1

Geen federale intrestaftrek meer?

Buiten de begrotingsmaatregelen 2025 werden door de regering ook andere maatregelen aangekondigd dewelke een aanzienlijke impact kunnen hebben op de verschuldigde personenbelasting voor particulieren.

Het “Paasakkoord” voorziet immers in een maatregel dewelke eigenaars van meerdere onroerende goederen treft (verhuurd of niet verhuurd).

Voor inkomstenjaar 2025 zullen de betaalde intresten op de leningen van deze eigendommen niet langer in mindering kunnen gebracht worden van het belastbare onroerende inkomen.

Het spreekt voor zich dat deze maatregel een onmiddellijke en zware impact zal hebben op het huurrendement, de belastbare basis en de verschuldigde personenbelasting.

Vastgoed verkopen en een lening vervroegd terugbetalen?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/11/2025)




Een laatste voorafbetaling organiseren vóór 20/12/2025?

Zelfstandigen en vennootschappen waarvan het boekjaar afsluit per 31/12/2025 kunnen nog een laatste voorafbetaling organiseren vóór 20/12/2025.

De belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen bedraagt voor Aj 2026 immers het aanzienlijke percentage van 6,75%. En bovendien is deze belastingvermeerdering fiscaal niet aftrekbaar!

Wenst u deze sanctie te vermijden of te reduceren, dan is het noodzakelijk om voldoende voorafbetalingen te organiseren. Meer informatie omtrent deze voorafbetalingen:

Jonge vennootschappen en jonge zelfstandigen zijn niet gehouden tot voorafbetalingen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/11/2025)




Nog een tussentijds dividend of interimdividend uitkeren vóór 31/12/2025?

Tijdens de begrotingsonderhandelingen is er beslist dat het verminderde tarief van 15% voor VVPR-bis dividenden in KMO-vennootschappen zal worden opgetrokken van 15% naar 18%.

Het is nog niet duidelijk wanneer deze tariefwijziging wordt ingevoerd en of deze ook van toepassing zal zijn op de bestaande reserves van de vennootschap?

Vennootschappen die op deze verhoging wensen te anticiperen kunnen eventueel vóór het jaareinde nog overgaan tot de uitkering van een tussentijds en/of een interimdividend.

Bij de uitkeringen van deze dividenden mogen volgende verplichtingen niet uit het oog verloren worden:

  • Balanstest
  • Liquiditeitstest

Deze testen zijn noodzakelijk om na te gaan of de vennootschap na dividenduitkering in staat blijft om haar schulden te betalen.

Om deze uitkering te kunnen organiseren moeten uiteraard de noodzakelijke liquide middelen ter beschikking van de vennootschap zijn. In het andere geval zou de fiscus wel eens kunnen stellen dat er sprake is van fiscaal misbruik en dat de dividenduitkering enkel en alleen anticipeerde op de aangekondigde verhoging van het tarief roerende voorheffing.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/11/2025)




Wat brengt het begrotingsakkoord 2025 op fiscaal vlak?

Onze regering is het deze week eens geraakt over de begroting voor de komende jaren.  Aan de hand van de eerste nieuwsberichten dienen wij spijtig genoeg te concluderen dat er tal van aanvullende taksen en belastingen zullen volgen om de tekorten terug te dringen.

Bij deze reeds een eerste overzicht van de aangekondigde fiscale maatregelen:

  • De jaarlijkse effectentaks (voor portefeuilles > € 1 miljoen) wordt verhoogd van 0,15% naar 0,30%.
  • Dividenden uitkeren bij KMO-vennootschappen zal duurder worden. De verminderde roerende voorheffing van 15% zal worden opgetrokken naar 18%.
  • De uitkering van liquidatiereserves zal in de toekomst zwaarder belast worden om ook daar de fiscale druk op 18% te brengen in vergelijking met de uitkering van VVPR-bis dividenden.
  • De invoering van een meerwaardebelasting van 10% in de personenbelasting op de verkoop van financiële actie met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro meerwaarden.
  • Een nieuwe bankentaks wordt ingevoerd.
  • Een pakjestaks wordt ingevoerd op bestellingen bij niet Europese webshops
  • Een verhoging van de vliegtaks voor vluchten korte afstand
  • Een verhoging van het BTW-tarief van 6% naar 12% voor onder meer afhaalmaaltijden, hotels, campings, sport en ontspanning.
  • De afschaffing van de forfaitaire aftrek op inkomsten uit auteursrechten.

Er zal nog heel wat wetgevend werk aan de winkel zijn om tot invoering van deze maatregelen over te gaan en spijtig genoeg zijn er op dit ogenblik nog veel onduidelijkheden:

  • Worden oude liquidatiereserves ongemoeid gelaten ?
  • Kunnen oude reserves in een KMO-vennootschap in 2026 nog uitgekeerd worden aan het tarief van 15% of niet ?
  • Welke financiële activa zullen onder de meerwaardebelasting vallen ?

