1

Bijzondere liquidatiereserve aanslagjaar 2013: deadline nadert!

De fameuze taxshift voorziet in een verhoging van de roerende voorheffing van 25 naar 27 %. Maar nu nog kan u vroegere winsten uit uw vennootschap halen aan 10% of aan 13,64% (werkelijke belastingsdruk). Yes, you can!!!! Zelfs nog voor de winsten van boekjaar 2012 en 2013!!!!

Spijtig genoeg werd de benaming “liquidatie” er op geplakt, maar niets is minder waar.

Wie overweegt om gebruik te maken van de bijzondere liquidatiereserve voor de winst over aanslagjaar 2013 (veelal boekjaar 2012) maar nog geen definitieve beslissing daartoe genomen heeft, dient nu echt wel in actie te komen. De bijzondere heffing van 10 % dient immers vóór 30 november 2015:

  • via een bijzondere aangifte ingediend te worden
  • op de rekening van de belastingsadministratie te staan

 

Waarover gaat het?

U herinnert zich ongetwijfeld dat de Regering Di Rupo de roerende voorheffing (RV) over de liquidatieboni met ingang van 1 oktober 2014 verhoogde van 10 % naar 25 %. Daarbij werd wel in een overgangsregeling voorzien voor de bestaande reserves. Die mochten als dividend uitgekeerd worden tegen betaling van 10 % RV, waarna het nettobedrag in kapitaal geïncorporeerd werd. Dit systeem staat bekend als de “interne vereffening”. In praktijk ging het veelal over belaste reserves tot en met aanslagjaar 2012.

De regering Michel heeft bij haar aantreden een permanent karakter gegeven aan dit systeem (al zijn er wel wat positieve verschilpunten). Het nieuwe stelsel staat bekend als de liquidatiereserve en is van toepassing sinds aanslagjaar 2015.

Dat betekent dat de winsten over aanslagjaren 2013 en 2014 tussen wal en schip vielen. Met de bijzondere liquidatiereserve wil de regering alsnog een éénmalige kans geven om de winst van die jaren mee te betrekken in de liquidatiereserve.

 

Waarom zou u gebruik maken van de (bijzondere) liquidatiereserve?

Door gebruik te maken van de (bijzondere) liquidatiereserve en dus nu de afzonderlijke heffing van 10 % te betalen, is er bij latere vereffening geen RV meer verschuldigd.

Bij een gewone dividenduitkering van deze liquidatiereserve is daarentegen nog slechts 5 % RV verschuldigd, mits het respecteren van een wachttermijn van 5 jaar (helaas).

Wacht je geen 5 jaar, dan bedraagt de RV alsnog 15 %.

Het is dus duidelijk dat er een brede kloof gaapt tussen het verlaagd tarief van 10 % resp. 15 % (wachttijd 5 jaar) en het gewone tarief van 25 %. In praktijk is het verschil zelfs nog iets groter.  Gelet op de berekeningswijze van de bijzondere heffing van 10 % en het feit dat deze wordt gedragen door de vennootschap (en niet door de aandeelhouder zoals bij een dividend), bedraagt de werkelijke belastingdruk op een dividend (na wachttermijn van 5 jaar) slechts 13,64 %.

Door gebruik te maken van de (bijzondere) liquidatiereserve kan u de globale belastingdruk dus gevoelig verminderen!

Bovendien wordt de kloof alleen maar groter als gevolg van de tax shift: het gewone tarief RV zal immers stijgen naar 27 %.

Terloops, voor wie gebruik maakt van de liquidatiereserve en vervolgens overgaat tot uitkering van een dividend in jaar 1, zal 17 % (in plaats van 15 % RV) moeten inhouden.

 

Voor wie is dit interessant?

De liquidatiereserve staat enkel open voor kleine ondernemingen. Wat de bijzondere liquidatiereserve betreft, volstaat het dat de vennootschap zich als ‘klein’ kwalificeerde voor aanslagjaar 2013 resp. 2014, ook al is ze intussen ‘groot’.
In volgende omstandigheden is de bijzondere liquidatiereserve zeker het overwegen waard:

  • uw ondernemingsrisico is relatief beperkt (de kans op toekomstige verliezen is gering)
  • u heeft vereffeningsplannen (de wachttermijn van 5 jaar geldt hier niet!)
  • de vennootschap heeft overtollige liquiditeiten die niet geïnvesteerd worden
  • het eigen rendement op deze liquiditeiten weegt niet op tegen de belastingbesparing (de bijzondere heffing die u nu betaalt, kan u uiteraard niet meer beleggen)
  • u kan de beschikbare liquiditeiten (na wachttermijn van 5 jaar) zelf goed gebruiken
  • alle aandeelhouders (of veruit de belangrijkste) zijn natuurlijke personen.

