1

De Vlaamse socialisten hebben hun trofee binnen!

Op 21 april 2026 werd de trofee van de Vlaamse socialisten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Deze wet treft vooral de particuliere beleggers en rechtspersonen in de rechtspersonenbelasting, dewelke niet speculatief of niet beroepsmatig beleggen in financiële activa.

Gerealiseerde meerwaarden vanaf 01/01/2026 op deze financiële activa zullen immers belast worden in de personenbelasting aan 10%.

De meerwaardebelasting zal van toepassing zijn bij overdracht ten bezwarende titel met meerwaarde op ondermeer aandelen, obligaties, fondsen, ETF, crypto, valuta, beleggingsgoud en diverse verzekeringsproducten.

Er geldt een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro. De vrijstelling wordt geïndexeerd en jaarlijks verhoogd met 1.000 euro tot een maximaal bedrag van 15.000 euro op voorwaarde dat er de jaren voorheen geen gebruik wordt gemaakt van deze vrijstelling.

De meerwaarde wordt bepaald door de waardes van de gerealiseerde beleggingen per 31/12/2025 in mindering te brengen van de verkoopwaardes. Eventuele minderwaarden op andere beleggingen mogen in mindering gebracht worden van de gerealiseerde meerwaarden. Minderwaarden kunnen wel fiscaal niet overgedragen worden om deze toe te wijzen aan of in mindering te brengen van toekomstige meerwaarden.

Het staat nu reeds vast dat deze nieuwe wet de complexiteit van de toekomstige aangiften personenbelasting zal doen toenemen, maar ook aanvullende controles door de fiscus zijn niet uitgesloten. Indien u iets te actief belegt zou de fiscus wel eens durven stellen dat deze inkomsten speculatieve inkomsten (belastbaar = 33%) of beroepsinkomsten zijn (belastbaar = progressief tarief).

Vele belastingplichtigen zullen bij hun bankier of verzekeraar opteren voor de opt-in regeling en de verschuldigde meerwaardebelasting laten inhouden op de gerealiseerde meerwaarde. Deze belastingplichtigen lopen dan weer het risico om de vrijstelling niet in te roepen bij het invullen van de aangifte personenbelasting, zodoende dat zij mogelijks 1.000 tot 1.500 euro teveel belastingen zullen afdragen aan de schatkist.

Een trofee voor de Vlaamse socialisten, maar een draak van een wet die alleen maar de administratieve en fiscale formaliteiten zal doen toenemen en de belastingdruk zal verhogen bij de middenklasse!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/04/2026)




De meerwaardebelasting aanmerkelijk belang is gestemd!

Tot eind 2025 waren meerwaarden op aandelen, behoudens de uitzonderingen, belastingvrij.

Aan dit mooie sprookje komt een einde, want de doelstellingen van het regeerakkoord werden ondertussen bekrachtigd in wetgeving en deze wetgeving werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 april 2026.

Zodoende zullen meerwaarden op aandelen (aanmerkelijk belang) vanaf 01/01/2026 belastbaar zijn in de personenbelasting en zal u een deel van deze meerwaarde moeten delen met de fiscus.

Als u als aandeelhouder een participatie heeft van minstens 20%, dan wordt dit beschouwd als een aanmerkelijk belang.

Er geldt een vrijstelling van 1.000.000 euro meerwaarde maar deze vrijstelling kan maar één keer in de vijf jaar ingeroepen worden.

De tarieven van deze meerwaardebelasting zijn progressief:

  • 0 – 1.000.000                              vrijgesteld
  • 1.000.000 – 2.500.000               1,25%
  • 2.500.000 – 5.000.000               2,5%
  • 5.000.000 – 10.000.000             5%
  • 10.000.000 – …                           10%

De gerealiseerde meerwaarde zal gelijk zijn aan het verschil tussen de verkoopwaarde en de waarde van de betreffende participatie per 31/12/2025.

Indien u verwacht dat u in de toekomst zal worden geconfronteerd met deze meerwaardebelasting, en zijn er geen andere elementen die de waarde van de aandelen per 31/12/2025 vastleggen, dan is het aangewezen om de waarde van de aandelen per 31/12/2025 te laten bepalen vóór eind 2027 door een onafhankelijke deskundige.  Zodoende kunnen er mogelijke latere betwistingen met de fiscus omtrent de omvang van de meerwaarde worden vermeden.

