1

Hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de aannemer?

Belgische ondernemingen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schulden van hun medecontractant werken in onroerende staat (aannemer).

Op het ogenblik dat deze onderneming een contract met een aannemer afsluit is deze dus gehouden om de inhoudingsplicht te controleren.

Ook in het geval de onderneming facturen gaat betalen is het noodzakelijk om de “check inhoudingsplicht” uit te voeren. Is er immers een inhoudingsplicht dan dient de onderneming de noodzakelijke percentages op de facturen in te houden en mag de integrale factuur niet rechtstreeks betaald worden aan de medecontractant werken in onroerende staat.

Toch best even checken dan!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/11/2023)




Nieuwe vermelding op de factuur voor werken in onroerende staat vanaf 01/01/2023

Wanneer een aannemer werken in onroerende staat verricht voor een btw-plichtige afnemer die periodieke btw-aangiften indient, dan wordt de btw verplicht verlegd naar de afnemer van deze werken.

Vroeger voldeed de melding “btw-verlegd” op de uitgaande facturen.

Vanaf 01/01/2023 is de volgende vermelding verplicht:
“Verlegging van heffing. Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de factuur, wordt de afnemer geacht te erkennen dat hij een belastingplichtige is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Als die voorwaarde niet vervuld is, is de afnemer ten aanzien van die voorwaarde aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.”

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/01/2023)




Werfmeldingsplicht voor aannemers

Tot en met 31/05/2009 zijn slechts de werkzaamheden die onder de bevoegdheid van het Paritair Comité van het bouwbedrijf vallen aan de meldingsplicht onderworpen. De aangifte moet ingediend worden vooraleer de werken worden aangevat.

Vanaf 01/06/2009 rust de meldingsplicht aan de RSZ op elke aannemer die werken beoogt uit te voeren zoals ze zijn omschreven in artikel 20, §2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de BTW. Bovendien zal de aangifte verplicht elektronisch moeten gebeuren.

Indien tijdens de werken nieuwe onderaannemers zouden tussenkomen, moeten ook zij door de aannemer bij de RSZ worden gemeld voor hun tussenkomst.

Er worden enkele bijkomende vermeldingen opgelegd, zoals de begin- en einddatum van de werken die door elke onderaannemer worden uitgevoerd.

Doel: bepaling van de aard, belangrijkheid, de opdrachtgever en desgevallend de onderaannemers van de werken.

Uitzondering: De werfmeldingsplicht geldt niet voor de aannemer die geen beroep doet op een aannemer en waarvan het bedrag van de werken de 25.000,00 euro (exclusief BTW) niet overschrijdt.

Sanctie: boete gelijk aan 5% van het bedrag van de werken (exclusief BTW), die niet aan de RSZ werden gemeld.
Bij gebreke aan een tijdige kennisgeving aan de aannemer door de onderaannemer die zelf beroep doet op een onderaannemer riskeert de onderaannemer een boete gelijk aan 5% van het bedrag van de werken die hij in onderaanneming heeft toevertrouwd. De som die geëist wordt van de hoofdaannemer wordt verminderd met de som die door de in gebreke gebleven onderaannemer aan de RSZ verschuldigd is.
Er is bovendien een forfaitaire vergoeding verschuldigd van 150,00 euro per onjuist aangegeven inlichting.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)