1

De waarde van mijn belangrijke participatie per 31/12/2025 laten waarderen in 2026?

De aangekondigde meerwaardebelasting vanaf 1 januari 2026 zorgt voor heel wat beroering bij ondernemers en investeerders. Vooral voor wie in persoonlijke naam een belangrijke participatie in een vennootschap bezit, is er één datum die met stip in de agenda moet worden genoteerd: 31 december 2025.

Een correcte waardering van uw aandelen op die dag kan u in de toekomst een aanzienlijke som aan belastingen besparen.

Een persoonlijk aandelenbezit van 20% in een vennootschap zal aanzien worden als een belangrijke participatie en de meerwaarden op deze participatie zullen vanaf 2026 als volgt belast worden:

  • 0 – 1.000.000 € meerwaarde                vrijgesteld
  • 1.000.001 – 2.500.000                           1,25%
  • 2.500.001 – 5.000.000                           2,50%
  • 5.000.001 – 10.000.000                         5,00%
  • Boven 10.000.000 €                              10,00%

De meerwaarde wordt als volgt bepaald:

  • Verkoopwaarde – waarde 31/12/2025 = belastbare meerwaarde personenbelasting

Om toekomstige fiscale betwistingen over de waarde 31/12/2025 en de uiteindelijke meerwaarde te vermijden, is het aan te bevelen om zo spoedig mogelijk een waardering van de aandelen per 31/12/2025 te laten opstellen door een onafhankelijke deskundige.

Het spreekt voor zich dat deze oefening overbodig is als u nu reeds weet dat de aandelen nooit zullen verkocht worden of als er nooit een meerwaarde van meer dan 1.000.000 euro zal worden gerealiseerd.

Is er geen waardering van de aandelen per 31/12/2025 dan zal de fiscus de waarde van deze aandelen per 31/12/2025 wellicht als volgt bepalen:

  • Waarde = Netto eigen vermogen + (4 x EBITDA)

De waardering via deze standaardformule zou in de praktijk wel eens ver kunnen afwijken van de realiteit!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/03/2026)




Een voorafbetaling organiseren vóór 10/04/2026?

Vennootschappen kunnen de aanzienlijke en fiscaal niet aftrekbare belastingvermeerdering van 6,75% neutraliseren en/of reduceren door het uitvoeren van voorafbetalingen in de vennootschapsbelasting.

Een eerstvolgende voorafbetaling en een belangrijke voor de vennootschappen dewelke afsluiten per 31/12, kan geschieden vóór 10/04/2026.

Alhoewel het nog geen wet is, ziet het er naar uit dat eenmanszaken niet langer gehouden zullen worden om voorafbetalingen uit te voeren in de personenbelasting.

Eenmanszaken zullen dus vanaf Aj 2027 inkomstenjaar 2026 niet langer geconfronteerd worden met een belastingverhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen.

Doen deze eenmanszaken wel voorafbetalingen in de personenbelasting dan zullen zij een bonificatie ontvangen. Deze bonificatie voor de uitgevoerde voorafbetalingen zal bedragen:

  • Voor 10/04/2026                3%
  • Voor 10/07/2026                2,5%
  • Voor 10/10/2026                2%
  • Voor 20/12/2026                1,5%
  • Voor 20/02/2027                1%

Een eenmanszaak zal dus ook nog voorafbetalingen kunnen doen voor het inkomstenjaar 2026 en dit na afsluiting van het boekjaar maar uiterlijk op 20/02/2027.

De evolutie van sancties naar beloning inzake de voorafbetalingen personenbelasting is toe te juichen. Wellicht was een gelijkaardige evolutie in de vennootschapsbelasting budgettair niet haalbaar, maar hoop doet leven.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/03/2026)




Oeps, foutje? 10% belastingverhoging! Retroactief betwisten ?

In het verleden was de fiscus eerlijk gezegd streng met het boetebeleid. Een kleine vergetelheid of fout in de aangifte en de belastingverhoging in de personenbelasting/vennootschapsbelasting van 10% bij een eerste overtreding was een feit.

Of de belastingplichtige nu ter goeder of ter kwader trouw was maakte geen verschil. Een ferme tik op de vingers en een belastingverhoging van 10% betalen was de boodschap.

Sinds de programmawet van 18 juli 2025 mag de fiscus geen belastingverhogingen meer opleggen voor een eerste overtreding ter goeder trouw. Rekening houdende met de huidige complexiteit van de fiscale wetgeving is deze nieuwe wet alleen maar toe te juichen.

In principe gelden deze regels voor aanslagen gevestigd in de personen- en vennootschapsbelasting vanaf 29 juli 2025.

Vergeet wel niet om toepassing te vragen van deze programmawet in lopende geschillen met de fiscus of aanslagbiljetten met belastingverhogingen van 10% vanaf 29 juli 2025. Dit daar deze mildere bestraffing volgens de fiscale rechter retroactief werkt!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




De personenwagen anno 2026 en volgende in de vennootschapsbelasting?

De fiscale weg voor personenwagens in de vennootschapsbelasting moet alsmaar groener en de boodschap van de overheid is glashelder. Wie niet volgt krijgt geen fiscale voordelen meer.

