1

DBI-beleggingen worden minder interessant voor de vennootschap!

Vandaag de dag wordt er door vennootschappen veel belegd in DBI-beleggingen en de redenen hiervoor zijn logisch:

  • Meerwaarden worden niet belast in de vennootschapsbelasting
  • Dividenden worden niet belast in de vennootschapsbelasting en de ingehouden roerende voorheffing wordt in mindering gebracht van de verschuldigde vennootschapsbelasting.

Dit in tegenstelling tot andere beleggingsproducten waarvan meerwaarden wel belast worden in de vennootschapsbelasting alsook de dividenden.

De opgenomen maatregelen in het regeringsakkoord De Wever I zullen de DBI-beleggingen in de toekomst minder interessant maken:

  • 5% vennootschapsbelasting op de meerwaarde
  • roerende voorheffing op dividenden enkel nog verrekenbaar met de verschuldigde vennootschapsbelasting indien wordt voldaan aan de nieuwe minimale bedrijfsleidersbezoldiging (50.000 euro + jaarlijkse indexering)

Het is nog niet duidelijk vanaf wanneer deze nieuwe regelgeving wordt ingevoerd (vanaf 01/01/2026?) maar misschien dient u te overwegen om uw winst op deze DBI-beleggingen nog te nemen voor het jaareinde?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)




Wat brengt de toekomst voor VVPR bis en VVPR ter?

KMO-vennootschappen die aan de voorwaarden voldoen kunnen dividenden uitkeren aan het verminderde tarief van 15% roerende voorheffing (VVPR bis).

Als ondernemer en/of KMO-vennootschap mogen wij dan ook blij zijn dat deze maatregel in het regeerakkoord De Wever I gevrijwaard is gebleven.

KMO-vennootschappen dewelke niet in aanmerking komen voor VVPR bis, maakten in het verleden vaak gebruik van de VVPR ter regeling. Wellicht beter bekend als het aanleggen van liquidatiereserves.

Het aanleggen van deze liquidatiereserves heeft een afzonderlijke vennootschapsbelasting van 10% tot gevolg maar heeft wel als voordeel dat deze liquidatiereserves kunnen uitgekeerd worden aan een verminderd tarief roerende voorheffing of zelfs zonder roerende voorheffing in plaats van 30%:

  • Na een sperperiode van 5 jaar: 5% roerende voorheffing
  • Bij liquidatie vennootschap: 0% roerende voorheffing

De VVPR ter regeling zal in de toekomst licht gewijzigd worden met dien verstande dat er twee wijzigingen zullen worden ingevoerd:

  • De sperperiode wordt ingekort tot 3 jaar in plaats van 5 jaar
  • Het tarief roerende voorheffing bij uitkering na de sperperiode wordt opgetrokken van 5% naar 6,5%

Na invoering van deze wijzigingen zal de fiscale druk op deze VVPR ter dividenden gelijk zijn aan 15% (afzonderlijke belasting 10% + 6,5% roerende voorheffing) als deze worden uitgekeerd na een sperperiode van 3 jaar. Worden deze liquidatiereserves uitgekeerd naar aanleiding van de liquidatie van de vennootschap zal er net zoals op vandaag geen roerende voorheffing meer verschuldigd zijn.

Wij mogen dan ook concluderen dat de regeringsonderhandelaars op het vlak van VVPR bis en VVPR ter zeer billijk zijn geweest.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)




In de toekomst meer bedrijfsleidersbezoldiging uitkeren door uw vennootschap?

KMO-vennootschappen kunnen genieten van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting (20% op de eerste 100.000 euro belastbare winst) als ze aan een aantal voorwaarden voldoen.

Eén van de voorwaarden is dat er voldoende bedrijfsleidersbezoldiging wordt uitgekeerd aan één van de bedrijfsleiders. Vandaag bedraagt deze minimale bezoldiging 45.000 euro inclusief voordelen alle aard of de minimale bezoldiging van één van de bedrijfsleiders moet hoger zijn dan de belastbare winst in de vennootschap.

Het regeerakkoord De Wever I voorziet in de toekomst in een verhoging van deze bezoldigingsvoorwaarde. Deze bedrijfsleidersbezoldiging zal minimaal 50.000 euro moeten bedragen en dit bedrag zal jaarlijks geïndexeerd worden.

Bovendien zullen de voordelen alle aard in dit bedrag bedrijfsleidersbezoldiging maximaal 20% mogen bedragen.

Het valt dan ook te verwachten dat het aangewezen zal worden om uw huidige bedrijfsleidersbezoldiging uit de vennootschap in de nabije toekomst fiscaal te analyseren van zodra deze nieuwe regelgeving een feit wordt.

Er zal immers dienen te worden nagegaan of de verhoging van de bedrijfsleidersbezoldiging wel opweegt tegen het verlies van het KMO-tarief in de vennootschapsbelasting!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)




De meerwaardebelasting wordt een feit!

Er is eind 2024 veel geschreven over de nota’s De Wever en de mogelijke fiscale impact voor de KMO’s en de ondernemer. Ondertussen is de regering De Wever I gevormd en dienen wij te onthouden dat deze regering in het regeerakkoord tal van fiscale maatregelen heeft opgenomen.

Er zal ondermeer een algemene solidariteitsbijdrage, lees meerwaardebelasting in de personenbelasting, komen van 10% op de toekomstige gerealiseerde meerwaarden op financiële activa opgebouwd vanaf het moment van de invoering van deze bijdrage.

Welke activa allemaal in aanmerking dienen genomen te worden is nog niet duidelijk maar wel staat reeds vast dat aandelen, beleggingsfondsen en crypto-activa geviseerd zijn.

Er zal een vrijstelling gelden van 10.000 euro per kalenderjaar en deze vrijstelling zal jaarlijks geïndexeerd worden.

Wat de aandelen betreft is er voorzien in een uitzondering. In het geval een natuurlijke persoon een aanmerkelijk belang aanhoudt, nl. 20% van de aandelen in een vennootschap, wordt er voorzien in een vrijstelling van 1.000.000 euro en een trapsgewijze taxatie van toekomstige meerwaarden:

  • Meerwaarde tussen 1 en 2,5 mio:         1,25%
  • Meerwaarde tussen 2,5 en 5 mio:         2,5%
  • Meerwaarde tussen 5 en 10 mio:          5%
  • Meerwaarde boven 10 mio:                   10%

Gerealiseerde minderwaarden mogen in mindering gebracht worden van meerwaarden maar zullen fiscaal niet overdraagbaar worden naar andere jaren.

Gezien er nu reeds meningsverschillen zijn tussen de verschillende regeringspartijen omtrent de inhoud hiervan in het regeringsakkoord, valt het tevens te verwachten dat hierover het laatste nog niet geschreven zal zijn.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)