1

Hoe fiscaal voordelig een geschenk geven aan uw relaties en medewerkers?

Relatiegeschenken geven aan uw zakenrelaties en personeel ter gelegenheid van een huwelijk, verjaardag, pensionering, … het is een mooie geste.  Nu het eindejaar in aantocht is, toch even resumeren wat kan en mag, want … de fiscus kijkt mee.

 

Kosten van relatiegeschenken aan zakenrelaties zijn voor 50% aftrekbaar

Belangrijk is dan wel dat u zich beperkt tot een maximaal bedrag van € 125,00 per jaar en per persoon.

Bedraagt het bedrag toch meer dan € 125,00, dan beschouwt de fiscus dit als een “voordeel alle aard” en moet er een fiche 281.50 opgemaakt worden.  De zakenrelatie zal hierop dan belast worden (een vergiftigd geschenk dus …), maar de kost is dan voor de schenker wel 100% aftrekbaar.

De btw op relatiegeschenken is volledig recupereerbaar indien dit per geschenk én per klant minder dan € 50,00 (exclusief btw) bedraagt.  Is het bedrag hoger, dan is de btw niet aftrekbaar.

Uiteraard is geweten dat btw op alcohol en rookwaren nooit aftrekbaar is.

Voor relatiegeschenken aan particulieren geldt die grens van € 125,00 niet, de uitgave is dan ook maar voor 50% aftrekbaar.

 

Reclameartikelen

Regelmatig wordt ons gevraagd of reclameartikelen ook onder deze beperking vallen.

Reclameartikelen, die geen verbruiksgoederen zijn, waarop duidelijk het logo, de naam, het adres, het telefoonnummer, de website, … staan, zijn voor 100% aftrekbaar, zowel fiscaal als voor de btw.

Meestal vallen hieronder: agenda’s, kalenders, onderleggers, balpennen, petten, T-shirts, …

 

Geschenken aan personeel

Geschenken aan het personeel bij bepaalde gelegenheden zijn fiscaal aftrekbaar, btw-recupereerbaar en RSZ vrijgesteld als zij het bedrag van € 35,00 (inclusief btw) per persoon (plus € 35,00 per kind) per jaar niet overtreffen.

Betreft het een pensionering, dan wordt een fiscaal bedrag van € 35,00 per dienstjaar aanvaard.  Maar de btw is niet recupereerbaar als het geschenk meer kost dan € 50,00 (exclusief btw).  Voor de RSZ echter geldt er een maximum aan vrijstelling van € 875,00.

Wilt u een werknemer belonen die 25 jaar of 35 jaar dienst heeft, dan kan u als werkgever een premie geven, vrij van belastingen en RSZ, van maximaal één (25 jaar) en maximaal twee (35 jaar) brutomaandlonen.  Deze kost is echter fiscaal niet aftrekbaar.

Bij een huwelijk/wettelijke samenwoning is het geschenk voor de werknemer vrijgesteld van belastingen tot € 200,00.

Het geschenk is voor de schenker volledig aftrekbaar, ook indien het € 200,00 overtreft (fiche 281.10 opmaken).  De btw is niet recupereerbaar.  Er is slechts een vrijstelling RSZ tot € 200,00.

 

Tickets voor een evenement

Tickets voor films, theater, sportwedstrijden etc., het is altijd leuk om ze te mogen ontvangen.
Maar ook hier blijft de fiscus/btw waakzaam.

Vooreerst gaan wij ervan uit dat deze tickets echt beroepsmatig zijn.

Fiscaal gezien heeft de fiscus al aangegeven dat het aanbieden van gratis tickets voor klanten aftrekbaar zijn en niet belastbaar in hoofde van de genieter. De fiscus heeft dit reeds meerdere malen bevestigd voor sportwedstrijden, culturele activiteiten etc.

Maar voor de aftrek btw ligt het weer heel wat moeilijker.

Het is goed om weten dat de € 50,00 grens voor de btw hier niet van toepassing is, men geeft immers geen goed, weg maar een dienst.