Alle niet-emissievrije personenwagens aangekocht vanaf 01/01/2026 zullen geen fiscale aftrek meer genieten in de vennootschapsbelasting. Dit impliceert dat enkel de kost van de wagen die overeenstemt met het belastbare voordeel alle aard in de personenbelasting nog wordt aanvaard. Het saldo van de kosten is niet langer fiscaal aftrekbaar in de vennootschapsbelasting!

Voor elektrische voertuigen is het ondertussen ook duidelijk:

  • Aankoop/huur/lease 2026 en voorgaande jaren       100%          fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2027                                              95%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2028                                              90%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2029                                              82,50%      fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2030                                              75%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2031                                              67,50%      fiscaal aftrekbaar

Deze toekomstige daling van de aftrek voor elektrische voertuigen heeft al veel minder te maken met de vergroening van het wagenpark maar is eerder een voorzorg voor de schatkist en het innen van belastingen.

Voor de niet-emissievrije personenwagens (aankoop/huur/lease in de periode vanaf 01/07/2023 tot en met 31/12/2025) is er voorzien in een uitdoofscenario qua fiscale aftrek. De aftrek van deze wagens zal geschieden op basis van de gekende gramformule maar met een maximum van:

  • Aj 2026 – boekjaar 2025: maximum 75%
  • Aj 2027 – boekjaar 2026: maximum 50%
  • Aj 2028 – boekjaar 2027: maximum 25%
  • Aj 2029 – boekjaar 2028: 0%

Voor wagens die werden aangekocht vóór 01/07/2023 wijzigt er niets en blijft de oude aftrekregeling op basis van de gramformule bestaan:

  • 120% – (0,5% x een coëfficiënt x aantal gram CO2 per kilometer)

De aftrekregeling inzake personenwagens is een onontwarbaar kluwen geworden. Wat ooit een eenvoudige regel was (75% aftrek), is geëvolueerd tot een complex labyrint en in de praktijk een bron van administratieve overlast die constante waakzaamheid vereist.

En wat als onze Europese auto-industrie een duwtje in de rug kan gebruiken en/of de elektriciteitsnetwerken falen?

Terug naar af of vragen we dan Marc Coucke om een filmpje te maken?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




De nieuwe verloningspuzzel komt eraan!

Eerstdaags zal er een wet worden goedgekeurd die één van de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde KMO-tarief in de vennootschapsbelasting zal wijzigen.

Voor Aj 2026 en vorige was het voldoende dat er minimaal 45.000 euro brutoloon en voordelen alle aard werden toegekend aan één bedrijfsleider om het KMO-tarief te kunnen genieten. De vennootschap kon ook genieten van het KMO-tarief indien de verloning aan één van de bedrijfsleiders hoger was dan het belastbare resultaat van de vennootschap.

Dit was eenvoudig maar het wordt weer wat ingewikkelder.

Vanaf 01/01/2026 wordt deze verloningsvoorwaarde aangepast en voor Aj 2027 zal deze minimale verloning aan één bedrijfsleider op jaarbasis minstens 50.000 euro moeten bedragen. De wetgever zal ook voorzien in een jaarlijkse indexering van dit bedrag.

Bovendien mogen de forfaitair bepaalde voordelen alle aard niet meer bedragen dan 20% van de totale bezoldiging.

Uiteraard zal de vennootschap ook nog moeten voldoen aan de andere voorwaarden om dit KMO-tarief te genieten:

  • De vennootschap is een kleine vennootschap
  • De vennootschap is geen financiële vennootschap
  • Meer dan 50% van de aandelen van de vennootschap moet in handen zijn van natuurlijke personen

De bezoldigingsvoorwaarde is niet van toepassing voor jonge vennootschappen en dit gedurende de eerste vier boekjaren.

Rekening houdende met voorgaande is het tijd om aan de berekeningen te beginnen en om een optimale bezoldiging te bepalen in de wetenschap dat deze bezoldiging niet alleen een impact heeft op het tarief vennootschapsbelasting maar ook op andere gebieden zoals sociale bijdragen, IPT-verzekering, wettelijk pensioen, …

Misschien niet langer opteren voor het verlaagde tarief KMO en de verloning verlagen in plaats van verhogen? Of toch verhogen?

Zie het als een strategisch spelletje schaak met de fiscus, en wij helpen u graag om de winnende zet te doen!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




Wetsontwerp diverse bepalingen vennootschapsbelasting goedgekeurd

Ook inzake vennootschapsbelasting werd het wetsontwerp diverse bepalingen goedgekeurd door de kamer op 11 december 2025.

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op het volgende:

  • De investeringsaftrek wordt onbeperkt in de tijd overdraagbaar.
  • Tarief thematische investeringsaftrek van 30% naar 40% voor grote vennootschappen.
  • Een afzonderlijke vennootschapsbelasting van 5% op meerwaarden DBI-beleggingen (BEVEK’s en vastgoedvennootschappen).
  • Verrekening van roerende voorheffing DBI-BEVEK dividenden met de vennootschapsbelasting enkel mogelijk indien de vennootschap de minimumbezoldiging toekent aan haar bedrijfsleider overeenkomstig art 215 WIB92.
  • De vrijstelling van meerwaarden op bedrijfsvoertuigen wordt afgeschaft vanaf 01/09/2025.