Wel staat vast dat de burger deze fiscale maatregelen maar ook de andere aangekondigde maatregelen zal voelen in de portefeuille.

Enerzijds kan er begrip opgebracht worden voor deze maatregelen gezien de budgettaire toestand van de schatkist. Anderzijds moet men begrijpen dat deze tekorten niet ten allen tijde aangevuld kunnen worden met nieuwe belastingen. Deze zetten immers een rem op  ondernemingszin, consumptie en werklust.

Vandaar een nieuwe oproep aan Arizona om gedurende de resterende regeerperiode aandacht te besteden aan volgende topics:

  • Minder overheid en minder overheidsbeslag – overheid beperken tot kerntaken
  • Minder regelneverij en administratieve vereenvoudiging
  • Meer rechtszekerheid

Vereenvoudiging en rechtszekerheid zullen immers een onmiddellijke impact hebben op het overheidsbeslag.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/11/2025)




Quid toekomstige fiscale aftrek in de vennootschapsbelasting voor personenwagens?

In onze nieuwsbrief van 29/04/2025 waren wij tevreden een akkoord binnen de federale regering te kunnen aankondigen met betrekking tot de fiscale aftrekbaarheid van Plug- in hybride wagens.

Achteraf bleek dit akkoord in strijd te zijn met Europese regels en belandde het spijtig genoeg in de prullenmand.

De fiscale aftrek van deze wagens wordt berekend op basis van de gram-formule:

120% – (0,5 x brandstofcoëfficiënt x gram C02/km)

Maar Plug-in hybride wagens aangekocht in de periode 01/07/2023 tot en met 31/12/2025 komen terecht in het eerdere fiscale uitdoofscenario dat werd voorzien:

  • 2024: 100% maximale aftrek
  • 2025: 75% maximale aftrek
  • 2026: 50% maximale aftrek
  • 2027: 25% maximale aftrek
  • 2028 en volgende: 0% fiscale aftrek

Plug-in hybride wagens dewelke aangekocht worden vanaf 01/01/2026 zullen geen enkele fiscale aftrek meer genieten in de vennootschapsbelasting. Dit geldt ook voor de wagens op fossiele brandstoffen door de vennootschap aangekocht vanaf 01/01/2026.

Ook aan de 100% fiscale aftrekbaarheid voor elektrische voertuigen komt een einde vanaf 01/01/2027. De toekomstige fiscale aftrek in de vennootschapsbelasting van elektrische wagens (koolstofemissievrije wagens) wordt bepaald aan de hand van het aankoopjaar:

  • Vóór 01/01/2027:      100%
  • Aankoop 2027:            95%
  • Aankoop 2028:            90%
  • Aankoop 2029:         82,5%
  • Aankoop 2030:            75%
  • Aankoop 2031:         67,5%

Rekening houdende met het gegeven dat op vandaag de fiscale aftrek van personenwagens voor vele wagens nog geschiedt op basis van de gram-formule, kunnen wij besluiten dat deze beslissingen uiteindelijk aanleiding zullen geven tot administratieve en fiscale vereenvoudiging als het huidige wagenpark vervangen is. Laat dit een troost wezen.

Bovendien is het gegeven dat een fossiele wagen niet langer fiscaal aftrekbaar zal zijn niet altijd een financieel nadeel indien men het kostenplaatje van dit voertuig gaat vergelijken met het kostenplaatje van een gelijkaardig elektrisch voertuig.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/10/2025)




Verplichte E-facturatie vanaf 01/01/2026 – Herinnering!!

Wij voelen ons nogmaals genoodzaakt om de verplichte E-facturatie vanaf 01/01/2026 onder de aandacht te brengen. In de praktijk stellen wij immers vast dat veel zelfstandigen en vennootschappen op vandaag nog niet Peppol-proof zijn.

De E-facturatie zal vanaf 01/01/2026 verplicht zijn voor goederen en diensten in België tussen Belgische BTW-plichtigen en dewelke niet vrijgesteld zijn ten gevolge artikel 44 van het BTW-wetboek.

De verplichte E-facturatie geldt ook voor BTW-plichtigen onder de vrijstellingsregeling kleine ondernemingen.

Facturen aan particulieren of niet BTW-plichtige ondernemingen vallen buiten de verplichting en kunnen op de klassieke manier opgemaakt worden.

Als BTW-plichtige onderneming is het dus uitermate belangrijk dat u vanaf 01/01/2026:

  • E-facturen kan ontvangen van Uw Belgische BTW-plichtige leveranciers
  • E-facturen kan verzenden aan Uw Belgische BTW-plichtige klanten

Een E-factuur staat niet gelijk met een document in PDF of Excel. Een E-factuur is een gestructureerd XML-bestand in UBL-formaat. Om deze facturen te kunnen opstellen en te ontvangen is er noodzaak aan specifieke softwaretoepassingen.