In de praktijk is de (bijzondere) liquidatiereserve veelal interessant voor vennootschappen van vrije beroepers, consultants en managers. Dat neemt niet weg dat de regeling ook voor andere KMO’s nuttig kan zijn.

 

Wat moet u doen?

Wie gebruik wil maken van de bijzondere liquidatiereserve over aanslagjaar 2013 moet daartoe vóór 30 november 2015 een bijzondere aangifte indienen alsook de overeenkomstige belasting betalen.

Het is overigens mogelijk om meteen ook de bijzondere liquidatiereserve over aanslagjaar 2014 (inkomstenjaar 2013) af te wikkelen, al heeft u daartoe nog tot 30 november 2016 tijd.

 

Advies:

Al onze klanten, waarvan wij dachten dat zij voor deze opportuniteit in aanmerking kwamen, werden door Abeka+ reeds pro-actief geadviseerd.

In het geval u over deze fiscale opportuniteit nog vragen zou hebben kan u, klant zijnde of niet, nog deze week met ons contact opnemen zodat wij samen met u kunnen bespreken of deze bijzondere liquiditeitsreserve iets voor u is en wij deze alsnog tijdig kunnen implenteren.




Laat je bestuurdersaansprakelijkheid verzekeren!!

Als bestuurder ben je voor veel meer aansprakelijk dan je denkt.  Een verzekering bestuurdersaansprakelijkheid is een noodzaak en ook meer dan betaalbaar geworden.

Bent u bestuurder, zaakvoerder van een vennootschap of een vereniging?
Dan realiseert u zich misschien niet welke complexe risico’s hieraan verbonden zijn. Want ondanks uw inzet kunt u persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor vermeende fouten en onbehoorlijk bestuur.  De kosten van verweer kunnen aanzienlijk zijn, ook bij onterechte claims.  Ook voor het maken van fouten van een medebestuurder kan u aansprakelijk gesteld worden.

De beoordeling van de aansprakelijkheid van een bestuurder gebeurt door een rechter.

De rechter zal, met de middelen waarover hij op dat moment beschikt (uiteraard na de feiten) nagaan of een vooruitziende en zorgvuldige bestuurder, geplaatst in dezelfde omstandigheden, op dezelfde manier zou gehandeld hebben.  Uiteraard is dit een gevoelige materie, die dikwijls in het nadeel uitdraait.

 

Waar kan het zoal verkeerd lopen?

  • een zwaar arbeidsongeval wordt toegeschreven aan een gebrek van opleiding, beveiliging
  • een ontslagen werknemer vecht zijn “ontslag om dringende reden” aan
  • een brandverzekering of andere verzekeringen afsluiten die onvoldoende dekking geven
  • onvoldoende deskundigheid (en dit is een zeer uitgebreid gamma van deskundigheden) of besluiteloosheid van de bestuurders
  • het aangaan van verplichtingen waarvan bekend is of bekend had moeten zijn dat de rechtspersoon ze niet kan nakomen
  • het nemen van “nadelige” beslissingen om een faillissement te voorkomen
  • het afsluiten van overeenkomsten tegen kennelijk ongunstige voorwaarden
  • het uitvoeren van klantencontracten zonder voldoende hun kredietwaardigheid na te zien
  • het niet op tijd vervolgen van een solvabele klant
  • het ontbreken van bekendmaking van akten waarvoor een bekendmaking noodzakelijk is
  • het negeren van tegenstrijdige belangen van een bestuurder met zijn vennootschap
  • het stellen van te grote zekerheden t.o.v. financiers
  • overdreven publicitaire uitgaven
  • selectief betalen van leveranciers wanneer het even moeilijk gaat
  • activiteiten uitvoeren die niet in de statuten vermeld worden
  • een jaarrekening wordt niet tijdig ingediend
  • de vennootschap te dure contracten, leningen, verbintenissen laten aangaan
  • als bestuurder moet u kritisch blijven op wat medebestuurders doen
  • onvoldoende toezicht op de prestaties verricht door de boekhouder/accountant/bedrijfsrevisor van de vennootschap
  • geen algemene vergadering bijeenroepen wanneer, ingevolge verlies, het nettoactief van de vennootschap gedaald is tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal
  • het niet tijdig betalen of herhaald niet tijdig betalen van bedrijfsvoorheffing of btw
  • het niet tijdig doen van aangifte van faillissement

Door Lydian (advocatenkantoor) werden enkele veel voorkomende misverstanden opgesomd.
Het is niet mijn probleem, want:

  • de vennootschap of aandeelhouder betaalt
  • ik sta niet in voor het verleden voor de periode vóór mijn functie
  • ik heb niet gestemd of tegengestemd
  • dat is mijn domein niet
  • ik wist het niet of was afwezig
  • ik ben onafhankelijk of niet-uitvoerend bestuurder
  • ik heb een managementvennootschap
  • mijn stem maakt toch niet veel uit
  • ik heb toch een kwijting gekregen

Dit zijn uitspraken die “een rechter” vermoedelijk niet zal aanvaarden.

