1

De personenwagen anno 2026 en volgende in de vennootschapsbelasting?

De fiscale weg voor personenwagens in de vennootschapsbelasting moet alsmaar groener en de boodschap van de overheid is glashelder. Wie niet volgt krijgt geen fiscale voordelen meer.

Alle niet-emissievrije personenwagens aangekocht vanaf 01/01/2026 zullen geen fiscale aftrek meer genieten in de vennootschapsbelasting. Dit impliceert dat enkel de kost van de wagen die overeenstemt met het belastbare voordeel alle aard in de personenbelasting nog wordt aanvaard. Het saldo van de kosten is niet langer fiscaal aftrekbaar in de vennootschapsbelasting!

Voor elektrische voertuigen is het ondertussen ook duidelijk:

  • Aankoop/huur/lease 2026 en voorgaande jaren       100%          fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2027                                              95%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2028                                              90%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2029                                              82,50%      fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2030                                              75%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2031                                              67,50%      fiscaal aftrekbaar

Deze toekomstige daling van de aftrek voor elektrische voertuigen heeft al veel minder te maken met de vergroening van het wagenpark maar is eerder een voorzorg voor de schatkist en het innen van belastingen.

Voor de niet-emissievrije personenwagens (aankoop/huur/lease in de periode vanaf 01/07/2023 tot en met 31/12/2025) is er voorzien in een uitdoofscenario qua fiscale aftrek. De aftrek van deze wagens zal geschieden op basis van de gekende gramformule maar met een maximum van:

  • Aj 2026 – boekjaar 2025: maximum 75%
  • Aj 2027 – boekjaar 2026: maximum 50%
  • Aj 2028 – boekjaar 2027: maximum 25%
  • Aj 2029 – boekjaar 2028: 0%

Voor wagens die werden aangekocht vóór 01/07/2023 wijzigt er niets en blijft de oude aftrekregeling op basis van de gramformule bestaan:

  • 120% – (0,5% x een coëfficiënt x aantal gram CO2 per kilometer)

De aftrekregeling inzake personenwagens is een onontwarbaar kluwen geworden. Wat ooit een eenvoudige regel was (75% aftrek), is geëvolueerd tot een complex labyrint en in de praktijk een bron van administratieve overlast die constante waakzaamheid vereist.

En wat als onze Europese auto-industrie een duwtje in de rug kan gebruiken en/of de elektriciteitsnetwerken falen?

Terug naar af of vragen we dan Marc Coucke om een filmpje te maken?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




De nieuwe verloningspuzzel komt eraan!

Eerstdaags zal er een wet worden goedgekeurd die één van de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde KMO-tarief in de vennootschapsbelasting zal wijzigen.

Voor Aj 2026 en vorige was het voldoende dat er minimaal 45.000 euro brutoloon en voordelen alle aard werden toegekend aan één bedrijfsleider om het KMO-tarief te kunnen genieten. De vennootschap kon ook genieten van het KMO-tarief indien de verloning aan één van de bedrijfsleiders hoger was dan het belastbare resultaat van de vennootschap.

Dit was eenvoudig maar het wordt weer wat ingewikkelder.

Vanaf 01/01/2026 wordt deze verloningsvoorwaarde aangepast en voor Aj 2027 zal deze minimale verloning aan één bedrijfsleider op jaarbasis minstens 50.000 euro moeten bedragen. De wetgever zal ook voorzien in een jaarlijkse indexering van dit bedrag.

Bovendien mogen de forfaitair bepaalde voordelen alle aard niet meer bedragen dan 20% van de totale bezoldiging.

Uiteraard zal de vennootschap ook nog moeten voldoen aan de andere voorwaarden om dit KMO-tarief te genieten:

  • De vennootschap is een kleine vennootschap
  • De vennootschap is geen financiële vennootschap
  • Meer dan 50% van de aandelen van de vennootschap moet in handen zijn van natuurlijke personen

De bezoldigingsvoorwaarde is niet van toepassing voor jonge vennootschappen en dit gedurende de eerste vier boekjaren.

Rekening houdende met voorgaande is het tijd om aan de berekeningen te beginnen en om een optimale bezoldiging te bepalen in de wetenschap dat deze bezoldiging niet alleen een impact heeft op het tarief vennootschapsbelasting maar ook op andere gebieden zoals sociale bijdragen, IPT-verzekering, wettelijk pensioen, …

Misschien niet langer opteren voor het verlaagde tarief KMO en de verloning verlagen in plaats van verhogen? Of toch verhogen?

Zie het als een strategisch spelletje schaak met de fiscus, en wij helpen u graag om de winnende zet te doen!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




Een maaltijdcheque van maximaal 10 euro vanaf 01/01/2026!

