenjaar 2022 werden de forfaits voor bedrijfsleiders bepaald op 2.130 euro voor verwarming en 1.060 euro voor elektriciteit.

Vanaf 01/01/2022 zal de forfaitaire waardering van deze voordelen enkel nog mogen toegepast worden als ook de werkgever of vennootschap de woning gratis ter beschikking stelt.

Is er geen gratis terbeschikkingstelling van de woning dan zullen de voordelen alle aard voor gratis verwarming en elektriciteit voortaan belast worden op basis van het werkelijke genoten voordeel.

Het spreekt voor zich dat deze wijziging voor sommige bedrijfsleiders zal neerkomen op een aanvullende belasting in de personenbelasting en hogere sociale bijdragen. Dit is het geval wanneer het werkelijke genoten voordeel hoger is dan de wettelijk forfaits voor 2022.

Onze beleidsmakers zullen het wellicht niet zien als een belastingverhoging, sommige bedrijfsleiders zullen het zo vast en zeker aanvoelen!

Koninklijk Besluit van 19 december 2021 tot wijziging van artikel 18, §3, van het KB/WIB 92 op het stuk van de forfaitaire raming van de voordelen van alle aard voor de kosteloze verstrekking van verwarming en van elektriciteit, BS van 27 december 2021.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 31/01/2022)




Meerdere bedrijfswagens fiscaal aftrekken mogelijk?

In de dagelijkse praktijk stellen wij vast dat sommige vennootschappen meerdere personenwagens ter beschikking stellen van één en dezelfde bedrijfsleider of bestuurder.

Het spreekt voor zich dat de fiscus deze handelingen met enige argwaan bekijkt en mogelijk zal zij trachten om een deel van deze autokosten fiscaal te verwerpen.

Het is dan ook aan de belastingplichtige om te bewijzen dat deze wagens gebruikt worden voor de beroepsmatige activiteit van de vennootschap en een goede verantwoording voor het gegeven waarom er meerdere personenwagens worden gebruikt is geen overbodige luxe.

Worden de wagens enkel gratis ter beschikking gesteld van de bedrijfsleider voor persoonlijk gebruik, dan moet er bewezen worden dat deze toegekende voordelen in natura de tegenprestatie zijn voor de door de bedrijfsleider geleverde prestaties ten behoeve van de vennootschap.

Het beroepsgebruik van de wagens door de vennootschap dient met andere woorden te worden aangetoond op basis van bijvoorbeeld een rittenadministratie of andere bewijskrachtige elementen.

Wordt de wagen gratis ter beschikking gesteld van de bedrijfsleider als vergoeding voor de geleverde prestaties is het aangewezen om dit minstens te notuleren in de jaarlijkse verslaggeving van de vennootschap.

Om fiscale betwistingen te vermijden is het dan ook aangewezen om bijzondere aandacht te hebben voor deze bewijsvoering vooraleer de fiscale controle wordt aangekondigd!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 31/01/2022)




Geen attest meer nodig voor toepassing van het verlaagde tarief btw (6%) voor renovatiewerken aan privéwoning!

Renovatiewerken aan privéwoningen ouder dan 10 jaar genieten het verlaagde btw-tarief van 6%. Tot en met 31/12/2021 mocht de aannemer het verlaagde tarief enkel toepassen als de eigenaar van de woning een btw-attest ondertekende met enkele verklaringen ten behoeve van deze toepassing. Dit attest verlegde de aansprakelijkheid inzake het btw-tarief naar de eigenaar die het attest had ondertekend.

Vanaf 1 januari 2022 is deze werkwijze niet meer van toepassing en wordt deze vervangen door een verklaring op de factuur. Indien het verlaagde tarief niet kan worden toegepast is het aan de klant om binnen de maand te melden dat niet aan de voorwaarden is voldaan.

 

De volgende verklaring dient op de factuur opgenomen te worden:

“Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken, (2) de woning, na uitvoering van die werken, uitsluitend of hoofdzakelijk als privé- woning wordt gebruikt en (3) de werken worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21% van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten. Wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist, is de aannemer ontslagen van zijn aansprakelijkheid, behoudens samenspanning tussen de partijen.”

 

Aan de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde tarief van 6% is niets gewijzigd.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 31/01/2022)