Is er geen onafhankelijke waardering van de aandelen dan kan de fiscus terugvallen op een wettelijke forfait die werd bepaald om de waarde van de aandelen per 31/12/2025 vast te leggen:

  EBITDA * 4 + Eigen Vermogen

Laat dit nu net een formule zijn die in de praktijk dikwijls tot een onderwaardering zal leiden en dus tot gevolg kan hebben dat u meer van de meerwaarde zal dienen af te geven aan de schatkist!

Een meerwaarde van 10.000.000 euro gerealiseerd in 2025 werd dus niet onderworpen aan personenbelasting. Wordt vanaf 01/01/2026 een meerwaarde aanmerkelijk belang gerealiseerd van 10.000.000 euro, dan zal de fiscus hiervan 335.000 euro afromen via de personenbelasting (3,35%) indien er gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling op het eerste deel van de meerwaarde ten bedrage van 1.000.000 euro.

Voor de volledigheid willen wij nog meegeven dat interne meerwaarden, zoals bijvoorbeeld bij de verkoop van aandelen aan een eigen holding, vanaf 01/01/2026 altijd belastbaar zullen zijn aan 33% in de personenbelasting.

Een zeer ingrijpende maatregel voor de natuurlijke personen die houder zijn van een aanmerkelijk belang in een vennootschap.

Het is maar te hopen dat onze huidige en toekomstige beleidsmakers deze maatregel “rechtvaardig” genoeg vinden?  Anders valt het niet uit te sluiten dat er snel aan de progressieve tarieven van deze meerwaardebelasting wordt gesleuteld!

Bovendien valt het niet uit te sluiten dat deze nieuwe meerwaardebelasting een rem zet op de ondernemingszin en het verstrekken van risicokapitaal door natuurlijke personen aan de ondernemende wereld. Dit zou pas contraproductief zijn!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/04/2026)




Let op met de betaling van de verschuldigde BTW vanaf 01/05/2026!

Vanaf 01/05/2026 zullen door de fiscale overheid verdere stappen worden gezet in de modernisering van de BTW-ketting.

De rekening-courant BTW, zoals wij deze tot op heden kennen, zal vervangen worden door de BTW-provisierekening.

Vanaf 01/05/2026 zal de betaling van de verschuldigde BTW dienen te geschieden op het rekeningnummer BE41 6792 0036 4210.

De betaling van de verschuldigde BTW op het nieuwe rekeningnummer zal dus gelden voor de maandaangevers (verschuldigde BTW april 2026) en voor de kwartaalaangevers (verschuldigde BTW 2e kwartaal 2026).

Er zal ook een nieuwe procedure inzake teruggaaf van BTW-tegoeden ingevoerd worden. Een aanvraag voor teruggave via de BTW-aangifte, zal enkel nog gelden voor het tegoed dat betrekking heeft op de periodieke BTW-aangifte zelf. Tegoeden uit vorige BTW-aangiften zullen teruggevraagd dienen te worden via de BTW-provisierekening.

Een spijtige beslissing is dat de zomerregeling wordt afgeschaft. Die regeling had tot gevolg dat in de vakantiemaanden de BTW-aangiften later konden worden ingediend en zonder sancties.

Misschien moeten wij hieruit concluderen dat de fiscus ons niet langer vakantie gunt?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/03/2026)




Een belastingverhoging ligt op de loer!

In onze nieuwsbrief van november 2025 kondigen wij reeds aan dat de roerende voorheffing op VVPR-bis dividenden zou worden opgetrokken van 15% naar 18%.

Deze budgettaire maatregel is tot op vandaag niet in voege en de stemming van de wet is uitgesteld naar april 2026, zodoende dat de invoering ervan te verwachten valt tegen 01/05/2026.

De aandeelhouders van kleine vennootschappen, waarvan de aandelen voldoen aan de VVPR-bis voorwaarden, zullen deze keer het fiscale slachtoffer worden. De fiscale druk op hun dividenden uit deze vennootschappen zal immers stijgen met 3%.

Het kan dan ook voor deze vennootschappen nog opportuun zijn om te beoordelen of er voor 30/04/2026 nog een tussentijds – en/of interimdividend kan worden uitgekeerd aan het verminderde tarief van 15%.

Bij de uitkering van een dividend zal de vennootschap rekening dienen te houden met de wettelijke verplichtingen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/03/2026)




Een voorafbetaling organiseren vóór 10/04/2026?

Vennootschappen kunnen de aanzienlijke en fiscaal niet aftrekbare belastingvermeerdering van 6,75% neutraliseren en/of reduceren door het uitvoeren van voorafbetalingen in de vennootschapsbelasting.

Een eerstvolgende voorafbetaling en een belangrijke voor de vennootschappen dewelke afsluiten per 31/12, kan geschieden vóór 10/04/2026.