Het spreekt voor zich dat deze wet diverse bepalingen een impact zal hebben op de fiscale situatie van een vennootschapsdossier.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 22/12/2025)




Nog een tussentijds dividend of interimdividend uitkeren vóór 31/12/2025?

Tijdens de begrotingsonderhandelingen is er beslist dat het verminderde tarief van 15% voor VVPR-bis dividenden in KMO-vennootschappen zal worden opgetrokken van 15% naar 18%.

Het is nog niet duidelijk wanneer deze tariefwijziging wordt ingevoerd en of deze ook van toepassing zal zijn op de bestaande reserves van de vennootschap?

Vennootschappen die op deze verhoging wensen te anticiperen kunnen eventueel vóór het jaareinde nog overgaan tot de uitkering van een tussentijds en/of een interimdividend.

Bij de uitkeringen van deze dividenden mogen volgende verplichtingen niet uit het oog verloren worden:

  • Balanstest
  • Liquiditeitstest

Deze testen zijn noodzakelijk om na te gaan of de vennootschap na dividenduitkering in staat blijft om haar schulden te betalen.

Om deze uitkering te kunnen organiseren moeten uiteraard de noodzakelijke liquide middelen ter beschikking van de vennootschap zijn. In het andere geval zou de fiscus wel eens kunnen stellen dat er sprake is van fiscaal misbruik en dat de dividenduitkering enkel en alleen anticipeerde op de aangekondigde verhoging van het tarief roerende voorheffing.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/11/2025)




Hoeveel bedraagt de sociale bijdrage voor vennootschappen in 2025?

Ook vennootschappen betalen een éénmalige jaarlijkse sociale bijdrage. Eerstdaags zullen deze afrekeningen uitgestuurd worden door de diverse sociale kassen.

De bijdrage 2025 bedraagt:

  • 399,73 euro indien het balanstotaal 2023 < 858.605,72 euro
  • 998,47 euro indien het balanstotaal > 858.605,72 euro

De bijdrage is verschuldigd door de vennootschap vóór 31/12/2025.

Voor sommige vennootschappen is er in een vrijstelling voorzien gedurende de eerste 3 jaren.

Heeft uw vennootschap in 2025 geen activiteiten gehad dan is er geen vennootschapsbijdrage verschuldigd op voorwaarde dat de fiscus een attest van non-activiteit aanlevert.

U zal het attest van non-activiteit moeten voorleggen aan de sociale kas om de uiteindelijke vrijstelling te claimen.

Een vennootschap die ontbonden is of vereffend wordt, is geen sociale bijdrage meer verschuldigd op voorwaarde dat deze toestand kan worden bewezen aan de hand van de publicaties in het Belgisch Staatsblad. Ook gefailleerde vennootschappen zullen niet langer gehouden zijn om de sociale bijdrage 2025 te voldoen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/10/2025)




Een nieuwe voorafbetalingen organiseren vóór 10/10/2025?

Zelfstandigen en de meeste vennootschappen kunnen een eerstvolgende voorafbetaling organiseren vóór 10/10/2025.

De belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen bedraagt voor Aj 2026 immers het aanzienlijke percentage van 6,75%. En bovendien is deze belastingvermeerdering fiscaal niet aftrekbaar!

Wenst u deze sanctie te vermijden of te reduceren, dan is het noodzakelijk om voldoende voorafbetalingen te organiseren.  Meer informatie omtrent deze voorafbetalingen:

Jonge vennootschappen en jonge zelfstandigen zijn niet gehouden tot voorafbetalingen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 26/09/2025)




Liquidatiereserves uitkeren na een sperperiode van 3 jaar?

Vanaf 29/07/2025 kunnen bestaande liquidatiereserves in een vennootschap na een sperperiode van 3 jaar worden uitgekeerd (in plaats van 5 jaar) aan een verminderde tarief van 6,5 % roerende voorheffing.

Wordt de sperperiode van 5 jaar gerespecteerd dan kunnen deze liquidatiereserves uitgekeerd worden aan het verminderde tarief van 5% roerende voorheffing.

Voor de liquidatiereserves dewelke worden aangelegd vanaf Aj 2026 zal enkel nog de wachttermijn gelden van 3 jaar en de verminderde roerende voorheffing van 6,5%.

Bij de liquidatie van een vennootschap wordt de uitkering van liquidatiereserves niet onderworpen aan roerende voorheffing.

Heeft u dus niet onmiddellijk behoefte aan persoonlijke middelen uit de vennootschap dan is het fiscaal aangewezen om de uiteindelijke liquidatie van de vennootschap af te wachten. Zo kan u roerende voorheffing besparen op de aanwezige liquidatiereserves in de vennootschap.

Financieel kan er toch een uitkering van de liquidatiereserves met roerende voorheffing overwogen worden in de veronderstelling dat het rendement van de netto dividenden op korte termijn de betaalde roerende voorheffing kan compenseren en overtreffen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 26/09/2025)