 

Naast uw eigen specifieke beroepskennis, moet u als zaakvoerder of bestuurder dus van vele markten thuis zijn.  Snel gemaakte vergissingen, goed bedoelde beslissingen of onwetendheid in bepaalde specifieke materies kunnen leiden tot zware schadeclaims.

Voor enkele honderden euro kunt u al snel een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering onderschrijven voor bv. € 1.000.000,00.  Maar ook hogere risico’s kunnen worden verzekerd.

De verzekering kan afgesloten worden door de onderneming of de bestuurders zelf.

Deze verzekering dekt:

  • kosten van vooronderzoek & onderzoek
  • de individuele en indirecte aansprakelijkheid
  • de verdedigingskosten (advocaten, adviseurs, …)
  • natuurlijke persoon van de managementvennootschap
  • de schade of schikkingen zelf

Uiteraard zijn uitgesloten:

  • opzet
  • fraude
  • boetes op strafrechtelijk vlak
  • grove schuld
  • schending van strafwetgeving
  • overtreding van wetgeving van openbare orde

 

Besluit:

Een bestuurder kan te maken krijgen met onterechte claims.

Is dat het geval, dan moet daartegen verweer gevoerd worden.  De algemene aansprakelijkheidsverzekering biedt daarvoor geen oplossing, omdat deze alleen in actie komt als het gaat om materiële schade of letsel.

De verzekering voor bestuurdersaansprakelijkheid dekt tot maximaal het verzekerde bedrag de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders voor vermogensschade.

Voor een jaarlijkse premie van minder dan € 1.000,00 ben je al snel goed verzekerd.

 

Tip: Bescherm uw woning, lees ook ons artikel “Bedrijfsleider: maak uw gezinswoning onbeslagbaar!!”

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Hoe fiscaal voordelig een geschenk geven aan uw relaties en medewerkers?

Relatiegeschenken geven aan uw zakenrelaties en personeel ter gelegenheid van een huwelijk, verjaardag, pensionering, … het is een mooie geste.  Nu het eindejaar in aantocht is, toch even resumeren wat kan en mag, want … de fiscus kijkt mee.

 

Kosten van relatiegeschenken aan zakenrelaties zijn voor 50% aftrekbaar

Belangrijk is dan wel dat u zich beperkt tot een maximaal bedrag van € 125,00 per jaar en per persoon.

Bedraagt het bedrag toch meer dan € 125,00, dan beschouwt de fiscus dit als een “voordeel alle aard” en moet er een fiche 281.50 opgemaakt worden.  De zakenrelatie zal hierop dan belast worden (een vergiftigd geschenk dus …), maar de kost is dan voor de schenker wel 100% aftrekbaar.

De btw op relatiegeschenken is volledig recupereerbaar indien dit per geschenk én per klant minder dan € 50,00 (exclusief btw) bedraagt.  Is het bedrag hoger, dan is de btw niet aftrekbaar.

Uiteraard is geweten dat btw op alcohol en rookwaren nooit aftrekbaar is.

Voor relatiegeschenken aan particulieren geldt die grens van € 125,00 niet, de uitgave is dan ook maar voor 50% aftrekbaar.

 

Reclameartikelen

Regelmatig wordt ons gevraagd of reclameartikelen ook onder deze beperking vallen.

Reclameartikelen, die geen verbruiksgoederen zijn, waarop duidelijk het logo, de naam, het adres, het telefoonnummer, de website, … staan, zijn voor 100% aftrekbaar, zowel fiscaal als voor de btw.

Meestal vallen hieronder: agenda’s, kalenders, onderleggers, balpennen, petten, T-shirts, …

 

Geschenken aan personeel

Geschenken aan het personeel bij bepaalde gelegenheden zijn fiscaal aftrekbaar, btw-recupereerbaar en RSZ vrijgesteld als zij het bedrag van € 35,00 (inclusief btw) per persoon (plus € 35,00 per kind) per jaar niet overtreffen.

Betreft het een pensionering, dan wordt een fiscaal bedrag van € 35,00 per dienstjaar aanvaard.  Maar de btw is niet recupereerbaar als het geschenk meer kost dan € 50,00 (exclusief btw).  Voor de RSZ echter geldt er een maximum aan vrijstelling van € 875,00.