Geeft u tickets aan uw klanten weg, dan is de btw niet aftrekbaar, tenzij u kan bewijzen dat u echt aanwezige publiciteit voert die “vermoedelijke verkopen“ kan aantonen.
Deze 100 % aftrekbaarheid geldt tevens voor sponsoring van een evenement, waarbij u gratis tickets hebt gekregen.
Geeft u tickets weg bij de verkoop van een product, dan is ook hier de btw aftrekbaar.
Verloot u echter tickets, dan is de btw weer niet aftrekbaar.

Geeft u tickets aan uw medewerkers, dan is de btw enkel aftrekbaar als u de tickets geeft aan al uw medewerkers. Dan is het immers een sociaal voordeel.

Een goede raad: zorg ervoor dat u volwaardige facturen van de tickets kunt voorleggen, publiciteit terzake bijhoudt, mailings kunt voorleggen, namen noteert, eventuele foto’s neemt.
Het kan uw dossier alleen maar sterker maken.

 

Prijzen bij tombola’s, braderijen etc.

Zijn fiscaal aftrekbaar, wat de btw betreft dien je hier rekening te houden met de aankoopprijs exclusief btw. Ligt deze hoger dan € 50,00, dan is de btw niet aftrekbaar.

 

Tip:

De Administratie zal altijd erg geïnteresseerd meekijken bij het uitdelen van relatiegeschenken.  Zorg daarom voor een gedetailleerde lijst van wie wat gekregen heeft.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




De forfaitaire onkostenvergoeding is een niet-belaste vergoeding zonder sociale bijdragen.

Zowel de bedrijfsleiders als de werknemers kunnen een forfaitaire onkostenvergoeding krijgen. Er is niets mis met een forfaitaire kostenvergoeding, maar u moet die wel kunnen onderbouwen.
Forfaitair wil eigenlijk zeggen dat de vennootschap u een vast bedrag per maand terugbetaalt als kosten die eigenlijk de vennootschap zou moeten dragen. Aangezien het forfaitaire kosten zijn dient  u geen facturen, bonnetjes e.d. voor te leggen.

Elke onkostenvergoeding moet vermeld worden op de loonfiche. Hoe dient u dit op te nemen op de fiche?

Terugbetaling op basis van bewijsstukken → vermelding op loonfiche:  ja – bewijsstukken (geen bedrag)
Forfaitaire vergoeding op ernstige normen → vermelding op loonfiche:  ja – ernstige normen (geen bedrag)
Forfaitaire vergoeding zonder ernstige normen → vermelding op loonfiche:  ja en het betaald bedrag

Bij het niet vermelden van deze kosten op de loonfiche riskeert u een aanslag geheime commissielonen van 103%.

Ernstige normen houdt in dat de onkosten gebaseerd zijn op bv. de vergoeding voor ambtenaren, ernstige vaststellingen, vergelijkingen.


Deze forfaitaire kosten kunnen omvatten:

  • internetkosten, abonnement bvb. 50%
  • gebruik van een voorbestemde ruimte in de woning
  • energiekosten voor deze voorbestemde ruimte (verwarming, elektriciteit, onderhoud)
  • klein  bureelmateriaal zoals papier, cartridges e.d.
  • afschrijving apparatuur zoals computer, printer
  • afschrijving bureelmeubilair zoals bureau, stoel, kast
  • verzekering voor brand en diefstal
  • deel van gemeente-en provinciebelasting
  • beroepsmatige tijdschriften en boeken
  • telefoonkosten vast toestel (indien op privé-naam), telefoonkosten gsm (indien privé-bezit)
  • secundaire autokosten, ook al is de auto van de zaak door bvb verplichting de auto proper te houden, stalling, klein onderhoud
  • parkingkosten
  • kosten van taxi en openbaar vervoer
  • kilometervergoeding voor beroepsverplaatsingen met privé-auto
  • indien geen er geen maaltijdcheques gegeven worden een maaltijdvergoeding voor verplaatsingen in België
  • kleine representatiekosten bv. u bent aangesloten bij verschillende clubs en kan niet anders dan deelnemen en bv. kaarten kopen
  • traktatiekosten aan klanten, hieronder vallen ook restaurantkosten
  • kosten voor geschenken aan klanten bij speciale gelegenheden