Indien U vanaf 01/01/2026 niet handelt conform de wettelijke verplichtingen zijn aanzienlijke BTW-boetes niet uitgesloten:

  • 1e overtreding = 1.500 €
  • 2e overtreding = 3.000 €
  • 3e overtreding = 5.000 €

Wacht niet tot het allerlaatste ogenblik om uw onderneming klaar te maken voor deze nieuwe verplichting. Bovendien zijn wij ervan overtuigd dat deze verplichte E-facturatie op termijn administratieve voordelen zal bieden.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/10/2025)




Hoeveel bedraagt de sociale bijdrage voor vennootschappen in 2025?

Ook vennootschappen betalen een éénmalige jaarlijkse sociale bijdrage. Eerstdaags zullen deze afrekeningen uitgestuurd worden door de diverse sociale kassen.

De bijdrage 2025 bedraagt:

  • 399,73 euro indien het balanstotaal 2023 < 858.605,72 euro
  • 998,47 euro indien het balanstotaal > 858.605,72 euro

De bijdrage is verschuldigd door de vennootschap vóór 31/12/2025.

Voor sommige vennootschappen is er in een vrijstelling voorzien gedurende de eerste 3 jaren.

Heeft uw vennootschap in 2025 geen activiteiten gehad dan is er geen vennootschapsbijdrage verschuldigd op voorwaarde dat de fiscus een attest van non-activiteit aanlevert.

U zal het attest van non-activiteit moeten voorleggen aan de sociale kas om de uiteindelijke vrijstelling te claimen.

Een vennootschap die ontbonden is of vereffend wordt, is geen sociale bijdrage meer verschuldigd op voorwaarde dat deze toestand kan worden bewezen aan de hand van de publicaties in het Belgisch Staatsblad. Ook gefailleerde vennootschappen zullen niet langer gehouden zijn om de sociale bijdrage 2025 te voldoen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/10/2025)




Optimaliseer uw voorlopige sociale bijdragen 2025 voor het jaareinde!

Een zelfstandige of een zelfstandig bedrijfsleider is onderworpen aan sociale bijdragen en betaalt voorlopige sociale bijdragen 2025 op basis van een gebruteerd inkomen 2022.  Jonge zelfstandigen betalen voorlopige sociale bijdragen op een geschat inkomen of betalen de minimum kwartaalbijdrage.

Het is van belang dat u deze voorlopige bijdragen 2025 zo correct mogelijk inschat op basis van het verwachte inkomen 2025 en desnoods een herberekening vraagt van uw voorlopige sociale bijdragen 2025. De sociale bijdragen voor het 4e kwartaal 2025 en de gevraagde herziening zal u uiteindelijk moeten betalen voor eind december 2025.

Niet alleen kan een toekomstige zware afrekening van de bijdragen 2025 worden vermeden maar anderzijds kan u deze betaalde sociale bijdragen in 2025 fiscaal in rekening brengen in de aangifte personenbelasting.

In het geval er te veel voorlopige sociale bijdragen worden betaald, kan er een vermindering gevraagd worden.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/10/2025)




Een nieuwe voorafbetalingen organiseren vóór 10/10/2025?

Zelfstandigen en de meeste vennootschappen kunnen een eerstvolgende voorafbetaling organiseren vóór 10/10/2025.

De belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen bedraagt voor Aj 2026 immers het aanzienlijke percentage van 6,75%. En bovendien is deze belastingvermeerdering fiscaal niet aftrekbaar!

Wenst u deze sanctie te vermijden of te reduceren, dan is het noodzakelijk om voldoende voorafbetalingen te organiseren.  Meer informatie omtrent deze voorafbetalingen:

Jonge vennootschappen en jonge zelfstandigen zijn niet gehouden tot voorafbetalingen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 26/09/2025)




Liquidatiereserves uitkeren na een sperperiode van 3 jaar?

Vanaf 29/07/2025 kunnen bestaande liquidatiereserves in een vennootschap na een sperperiode van 3 jaar worden uitgekeerd (in plaats van 5 jaar) aan een verminderde tarief van 6,5 % roerende voorheffing.

Wordt de sperperiode van 5 jaar gerespecteerd dan kunnen deze liquidatiereserves uitgekeerd worden aan het verminderde tarief van 5% roerende voorheffing.

Voor de liquidatiereserves dewelke worden aangelegd vanaf Aj 2026 zal enkel nog de wachttermijn gelden van 3 jaar en de verminderde roerende voorheffing van 6,5%.

Bij de liquidatie van een vennootschap wordt de uitkering van liquidatiereserves niet onderworpen aan roerende voorheffing.

Heeft u dus niet onmiddellijk behoefte aan persoonlijke middelen uit de vennootschap dan is het fiscaal aangewezen om de uiteindelijke liquidatie van de vennootschap af te wachten. Zo kan u roerende voorheffing besparen op de aanwezige liquidatiereserves in de vennootschap.

Financieel kan er toch een uitkering van de liquidatiereserves met roerende voorheffing overwogen worden in de veronderstelling dat het rendement van de netto dividenden op korte termijn de betaalde roerende voorheffing kan compenseren en overtreffen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 26/09/2025)