Wilt u een werknemer belonen die 25 jaar of 35 jaar dienst heeft, dan kan u als werkgever een premie geven, vrij van belastingen en RSZ, van maximaal één (25 jaar) en maximaal twee (35 jaar) brutomaandlonen.  Deze kost is echter fiscaal niet aftrekbaar.

Bij een huwelijk/wettelijke samenwoning is het geschenk voor de werknemer vrijgesteld van belastingen tot € 200,00.

Het geschenk is voor de schenker volledig aftrekbaar, ook indien het € 200,00 overtreft (fiche 281.10 opmaken).  De btw is niet recupereerbaar.  Er is slechts een vrijstelling RSZ tot € 200,00.

 

Tickets voor een evenement

Tickets voor films, theater, sportwedstrijden etc., het is altijd leuk om ze te mogen ontvangen.
Maar ook hier blijft de fiscus/btw waakzaam.

Vooreerst gaan wij ervan uit dat deze tickets echt beroepsmatig zijn.

Fiscaal gezien heeft de fiscus al aangegeven dat het aanbieden van gratis tickets voor klanten aftrekbaar zijn en niet belastbaar in hoofde van de genieter. De fiscus heeft dit reeds meerdere malen bevestigd voor sportwedstrijden, culturele activiteiten etc.

Maar voor de aftrek btw ligt het weer heel wat moeilijker.

Het is goed om weten dat de € 50,00 grens voor de btw hier niet van toepassing is, men geeft immers geen goed, weg maar een dienst.

Geeft u tickets aan uw klanten weg, dan is de btw niet aftrekbaar, tenzij u kan bewijzen dat u echt aanwezige publiciteit voert die “vermoedelijke verkopen“ kan aantonen.
Deze 100 % aftrekbaarheid geldt tevens voor sponsoring van een evenement, waarbij u gratis tickets hebt gekregen.
Geeft u tickets weg bij de verkoop van een product, dan is ook hier de btw aftrekbaar.
Verloot u echter tickets, dan is de btw weer niet aftrekbaar.

Geeft u tickets aan uw medewerkers, dan is de btw enkel aftrekbaar als u de tickets geeft aan al uw medewerkers. Dan is het immers een sociaal voordeel.

Een goede raad: zorg ervoor dat u volwaardige facturen van de tickets kunt voorleggen, publiciteit terzake bijhoudt, mailings kunt voorleggen, namen noteert, eventuele foto’s neemt.
Het kan uw dossier alleen maar sterker maken.

 

Prijzen bij tombola’s, braderijen etc.

Zijn fiscaal aftrekbaar, wat de btw betreft dien je hier rekening te houden met de aankoopprijs exclusief btw. Ligt deze hoger dan € 50,00, dan is de btw niet aftrekbaar.

 

Tip:

De Administratie zal altijd erg geïnteresseerd meekijken bij het uitdelen van relatiegeschenken.  Zorg daarom voor een gedetailleerde lijst van wie wat gekregen heeft.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




De Abeka+ kredietmanager – uw rots in de financiële branding.

Om de slogan “fiscale en financiële ontzorgers” waar te maken trekt Abeka+ experts terzake aan.  Met enige trots kunnen wij dan ook Bruno Van De Poel, die jarenlang de kantorengroep Antwerpen-Metropool en het BNP Paribas Fortis kantoor op de Meir te Antwerpen leidde, voorstellen als onze kredietmanager.

Hij zal de belangen van onze klanten verdedigen bij de banken, bij aanvragen van kredieten, de doorlichting van bedrijven, de financiële bijstand bij elk moeilijk moment in het ondernemersbestaan, alsook bij de verkoop of overname van een onderneming.

Tussen dit en vijf jaar gaan 200.000 ondernemers hun bedrijf verkopen.  Er is dus werk aan de winkel!!  Abeka+, gespecialiseerd in het begeleiden van overnames, kan u hierbij helpen.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Abeka+ slaat zijn vleugels uit. De fiscale en financiële ontzorgers openen nieuwe kantoren in Kapellen en Geel.

Vijfentwintig jaar lang was het Antwerps Boekhoudkantoor gekend voor zijn fiscale en financiële ontzorging.  Ondertussen heeft het kantoor klanten van Oostende tot Genk.

En ook wat de activiteiten betreft, dekte de vlag de lading niet meer.  Daarom werd in 2014 de naam Abeka+ gelanceerd met een uitgebreide marketingcampagne.

Dit krijgt nu een vervolg met de opening van twee nieuwe kantoren, één in Kapellen en één in Geel.