Advies:

  • Overdrijf zeker niet, maar al bij al kan deze vergoeding toch al over een degelijk bedrag per maand gaan.
  • Onderbouw uw onkostenvergoeding.
  • Vermeld zeker de onkostenvergoeding op de loonfiche.
  • Geef niet iedereen dezelfde onkostenvergoeding.
  • Mits goed onderbouwd, voelt u zich ook gesteund door de Vlaamse regering. Die kent ook een onkostenvergoeding toe aan de inspecteurs van Financiën.
  • Soms is er voor de vennootschap wel een beperkte aftrekbaarheid, bv. voor de autokosten.
  • Volgens de functie kan een onderbouwde onkostenvergoeding al snel 210 tot 350 € bedragen.
  • And last but not least: geniet van deze forfaitaire onkostenvergoeding.

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Liquidatiereserve: uitbreiding naar boekjaar 2012 en 2013 !!!

Vennootschapswinsten uitkeren aan 15 %, het kan nog steeds.
In onze nieuwsbrief van februari 2015 bespraken wij uitvoerig de nieuwe regeling i.v.m. de liquidatiereserve.
Link artikel “Nieuwe permanente regeling liquidatiereserve start reeds voor de inkomsten 2014 (aj. 2015)”

Waar deze liquidatiereserve in eerste instantie beperkt was tot de winsten van boekjaar 2014 werd onlangs beslist dat deze liquidatiereserve nu ook reeds voor de boekjaren 2012 en 2013 in de jaarrekening van boekjaar 2014 mag aangelegd worden.


Wat zijn de specifieke regelingen voor de boekjaren 2012 en 2013?

  • De modaliteiten blijven behouden, maar het is wel zo dat het voldoende is dat de vennootschap in die boekjaren een KMO was. Heeft de vennootschap nadien het statuut van grote vennootschap verworven, dan vormt dit geen probleem.
  • De maximale liquidatiereserve is de boekhoudkundige winst na belastingen van het boekjaar 2012 en/of boekjaar 2013 (code 9905 van de jaarrekening).
  • Dezelfde tarieven van belasting gelden, maar de sperperiode van 5 jaar (liquidatiereserve uitkeren als dividend aan 5%) begint pas te lopen op het einde van het boekjaar waarin de vennootschap deze reserve heeft aangelegd.
  • Voor de belasting van 10% op de bijzondere liquidatiereserve moet u
    • uiterlijk op 30.11.2015 voor de reserve van boekjaar 2012
    • uiterlijk op 30.11.2016 voor de reserve van boekjaar 2013

een bijzondere aangifte indienen die u moet toevoegen aan de aangifte vennootschapsbelasting van het boekjaar waarin u de reserve aanlegt.

  • De 10% heffing moet betaald worden op het ogenblik dat u de aparte aangifte indient, maar uiterlijk op 30.11.2015 (boekjaar 2012) of 30.11.2016 (boekjaar 2013).
  • De boeking van de liquidatiereserve boekjaar 2012 en 2013 moet niet in 2014 gebeuren. U hoeft de goedkeuring van de jaarrekening over 2014 dus niet uit te stellen of een goedgekeurde jaarrekening voor 2014 niet te wijzigen.


Advies:

  • Hebt u binnen afzienbare tijd vereffeningsplannen, dan is de aanleg van deze  liquidatiereserve zeker aan te raden.
  • Wilt u niet wachten tot liquidatie om gelden uit uw vennootschap te halen, dan is deze regeling zeker een optimalisatie, aangezien u na 5 jaar mits 5% extra belasting een dividend kan uitkeren aan uzelf.
  • U kunt via uw vennootschapsaangifte kiezen voor bepaalde fiscale voordelen die echter niet allemaal combineerbaar zijn. Wij hebben ondertussen al de notionele interestaftrek, de investeringsaftrek, de investeringsreserve en de liquidatiereserve. Het is een moeilijke keuze, maar voor veel vennootschappen is de keuze tussen notionele interestaftrek en liquidatiereserve of investeringsaftrek en liquidatiereserve de meest voordelige.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Monsterboete van 309% verlaagd vanaf 2015, maar is ook voor hangende zaken van toepassing

Het nieuwe federale regeerakkoord bevat een verlaging van de monsterboete t.o.v. vennootschappen inzake geheime commissielonen van:

  • 309% naar 103% voor natuurlijke personen
  • van 309% naar 51,5% voor vennootschappen

Wat is een geheim commissieloon?