Alhoewel het nog geen wet is, ziet het er naar uit dat eenmanszaken niet langer gehouden zullen worden om voorafbetalingen uit te voeren in de personenbelasting.

Eenmanszaken zullen dus vanaf Aj 2027 inkomstenjaar 2026 niet langer geconfronteerd worden met een belastingverhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen.

Doen deze eenmanszaken wel voorafbetalingen in de personenbelasting dan zullen zij een bonificatie ontvangen. Deze bonificatie voor de uitgevoerde voorafbetalingen zal bedragen:

  • Voor 10/04/2026                3%
  • Voor 10/07/2026                2,5%
  • Voor 10/10/2026                2%
  • Voor 20/12/2026                1,5%
  • Voor 20/02/2027                1%

Een eenmanszaak zal dus ook nog voorafbetalingen kunnen doen voor het inkomstenjaar 2026 en dit na afsluiting van het boekjaar maar uiterlijk op 20/02/2027.

De evolutie van sancties naar beloning inzake de voorafbetalingen personenbelasting is toe te juichen. Wellicht was een gelijkaardige evolutie in de vennootschapsbelasting budgettair niet haalbaar, maar hoop doet leven.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/03/2026)




12% BTW voor diensten van het verschaffen van gemeubelde logies vanaf 01/03/2026!

Vanaf 01 maart 2026 wordt het BTW-tarief voor diensten van het verschaffen van gemeubelde logies en de terbeschikkingstelling van een plaats om te kamperen opgetrokken van 6% naar 12%.

Deze verhoging van het tarief kadert in het begrotingsakkoord van de regering.

Er werd voorzien in een overgangsregeling. Reservaties die uiterlijk op 28 februari 2026 worden vastgelegd blijven onderworpen aan het tarief van 6% op voorwaarde dat de BTW uiterlijk op 30 juni 2026 opeisbaar wordt.

Er werd een FAQ gepubliceerd ter verduidelijking op 17/02/2026.

Een vakantie in België zal voor vele medeburgers weer wat duurder worden!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




De personenwagen anno 2026 en volgende in de vennootschapsbelasting?

De fiscale weg voor personenwagens in de vennootschapsbelasting moet alsmaar groener en de boodschap van de overheid is glashelder. Wie niet volgt krijgt geen fiscale voordelen meer.

Alle niet-emissievrije personenwagens aangekocht vanaf 01/01/2026 zullen geen fiscale aftrek meer genieten in de vennootschapsbelasting. Dit impliceert dat enkel de kost van de wagen die overeenstemt met het belastbare voordeel alle aard in de personenbelasting nog wordt aanvaard. Het saldo van de kosten is niet langer fiscaal aftrekbaar in de vennootschapsbelasting!

Voor elektrische voertuigen is het ondertussen ook duidelijk:

  • Aankoop/huur/lease 2026 en voorgaande jaren       100%          fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2027                                              95%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2028                                              90%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2029                                              82,50%      fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2030                                              75%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2031                                              67,50%      fiscaal aftrekbaar

Deze toekomstige daling van de aftrek voor elektrische voertuigen heeft al veel minder te maken met de vergroening van het wagenpark maar is eerder een voorzorg voor de schatkist en het innen van belastingen.

Voor de niet-emissievrije personenwagens (aankoop/huur/lease in de periode vanaf 01/07/2023 tot en met 31/12/2025) is er voorzien in een uitdoofscenario qua fiscale aftrek. De aftrek van deze wagens zal geschieden op basis van de gekende gramformule maar met een maximum van:

  • Aj 2026 – boekjaar 2025: maximum 75%
  • Aj 2027 – boekjaar 2026: maximum 50%
  • Aj 2028 – boekjaar 2027: maximum 25%
  • Aj 2029 – boekjaar 2028: 0%

Voor wagens die werden aangekocht vóór 01/07/2023 wijzigt er niets en blijft de oude aftrekregeling op basis van de gramformule bestaan:

  • 120% – (0,5% x een coëfficiënt x aantal gram CO2 per kilometer)

De aftrekregeling inzake personenwagens is een onontwarbaar kluwen geworden. Wat ooit een eenvoudige regel was (75% aftrek), is geëvolueerd tot een complex labyrint en in de praktijk een bron van administratieve overlast die constante waakzaamheid vereist.

En wat als onze Europese auto-industrie een duwtje in de rug kan gebruiken en/of de elektriciteitsnetwerken falen?

Terug naar af of vragen we dan Marc Coucke om een filmpje te maken?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




De nieuwe verloningspuzzel komt eraan!