 

Fiscale & financiële ontzorgers

Natuurlijk leveren wij nog alle basisservice inzake boekhouding, fiscaliteit, opmaken balansen, maar ondertussen bestaat 60% van onze service uit advies op alle mogelijke vlakken: zakendoen in België, begeleiden familiebedrijven, herstructureringen, werkgeversservice, successie, … tot strategisch advies (HR, sociale media, IT, marketing, …).  Vandaar onze nieuwe naam en onze nieuwe baseline.

 

Geografische expansie: nieuwe kantoren te Kapellen en Geel

Daar wij bedrijfsleiders ontzorgen, door hun alle mogelijke zaken, die niets met hun core business te maken hebben, uit handen te nemen, wensen wij ook geografisch heel dicht bij hen te staan.

Daarom opent Abeka+ twee kantoren:

  • Dorpsstraat 30 te Kapellen opent zijn deuren in januari 2016
  • Antwerpseweg 139/1 te Geel (vlakbij de autosnelweg) zal vanaf februari het uitgebreide Kempische cliënteel bedienen

Wij gaan hierbij uit van onze eigen sterkte (17 gedreven en gespecialiseerde medewerkers).

Het behoort tot ons DNA dat wij enkel op eigen kracht uitbreiden.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Bedrijfsleider: maak uw gezinswoning onbeslagbaar!!!!

Abeka+ adviseert zijn klanten/bedrijfsleiders al jarenlang om hun gezinswoning te beschermen. Als bedrijfsleider wordt u immers altijd geconfronteerd met risico’s.

 

Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen?

Om zijn hoofdverblijfplaats te beschermen, moet de zelfstandige een verklaring van onbeslagbaarheid laten opmaken bij een notaris van zijn keuze. Deze formaliteit kost 1 000 euro (500 euro voor de honoraria van de notaris en 500 euro voor de inschrijving van de verklaring).

De notaris zal uw verklaring in een akte vastleggen en ze laten overschrijven op het hypotheekkantoor. Daardoor is de verklaring tegenstelbaar aan derden (uw schuldeisers). Is uw echtgeno(o)t(e) ook zelfstandige en heeft hij/zij eveneens rechten in het onroerend goed, dan kan u samen één verklaring afleggen. Men betaalt dan ook maar één keer de kosten.  Voor de onbeslagbaarheid van de gezinswoning moet de echtgeno(o)t(e) mee instemmen.

Sinds de Wet van 8 juni 2007 kon deze bescherming van de gezinswoning reeds in beperkte mate maar sinds de Wet van 15 januari 2014, BS 3 februari 2014 werd deze bescherming van de hoofdverblijfplaats voor zelfstandigen uitgebreid. Sindsdien komen zaakvoerders/bestuurders, zelfstandigen in bijberoep en ook zelfstandigen die actief zijn na hun pensionering in aanmerking. De bescherming blijft ook behouden als u uw zelfstandige activiteit stopzet, ook als dit al zou gebeuren omwille van een faillissement.

Deze bescherming van de woning geldt niet voor vennootschappen: alleen natuurlijke personen komen ervoor in aanmerking, namelijk handelaars en beoefenaars van ambachten en vrije beroepen.

Bovendien moet u uw beroepsactiviteit uitoefenen in België.

 

De bescherming van de gezinswoning geldt:

  • voor de hoofdverblijfplaats van de zelfstandige, dit is de plaats waar u het grootste deel van het jaar verblijft
  • voor het gebouw waarvan u eigenaar, vruchtgebruiker, blote of mede-eigenaar, erfpachter bent, maar steeds enkel voor het gedeelte van de betreffende zakelijke rechten
  • worden uw zakelijke rechten later uitgebreid, bv. omdat de zelfstandige als blote eigenaar volle eigenaar wordt bij afloop van het vruchtgebruik, dan wordt uw verklaring van rechtswege en retroactief uitgebreid tot de nieuw verworven rechten.
  • enkel voor schuldvorderingen die dateren van na de verklaring
  • enkel voor schulden die uitsluitend verband houden met de beroepsactiviteit van de zelfstandige
  • niet voor schulden die naar aanleiding van een misdrijf ontstaan zijn, zelfs als dat misdrijf beroepshalve begaan werd (bvb fiscale fraude)
  • niet voor sociale schulden die voortkomen uit een faillissement indien dit faillissement voortkomt uit een grove fout die de zelfstandige heeft gemaakt
  • ook voor het geld en de nieuwe woning indien de zelfstandige de “beschermde” woning verkoopt en hij de opbrengst bij de notaris deponeert en binnen het jaar herbelegt
  • enkel voor zover de zelfstandige in de woning woont en blijft wonen en vervalt wanneer de zelfstandige verhuist, zelfs wanneer hij nadien terugkeert naar de “beschermde woning”
  • deze verklaring eindigt indien u uw beroepsstatuut verandert naar werknemer of ambtenaar
  • deze verklaring eindigt hoe dan ook met het overlijden van de zelfstandige, doch dit heeft enkel uitwerking voor de toekomst. Dit houdt in dat schuldeisers ten tijde van de verklaring hun schulden niet kunnen opeisen bij de erfgenamen.