Een aanslag geheime commissielonen is van toepassing op bezoldigingen, erelonen, commissies en voordelen alle aard, … die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave.  Ook verdoken meerwinsten kunnen aan de aanslag onderworpen worden.

De taxatie geheime commissielonen zal niet langer gekoppeld worden aan het ontbreken van een fiche, maar aan het niet (tijdig) op ondubbelzinnige wijze kenbaar maken van de identiteit van de genieter.

  • Eigenlijk betekent dit dat de verkrijger van het voordeel moet gekend zijn binnen de 2,5 jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar en dit op ondubbelzinnige wijze.
  • In de praktijk betekent dit dat de monsterboete van 309% niet meer van toepassing zal zijn.
  • De nieuwe regeling geldt vanaf 29/12/2014 en is ook van toepassing op alle hangende geschillen.
  • Een eventuele aanslag geheime commissielonen blijft een aftrekbare kost, maar de kosten zelf waarop de taxatie geschiedde, zijn niet meer aftrekbaar.
  • De aanslag kan voortaan niet meer toegepast worden op de verwerping van kleine kosten, die niet beroepsmatig blijken te zijn.
  • Een vennootschap die verdoken meerwinsten (niet aangegeven omzet) niet terug heeft opgenomen in de boekhouding wordt ook belast aan 103%.
  • Neemt men deze meerwinsten (niet aangegeven omzet) echter spontaan op in een later boekjaar dan daalt dit tarief tot 51.5%. Voorwaarde is dat deze opname gebeurt vóór enige kennisgeving van de fiscus.
  • Voor het niet of laattijdig opstellen van de fiches zal enkel een administratieve boete worden opgelegd, tenminste als het voordeel in hoofde van de genieter kan worden belast.

Samengevat:
Eindelijk neemt er een einde aan de dreiging van de controleur dat hij de monsterboete zal taxeren….. een heel grote vooruitgang. En uiteraard zijn wij daar blij mee….

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Fiscale bemiddelingsdienst

De fiscale bemiddelingsdienst is een objectief, onafhankelijke en onpartijdige overheidsinstantie die tussenbeide kan komen bij een blijvend geschil met de federale belastingadministratie.

Ondanks het feit dat deze dienst deel uitmaakt van de FOD Financiën werken zij volledig onafhankelijk en zullen steeds tot een aanvaardbare oplossing proberen te komen met de belastingadministratie en de belastingplichtige bij een blijvend geschil.

 

Procedure

Ontvangt u een aanslag van de fiscus waarmee u, omwille van gegronde redenen niet akkoord gaat, dan kan u tijdens de bezwaartermijn beroep doen op deze dienst. Belangrijk is dat u eerst binnen de wettelijk voorziene termijnen in bezwaar gaat alvorens de dienst in te schakelen. De dienst kan bemiddelen na de indiening van het bezwaarschrift, maar vóór de uitspraak over het bezwaar of de instelling van de vordering bij een rechtbank van eerste aanleg.

 

Voordelen

Indien u vermoedt dat de belastingadministratie uw bezwaarschrift zal verwerpen, kan deze dienst, in tegenstelling tot een latere gerechtelijke procedure, het geschil in alle sereniteit, vertrouwelijkheid, discretie en bovendien gratis behandelen.

Procedure van bemiddeling

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Redmiddel bij overmatige fiscale schulden

Achterstallige fiscale schuld

Een achterstallige fiscale schuld bestaat in de meeste gevallen uit vier elementen.  De hoofdsom, belastingverhogingen, boeten en nalatigheidsintresten. 

De hoofdsom is de belasting zelf, belastingverhogingen kunnen oplopen van 10% tot 200%, boeten van 25 eur tot 1.250 eur en nalatigheidsintresten van 7%-12%. Een belasting kan al snel verdubbeld of zelfs verdrievoudigd worden door de toepassingen van de belastingverhogingen en intresten.