Vanaf 01/01/2026 stijgt de maximale waarde van een maaltijdcheque van 8 naar 10 euro per gewerkte dag.

Hierdoor stijgt de maximale werkgeversbijdrage naar 8,91 euro en de werknemersbijdrage blijft minimaal 1,09 euro.

De volledige maaltijdcheque is vrij van sociale bijdragen en belastingen indien aan alle voorwaarden wordt voldaan. Dit wil zeggen dat deze maaltijdcheques moeten toegekend worden op basis van een CAO of een individuele overeenkomst. Bovendien moeten de maaltijdcheques een collectief karakter hebben. De toekenning van de maaltijdcheques moet met andere woorden gelden voor alle werknemers of een objectief bepaalde categorie van werknemers.

De maaltijdcheques zijn fiscaal aftrekbaar in de vennootschapsbelasting ten belope van 2 euro per cheque. Vanaf 2026 kan deze fiscale aftrekbaarheid stijgen tot 4 euro per cheque indien de maaltijdcheques worden opgetrokken tot het nieuwe maximum van 10 euro per gewerkte dag.

Ook zelfstandige bedrijfsleiders in vennootschappen hebben recht op maaltijdcheques indien de werknemers in hun onderneming maaltijdcheques genieten en er een schriftelijke overeenkomst is. Bij deze zelfstandige bedrijfsleiders is het belangrijk om de gewerkte dagen te bewijzen en er dient te worden nagegaan of er reeds geen maaltijdvergoeding wordt voorzien in de maandelijkse onkostenvergoedingen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 29/01/2026)




Moet mijn onderneming een Reprobel-aangifte indienen?

Alle ondernemingen moeten vóór 30/04/2026 een Reprobel-aangifte indien.

De meeste ondernemingen kopiëren wel eens teksten en beelden van bijvoorbeeld het internet en vakbladen om deze te delen met derden. Zodoende worden zij gehouden om de jaarlijkse Reprobel-aangifte in te dienen en de verschuldigde bijdrage te voldoen.

De verschuldigde bijdrage is afhankelijk van het gegeven of u een bizili- of een reprografieaangifte zal indienen.

Ook ondernemingen dewelke menen niet onderworpen te zijn aan deze jaarlijkse bijdrage worden gehouden om aangifte in te dienen, weliswaar een nulaangifte.

De aangifte kan gebeuren via de website van Reprobel.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 29/01/2026)




Minder intresten in 2026 op uw tegoeden in rekening courant!

Indien u als bestuurder of aandeelhouder tegoeden heeft in rekening courant bij de vennootschap dan kan de vennootschap hiervoor een intrest betalen.

Voor 2026 bedraagt de maximale marktconforme intrest 6%. In 2025 bedroeg deze intrest nog 7,08%.

Om een herkwalificatie van intresten in dividenden te vermijden, dient u na te gaan of de voorschotten in rekening courant niet hoger zijn dan de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het gestorte kapitaal op het einde van het boekjaar.

De intresten worden onderworpen aan een bevrijdende roerende voorheffing van 30%.  Deze roerende voorheffing dient aan de schatkist te worden afgedragen binnen de 15 dagen na de toekenning van de intresten.

Intresten toekennen op tegoeden in rekening courant, terwijl de vennootschap overtollige cash heeft en tot terugbetaling kan overgaan van deze voorschotten, kan de fiscus op ideeën brengen om de aftrek van deze intresten fiscaal niet te aanvaarden.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 29/01/2026)




Betaalt u voldoende voorlopige sociale bijdragen in 2026?

Een zelfstandige of een zelfstandig bedrijfsleider is onderworpen aan sociale bijdragen en betaalt voorlopige sociale bijdragen voor inkomstenjaar 2026 op basis van het gebruteerd inkomen 2023. Jonge zelfstandigen betalen voorlopige sociale bijdragen op een geschat inkomen of betalen de minimum kwartaalbijdrage.

Het is van persoonlijk belang dat u deze voorlopige bijdragen 2026 zo correct mogelijk inschat op basis van het verwachte inkomen 2026 en desnoods een herberekening vraagt van uw voorlopige sociale bijdragen 2026.

De sociale kassen sturen in het huidige kwartaal de afrekeningen voor het eerste kwartaal 2026 uit. Zodoende is het aangewezen om deze afrekening grondig te beoordelen en bij te sturen door het vragen van een aanpassing van de voorlopige sociale bijdragen 2026

Niet alleen kan een toekomstige zware afrekening van de bijdragen 2026 worden vermeden maar anderzijds kan u deze betaalde sociale bijdragen in 2026 fiscaal in rekening brengen in de aangifte personenbelasting Aj 2027 inkomstenjaar 2026.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 29/01/2026)