Als de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend op dezelfde plaats als de hoofdverblijfplaats, zal van de totale woningoppervlakte alleen de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden vatbaar zijn voor beslag. Als de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden:

  1. minder is dan 30%, zal het volledige gebouw onbeslagbaar zijn
  2. 30% of meer is, zal alleen het gedeelte dat gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats niet vatbaar zijn voor beslag. Om de eigendom van het gebouw duidelijk op te delen in een privé- en een beroepsgedeelte, zal een basisakte moeten worden opgemaakt
  3. Oppervlakten die de zelfstandige zowel privé als beroeps gebruikt moet men onder het professioneel gebruik rekenen, behalve voor de gangen, inkomhal e.d.

 

Let op:
Men kan nooit afstand doen van onbeslagbaarheid t.o.v. één schuldeiser. Doet men dit toch, dan doet men dit voor alle schuldeisers.

 

Advies:
Voor slechts 1.000 € kan u uw gezinswoning voor onbeslagbaarheid professionele schulden beschermen !!!!!

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Tax shelter voor startende ondernemingen (binnen 4 jaar na oprichting)

Wat houdt deze maatregel in?

Via de tax shelter wil de Federale overheid natuurlijke personen fiscaal aanmoedigen om risicokapitaal te verschaffen aan startende ondernemingen (binnen de 4 jaar na oprichting). Deze particulier kan genieten van een belastingvermindering van 30 of 45 % in de personenbelasting voor natuurlijke personen indien wordt geïnvesteerd in het kapitaal van startende ondernemingen. Deze investering kan rechtstreeks worden gedaan, of onrechtstreeks via een crowdfunding platform of startersfonds.

Een onderneming kan zo tot maximum € 250.000 ophalen tijdens haar bestaan. De investeerder is verplicht de aandelen minimum 4 jaar aan te houden en mag per jaar maximum € 100.000 via de tax shelter-regeling investeren.

De tax shelter zal gelden voor investeringen die vanaf 1 juli 2015 worden uitgevoerd.

Deze tekst is gebaseerd op het ontwerp van de programmawet, goedgekeurd in het parlement op 24 juli 2015 (op p. 26).
Zodra deze wet wordt gepubliceerd in het Staatsblad wordt deze informatie indien nodig aangepast.

 

Wie komt in aanmerking?

Als begunstigde onderneming

Deze maatregel richt zich tot een binnenlandse vennootschap of een vennootschap waarvan de maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur
(of beheer) gevestigd is in een andere lidstaat van de EER en die over een Belgische inrichting beschikt én die ten vroegste op 1 januari 2013 werd opgericht.

Er zijn geen beperkingen naar activiteitensector waarin de vennootschap actief is.

Bepaalde vennootschappen zijn echter uitgesloten:

  • de vennootschappen die worden opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of die hun voornaamste bron van inkomsten halen uit management- of bestuurdersovereenkomsten;
  • de vennootschappen die worden opgericht in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen;
  • beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschappen;
  • de vennootschappen die hun belangrijkste inkomsten halen uit vastgoed;
  • de vennootschappen die reeds dividenden hebben uitgekeerd;
  • de beursgenoteerde vennootschappen.

Een kmo, (kleine vennootschap zoals bedoeld in art 15 van de Vennootschappenwet) wordt hierbij gedefinieerd als een vennootschap waarvan het gemiddelde personeelsbestand gedurende het jaar niet meer dan 100 bedraagt en die aan minstens twee van de drie volgende criteria beantwoordt (op geconsolideerde basis, met inbegrip van dochterondernemingen):

  • Jaargemiddeld personeelsbestand van maximaal 50 werknemers;
  • Jaaromzet exclusief btw van maximaal € 7.300.000;
  • balanstotaal van maximaal € 3.650.000.

Een micro-onderneming is een vennootschap dat ook minstens twee van de drie volgende criteria vervult (op geconsolideerde basis):

  • Jaargemiddeld personeelsbestand van maximaal 10 werknemers;
  • Jaaromzet exclusief btw van maximaal € 700.000;
  • balanstotaal van maximaal € 350.000.