De dag van vandaag zijn er ontelbare reden waardoor een persoon in financiële problemen kan terechtkomen, met als gevolg dat hij zijn fiscale schulden niet meer kan betalen.

Om de levensstandaard van de burgers te garanderen zijn er nu een aantal maatregelen genomen.

De vrijstelling van nalatigheidsintresten en het onbeperkt uitstel van de invordering zijn enkele voorbeelden.

 

Vrijstelling van nalatigheidsintresten en onbeperkt uitstel van de invordering

Bovenstaande maatregelen kunnen enkel worden toegestaan in bepaalde gevallen waarbij er minimaal aan een aantal voorwaarden moet zijn voldaan.

 

Vrijstelling van nalatigheidsintresten:

  • Er zijn geen andere schulden.
  • Het gaat om een tijdelijk betaalprobleem.
  • Het verzoek moet gemotiveerd zijn.

 

Onbeperkt uitstel van de invordering:

  • Het gaat om een duurzaam betaalprobleem.
  • Enkel voor natuurlijke personen.
  • Slechts 1x om 5 jaar mogelijk.
  • Het verzoek moet gemotiveerd zijn.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Forfaitaire onkostenvergoeding voor bedrijfsleiders is mogelijk

Er is al heel wat te doen geweest inzake de forfaitaire onkostenvergoeding die vennootschappen aan hun bedrijfsleiders (zaakvoerders, bestuurders van vennootschappen) kunnen toekennen.

Sinds de Vlaamse regering in 2003 besliste dat inspecteurs van het ministerie van Financiën die gedetacheerd werden naar het Vlaams Gewest een forfaitaire onkostenvergoeding kregen van 210 euro per maand werd het niet meer dan aannemelijk dat ook bedrijfsleiders een onkostenvergoeding mochten krijgen.

Met een forfaitaire onkostenvergoeding wordt bedoeld dat de vennootschap u dus een vast bedrag per maand terugbetaald als kosten eigen aan de vennootschap en waarvoor u dus geen bonnetjes, facturen, ticketten moet voorleggen. De kosten kunnen bijvoorbeeld zijn: parkingkosten, openbaar vervoer, traktaties aan klanten, kleine aankopen bureelmateriaal, een vergoeding voor maaltijden tijdens dienstreizen, de telefoon thuis, internet thuis, car wash, vergoeding kantoorkosten in de privé-woning, representatievergoedingen (geschenken, receptiekosten thuis), …

De grootte van deze onkostenvergoeding is echter niet voor iedereen hetzelfde en moet minstens redelijk zijn, dus is deze onkostenvergoeding functiegebonden.

Andere voorwaarden door de Rulingcommissie vooropgesteld zijn:

  • de werkgever dient aan te tonen welke werknemers een vergoeding krijgen,
  • waar door de fiscus kan aangetoond worden dat het autokosten of representatiekosten betreft, dient de aftrekbaarheid beperkt te worden,
  • wordt aangetoond dat de kosten vergoedingen voor maaltijden betreffen, dan kunnen geen maaltijdcheques worden uitgereikt.

De vennootschap moet kunnen aantonen dat het beroepsmatige kosten zijn (art.49 WIB 1992). Vanaf dat moment is het een aftrekbare kost voor de vennootschap.

Wat betreft de niet-belastbaarheid van de vergoeding bij de bedrijfsleider antwoordde de Minister op een parlementaire vraag dat dergelijke vergoedingen niet belastbaar zijn als de werkgever kan bewijzen dat:

  • de vergoeding bestemd is tot het dekken van kosten die hem eigen zijn
  • dat de vergoeding ook daadwerkelijk aan dergelijke kosten besteed is

De administratieve commentaar op het W.I.B. 1992 stelt tevens dat forfaitaire vergoedingen bepaald dienen te zijn overeenkomstig bepaalde normen die het resultaat zijn van herhaalde waarnemingen en steekproeven.

Deze kosten eigen aan de werkgever dienen verantwoord te worden door individuele fiches en samenvattende opgaven (“JA-ernstige normen”). Dit kan gebeuren via uw loonsecretariaat.