Eerstdaags zal er een wet worden goedgekeurd die één van de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde KMO-tarief in de vennootschapsbelasting zal wijzigen.

Voor Aj 2026 en vorige was het voldoende dat er minimaal 45.000 euro brutoloon en voordelen alle aard werden toegekend aan één bedrijfsleider om het KMO-tarief te kunnen genieten. De vennootschap kon ook genieten van het KMO-tarief indien de verloning aan één van de bedrijfsleiders hoger was dan het belastbare resultaat van de vennootschap.

Dit was eenvoudig maar het wordt weer wat ingewikkelder.

Vanaf 01/01/2026 wordt deze verloningsvoorwaarde aangepast en voor Aj 2027 zal deze minimale verloning aan één bedrijfsleider op jaarbasis minstens 50.000 euro moeten bedragen. De wetgever zal ook voorzien in een jaarlijkse indexering van dit bedrag.

Bovendien mogen de forfaitair bepaalde voordelen alle aard niet meer bedragen dan 20% van de totale bezoldiging.

Uiteraard zal de vennootschap ook nog moeten voldoen aan de andere voorwaarden om dit KMO-tarief te genieten:

  • De vennootschap is een kleine vennootschap
  • De vennootschap is geen financiële vennootschap
  • Meer dan 50% van de aandelen van de vennootschap moet in handen zijn van natuurlijke personen

De bezoldigingsvoorwaarde is niet van toepassing voor jonge vennootschappen en dit gedurende de eerste vier boekjaren.

Rekening houdende met voorgaande is het tijd om aan de berekeningen te beginnen en om een optimale bezoldiging te bepalen in de wetenschap dat deze bezoldiging niet alleen een impact heeft op het tarief vennootschapsbelasting maar ook op andere gebieden zoals sociale bijdragen, IPT-verzekering, wettelijk pensioen, …

Misschien niet langer opteren voor het verlaagde tarief KMO en de verloning verlagen in plaats van verhogen? Of toch verhogen?

Zie het als een strategisch spelletje schaak met de fiscus, en wij helpen u graag om de winnende zet te doen!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




Een maaltijdcheque van maximaal 10 euro vanaf 01/01/2026!

Vanaf 01/01/2026 stijgt de maximale waarde van een maaltijdcheque van 8 naar 10 euro per gewerkte dag.

Hierdoor stijgt de maximale werkgeversbijdrage naar 8,91 euro en de werknemersbijdrage blijft minimaal 1,09 euro.

De volledige maaltijdcheque is vrij van sociale bijdragen en belastingen indien aan alle voorwaarden wordt voldaan. Dit wil zeggen dat deze maaltijdcheques moeten toegekend worden op basis van een CAO of een individuele overeenkomst. Bovendien moeten de maaltijdcheques een collectief karakter hebben. De toekenning van de maaltijdcheques moet met andere woorden gelden voor alle werknemers of een objectief bepaalde categorie van werknemers.

De maaltijdcheques zijn fiscaal aftrekbaar in de vennootschapsbelasting ten belope van 2 euro per cheque. Vanaf 2026 kan deze fiscale aftrekbaarheid stijgen tot 4 euro per cheque indien de maaltijdcheques worden opgetrokken tot het nieuwe maximum van 10 euro per gewerkte dag.

Ook zelfstandige bedrijfsleiders in vennootschappen hebben recht op maaltijdcheques indien de werknemers in hun onderneming maaltijdcheques genieten en er een schriftelijke overeenkomst is. Bij deze zelfstandige bedrijfsleiders is het belangrijk om de gewerkte dagen te bewijzen en er dient te worden nagegaan of er reeds geen maaltijdvergoeding wordt voorzien in de maandelijkse onkostenvergoedingen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 29/01/2026)




Moet mijn onderneming een Reprobel-aangifte indienen?

Alle ondernemingen moeten vóór 30/04/2026 een Reprobel-aangifte indien.

De meeste ondernemingen kopiëren wel eens teksten en beelden van bijvoorbeeld het internet en vakbladen om deze te delen met derden. Zodoende worden zij gehouden om de jaarlijkse Reprobel-aangifte in te dienen en de verschuldigde bijdrage te voldoen.

De verschuldigde bijdrage is afhankelijk van het gegeven of u een bizili- of een reprografieaangifte zal indienen.

Ook ondernemingen dewelke menen niet onderworpen te zijn aan deze jaarlijkse bijdrage worden gehouden om aangifte in te dienen, weliswaar een nulaangifte.

De aangifte kan gebeuren via de website van Reprobel.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 29/01/2026)