Vzw’s zijn in beginsel niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

 

Als Investeerder

De investeerder is een natuurlijk persoon die “rechtstreeks” investeert in de vennootschap, via een crowdfunding platform of via een starterfonds, en moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  • De investeer is verplicht de aandelen minimum 4 jaar aan te houden (niet van toepassing bij o.m. een faling). In geval van een vrijwillige uitstap gedurende de eerste vier jaar zal het fiscaal voordeel worden terugbetaald in verhouding met het aantal maanden tussen de uittreding en het 4de jaar.
  • Zowel de familieleden van de oprichters als de werknemers van de onderneming kunnen dit fiscaal voordeel verkrijgen als ze in de startende onderneming investeren. De inbreng van kapitaal door de bedrijfsleider zelf of de bestuurders van de vennootschap kan niet in aanmerking komen voor de toepassing van de tax shelter-regeling.

De investeerder (belegger) kan maximum € 100.000 per jaar via de tax shelter-regeling investeren. De maximale participatie in het kapitaal die in aanmerking komt voor het fiscaal voordeel, bedraagt 30%. Als de voormelde drempel van 30% wordt overschreden, wordt de belastingvermindering beperkt tot een investering ten belope van de eerste 30%.

 

Bedrag van het fiscaal voordeel voor de investeerder

Voor een directe investering of investering via een crowdfunding platform (erkend door de FSMA) is de belastingvermindering afhankelijk van de omvang van de vennootschap bij de fondsenwerving:

  • de belastingvermindering bedraagt 45% van het geïnvesteerde bedrag in micro-ondernemingen;
  • de belastingvermindering bedraagt 30% van het geïnvesteerde bedrag in kmo’s.

De belastingvermindering is niet terugbetaalbaar noch overdraagbaar.

Voor een investering in een starterfonds zal de belastingvermindering van toepassing zijn in het inkomstenjaar waarin het fonds zijn investeringen heeft gedaan. De belastingvermindering bedraagt 30% van het geïnvesteerde bedrag in het start-up compartiment.

Om in aanmerking te komen moet het startersfonds aan bepaalde voorwaarden voldoen:

  • het fonds moet een speciaal compartiment voor investeringen in start-ups hebben;
  • ten minste 80% van dit compartiment moet worden geïnvesteerd in start-ups die voldoen aan de criteria van de tax shelter;
  • het fonds moet worden goedgekeurd door de FSMA.

De belastingvermindering is niet terugbetaalbaar noch overdraagbaar.

 

Bijkomende voorwaarden

  • De investering moet gebeuren in aandelen op naam die door de vennootschap nieuw zijn uitgegeven naar aanleiding van haar oprichting of van een kapitaalverhoging.
  • De inbreng moet in geld worden gedaan. Een inbreng in natura is dus niet mogelijk evenals schuldeffecten en andere financiële instrumenten (options, warrants,…).
  • De investering moet gebeuren binnen de 4 jaar na oprichting van de startende onderneming.
  • De verkoop van reeds bestaande aandelen komt ook niet in aanmerking.
  • Een vennootschap kan maximum € 250.000  ophalen via de tax shelter-regeling tijdens haar bestaan.
  • Er worden geen specifieke voorwaarden opgelegd wat betreft de besteding van de opgehaalde gelden. Deze opgehaalde gelden mogen wel niet aangewend worden om dividenden uit te keren, aandelen van andere vennootschappen te verwerven of om leningen af te sluiten.

 

(Bron: Agentschap ondernemen)

 




Gedeeltelijke vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die niet langer dan 4 jaar bestaan

Vanaf 1 augustus 2015 genieten starters (eenmanszaken/vennootschappen) van een extra loonlastenverlaging. Naargelang in welke categorie de onderneming valt, gaat het om een vrijstelling van doorstorting van 10% (KMO) of 20% (microvennootschap) van de bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden op de bezoldigingen van de werknemers.


Wie komt in aanmerking?

Er moet voldaan zijn aan 3 voorwaarden:

  • enkel ondernemingen uit de profitsector komen in aanmerking
  • maximaal 48 maanden ingeschreven zijn in het KBO
  • een KMO of microvennootschap zijn

Hieronder in de tabel vindt u een schematisch overzicht aan welke voorwaarden een KMO of microvennootschap moet voldoen.

 

Tabel artikel Gedeeltelijke vrijstelling doorstorten bedrijfsvoorheffing

 

Wie komt niet in aanmerking?

  • Ondernemingen in moeilijkheden komen niet in aanmerking voor deze vrijstelling.

Cumul met andere vrijstellingen van doorstorting van BV (overuren, ploegenarbeid, …) vormen geen probleem voor het verkrijgen van deze nieuwe vrijstelling.

 

PROBLEMATIEK:

De ondernemingen die menen in aanmerking te komen, moeten zelf het initiatief nemen.  Uiteraard speelt de accountant/boekhouder hierbij een belangrijke rol.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Het niet bijhouden van een afwijkingsregister heeft zware gevolgen!!