Laten wij er tevens nog eens op wijzen dat onkostenvergoedingen buiten de BTW vallen.

 

Ons advies 

Wij kunnen er in komen dat uw vennootschap u een onkostenvergoeding toekent. Wij stelden hierboven dat de onkostenvergoeding redelijk moet zijn. We concluderen dus ook dat als de overheid 210 euro aan haar personeel mag toekennen dat de Staat dit ook bepaald heeft op een ernstige wijze. Dus 210 euro is redelijk. Van een bedrijfsleider mogen we immers ook aannemen dat hij zeker niet minder kosten zal hebben, integendeel zelfs.

Let wel op, het argument dat ambtenaren van het AOIF deze onkostenvergoeding ook krijgen is geen goed argument. U moet kunnen aantonen dat u die kosten maakt voor uw bedrijf. Als u alle parkingkosten en car-wash kosten ook nog eens in uw vennootschap inbrengt dan kan je moeilijk beweren dat die 210 euro juist die kosten dekken!!

Zorg ook voor een vast maandelijks bedrag. Forfaitaire kosten wil zeggen op jaarbasis, het is dus een gemiddelde. Het doet er dus niet toe of je enkele dagen op reis bent geweest of ziek was.

Bij langdurige afwezigheid of gedeeltelijke tewerkstelling dienen deze kosten proportioneel herleid te worden.

Verwittig betrokkene steeds dat wanneer zij hun werkelijke kosten bewijzen zij deze onkostenvergoeding in mindering dienen te brengen.

Overdrijf nooit !!!!!!

Ook voor buitenlandse kosten bestaat een forfaitaire vergoeding op dagbasis. u vindt deze ook op onze website terug.

 

Praktische werkwijze voor onze klanten

Leg eerst voor uzelf eens een dossiertje aan over welke kosten en bedragen het zou kunnen gaan. Als u een redelijke verantwoording kan geven, is het de fiscus die het tegendeel moet bewijzen.

Indien u overtuigd bent dat u juist zit, geef dan de maandelijkse kosten door aan uw sociaal secretariaat en neem hiervoor eenzelfde maandelijks bedrag. U vraagt aan het sociale secretariaat deze kosten op te nemen onder “kosten eigen aan de werkgever”.

Bericht ons welke bedrag u hebt doorgegeven aan het sociaal secretariaat en bezorg ons tevens het lijstje, zodat wij bij een controle gepast kunnen reageren.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




CO2-bijdrage bedrijfsvoertuigen werknemers

De CO2-bijdrage is een solidariteitsbijdrage die de werkgever moet betalen voor het privé-gebruik van zijn voertuigen door zijn personeel. Het gaat dus over een soort RSZ-bijdrage ten laste van de werkgever.


Welke voertuigen worden beoogd?

  • personenauto’s
  • stationwagens of breaks
  • de meeste monovolumes
  • minibussen
  • lichte vrachtwagen tot 3,5 ton
  • sommige 4×4’s


Wat wordt verstaan onder privé-gebruik?

  • het eigenlijke privé-vervoer
  • het woon-werkverkeer


Wettelijk weerlegbaar vermoeden!!

Van op het moment dat een werknemer één van uw voertuigen gebruikt voor privé-vervoer, moet u de bijdrage betalen. Er is dus een wettelijk vermoeden, d.w.z. de werkgever dient aan te tonen dat er geen privé-vervoer is.


Wie doet controle?

Verschillende diensten van de RSZ kunnen controles uitoefenen op de toepassing van deze wet. De RSZ zal er echter altijd vanuit gaan dat elke auto binnen een onderneming onderworpen is aan de CO2-bijdrage, tenzij de werkgever het tegendeel bewijst.


Hoeveel bedraagt deze CO2-bijdrage?

De solidariteitsbijdrage, die jaarlijks geïndexeerd wordt, bedraagt voor 2011 (basisbedrag x (128,89/114,08)):

  1. voor benzinevoertuigen: [(CO2-gehalte x 9) – 768] : 12 x 1,1298
  2. voor dieselvoertuigen: [(CO2-gehalte x 9) – 600] : 12 x 1,1298
  3. voor LPG-voertuigen: [(CO2-gehalte x 9) – 990] : 12 x 1,1298
  4. voor voertuigen met elektrische aandrijving: 20,83 euro x 1,1298 = 23,53 euro


Hoe de CO2-bijdrage betalen?

De CO2-bijdrage is een patronale bijdrage die door de werkgever aan de RSZ dient betaald te worden binnen dezelfde termijn en voorwaarden als de sociale bijdragen voor werknemers. U contacteert dus best uw sociaal secretariaat.


Heeft de aangifte van CO2-bijdrage fiscale gevolgen?

Niets weerhoudt de fiscus om te stellen dat, wanneer er een CO2-bijdrage moet betaald worden, er eigenlijk privaat vervoer is.


Wat dient u als werkgever te doen om te ontsnappen aan de CO2-bijdrage?

U dient een car-policy op te maken, waarin u volgende punten opneemt:

  • verbod op privé-vervoer
  • regels om dit verbod te doen respecteren (bv. voertuigen binnenbrengen op het bedrijfsterrein na het einde van de werkdag)
  • regels voor controles op dit verbod
  • sancties bij vaststelling inbreuken
  • een opname in de arbeidsovereenkomst is geen voldoende bewijs, maar geeft wel een meerwaarde inzake bewijslast

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)




Tarieven vennootschapsbelasting

Tabel normale aanslagvoeten + de verminderde tarieven

Tabel investeringsaftrek

Tabel voorafbetalingen

Tabel voordelen alle aard

Tabel voordelen alle aard auto

Tabel revalorisatiecoëfficiënt + huur als bezoldiging

 

 

 




Notionele intrestaftrek niet langer overdraagbaar (vanaf AJ 2013-inkomsten 2012)

Vanaf AJ 2013 is het overschot aan notionele intrestaftrek niet langer overdraagbaar naar de volgende belastbare tijdperken.
Daarnaast werd er een overgangsmaatregel uitgewerkt voor notionele intrestaftrek opgebouwd vóór AJ 2013.
Wijzigingen

Tot en met AJ 2012 was het overschot aan notionele intrestaftrek overdraagbaar gedurende de volgende 7 belastbare tijdperken.
Vanaf AJ 2013 is het overschot aan notionele intrestaftrek niet langer overdraagbaar.

De notionele intrestaftrek vanaf AJ 2013 zal u dus enkel kunnen afzetten van de winst van het belastbare tijdperk zelf. Het resterende saldo bent u definitief kwijt.
Overgangsmaatregel

Voor de opgebouwde voorraad notionele intrestaftrek wordt er een overgangsregeling voorzien.
De t.e.m. AJ 2012 opgebouwde voorraad notionele intrestaftrek is aftrekbaar:

  • pas nadat de notionele intrest van het boekjaar opgebruikt is
  • na het toepassen van andere aftrekken (DBI, overgedragen fiscale verliezen, …)
  • beperkt tot 60% voor winsten die de grens van 1 miljoen euro overschrijden
  • overdraagbaar tot AJ 2019 (met een maximum van 7 jaar), of overdraagbaar tot 7 jaar na het ontstaan van deze notionele intrest (bv. notionele intrestaftrek 2007 –> aftrekbaar tot 2014)

 

Pittig detail

Zoals u kan lezen, wordt de opgebouwde voorraad aan notionele intrestaftrek verschoven naar de allerlaatste bewerking, daar waar hij vroeger bovenaan het lijstje stond samen met de notionele intrest van het huidige boekjaar.
Dit zal het voor bedrijven (in de huidige economische crisis) moeilijker maken om hun opgebouwde reserves notionele intrest nog te kunnen aftrekken!!
Tarieven

Aanslagjaar          Grote ondernemingen            KMO-vennootschappen
2014                           2,742%                                            3,242%
2013                           3,000%                                            3,500%
2012                           3,425%                                            3,925%
2011                           3,800%                                            4,300%
2010                           4,473%                                            4,973%
2009                           4,307%                                            4,807%
2008                           3,781%                                            4,281%
2007                           3,442%                                            3,942%

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)