Wij stellen vast dat er de laatste tijd heel wat controles gebeuren op de uurroosters van deeltijdse medewerkers.


Wanneer wijkt de werknemer af van zijn uurrooster?

  • werkt op andere uren dan voorzien
  • werkt tijdens zijn pauze
  • werkt op andere dagen dan vermeld in het uurrooster

In praktijk komen er dus heel wat afwijkingen voor.  Iedere afwijking, per werknemer, moet vermeld worden in een afwijkingsregister.  Het is dus van groot belang om een afwijkingsregister in uw onderneming te hebben.  Een voorbeeld van een afwijkingsregister, opgesteld volgens een vast model met verschillende verplichte gegevens, vindt u in onderstaande link.

Link Afwijkingsregister

 

De controledocumenten moeten zich op een gemakkelijk toegankelijke plaats bevinden, zodat de inspectie ze op elk ogenblik kan controleren.  Bovendien geldt een specifieke bewaringsplicht: de documenten moet u, vanaf de inschrijving van de laatste vermelding, gedurende een periode van vijf jaar bewaren, tot het einde van de maand die volgt op het kwartaal waarin die laatste inschrijving is gebeurd.


SANCTIE:

De deeltijdse werknemers worden vermoed voltijds tewerkgesteld te zijn geweest (achterstallige RSZ-bijdragen dienen betaald te worden).

Strafsancties zijn mogelijk.

De wet heeft echter vastgelegd dat het om een weerlegbaar vermoeden gaat, maar onze ervaring leert ons dat men dan reeds de rechter dient te overtuigen …

 

Waar op letten bij het tewerkstellen van deeltijdse werknemers?

  • de deeltijdse werkt op vaste uren:
    • uurrooster vastleggen in de arbeidsovereenkomst
    • indien uurrooster wijzigt, dient men een bijlage bij het arbeidscontract te voegen
  • de deeltijdse werkt op wisselende uren:
    • een deeltijdse werkt bv. 30 uur per week, maar telkens op andere dagen en uren
    • het uurrooster dient minstens 5 dagen vooraf uitgehangen te worden op de werkplaats (of bv. via mail indien dit voorzien is in de CAO of het arbeidsreglement).
    • alle mogelijke uuroosters dienen steeds in het arbeidsreglement opgenomen te worden.
  • de deeltijdse werkt op andere uren of blijft langer door werken:
    • zoals hierboven beschreven, dient u dit alles te noteren in een afwijkingsregister.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)

 




Ontdek de nieuwe Startlening+ en KMO-cofinanciering

Bent u als starter of KMO op zoek naar een financiering?  Dan kunnen de nieuwe formules van het Participatiefonds Vlaanderen een interessante optie zijn.  De nieuwe formules vervangen met onmiddellijke ingang de bestaande Startlening, Starteo, Optimeo en BA+.

Deze nieuwe producten betekenen enerzijds een verruiming van de bedragen, alsook een verruiming van de doelgroep.  Voortaan kunnen niet enkel kleine, maar ook middelgrote ondernemingen in aanmerking komen voor financiering via PFV.

Voortaan kan u beroep doen op volgende financieringen:

Startlening+: Deze formule biedt alle starters de mogelijkheid om een achtergestelde lening tot € 100.000 (of maximum 4x de eigen inbreng) af te sluiten.  Vanaf nu komen dus niet alleen werkzoekenden hiervoor in aanmerking, maar alle starters die hoogstens 4 jaar actief zijn als zelfstandige in hoofdberoep.  De rentevoet is eveneens verlaagd naar 3%.  Voor werkzoekenden blijven er nog een aantal extra’s voorzien.  Lees meer over de voorwaarden en aanvraagprocedure.

Voor aanvragen en begeleiding bij de indiening van de Startlening kunt u zich wenden tot aanbrengers (zie o.a. onze partner in startersbegeleiding Startersnet, Sonja Van Remoortere) en kredietinstellingen waarmee het Participatiefonds samenwerkt.

KMO-cofinanciering: Dit is een achtergestelde lening van maximum € 350.000 (of 4x de eigen inbreng) bestemd voor starters en bestaande ondernemingen.  De lening wordt steeds gecombineerd met een cofinanciering van een bank, investeringsfonds of business angel(s).  De cofinancier staat in voor minstens 20% van de globale financieringsbehoefte.  Participatiefonds Vlaanderen kan tot 50% van de globale behoefte financieringen.  Lees meer over de voorwaarden en aanvraagprocedure.

 

(Bron: Agentschap Ondernemen Vlaanderen)