1

Een belastingverhoging ligt op de loer!

In onze nieuwsbrief van november 2025 kondigen wij reeds aan dat de roerende voorheffing op VVPR-bis dividenden zou worden opgetrokken van 15% naar 18%.

Deze budgettaire maatregel is tot op vandaag niet in voege en de stemming van de wet is uitgesteld naar april 2026, zodoende dat de invoering ervan te verwachten valt tegen 01/05/2026.

De aandeelhouders van kleine vennootschappen, waarvan de aandelen voldoen aan de VVPR-bis voorwaarden, zullen deze keer het fiscale slachtoffer worden. De fiscale druk op hun dividenden uit deze vennootschappen zal immers stijgen met 3%.

Het kan dan ook voor deze vennootschappen nog opportuun zijn om te beoordelen of er voor 30/04/2026 nog een tussentijds – en/of interimdividend kan worden uitgekeerd aan het verminderde tarief van 15%.

Bij de uitkering van een dividend zal de vennootschap rekening dienen te houden met de wettelijke verplichtingen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/03/2026)




Wat brengt het begrotingsakkoord 2025 op fiscaal vlak?

Onze regering is het deze week eens geraakt over de begroting voor de komende jaren.  Aan de hand van de eerste nieuwsberichten dienen wij spijtig genoeg te concluderen dat er tal van aanvullende taksen en belastingen zullen volgen om de tekorten terug te dringen.

Bij deze reeds een eerste overzicht van de aangekondigde fiscale maatregelen:

  • De jaarlijkse effectentaks (voor portefeuilles > € 1 miljoen) wordt verhoogd van 0,15% naar 0,30%.
  • Dividenden uitkeren bij KMO-vennootschappen zal duurder worden. De verminderde roerende voorheffing van 15% zal worden opgetrokken naar 18%.
  • De uitkering van liquidatiereserves zal in de toekomst zwaarder belast worden om ook daar de fiscale druk op 18% te brengen in vergelijking met de uitkering van VVPR-bis dividenden.
  • De invoering van een meerwaardebelasting van 10% in de personenbelasting op de verkoop van financiële actie met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro meerwaarden.
  • Een nieuwe bankentaks wordt ingevoerd.
  • Een pakjestaks wordt ingevoerd op bestellingen bij niet Europese webshops
  • Een verhoging van de vliegtaks voor vluchten korte afstand
  • Een verhoging van het BTW-tarief van 6% naar 12% voor onder meer afhaalmaaltijden, hotels, campings, sport en ontspanning.
  • De afschaffing van de forfaitaire aftrek op inkomsten uit auteursrechten.

Er zal nog heel wat wetgevend werk aan de winkel zijn om tot invoering van deze maatregelen over te gaan en spijtig genoeg zijn er op dit ogenblik nog veel onduidelijkheden:

  • Worden oude liquidatiereserves ongemoeid gelaten ?
  • Kunnen oude reserves in een KMO-vennootschap in 2026 nog uitgekeerd worden aan het tarief van 15% of niet ?
  • Welke financiële activa zullen onder de meerwaardebelasting vallen ?

Wel staat vast dat de burger deze fiscale maatregelen maar ook de andere aangekondigde maatregelen zal voelen in de portefeuille.

Enerzijds kan er begrip opgebracht worden voor deze maatregelen gezien de budgettaire toestand van de schatkist. Anderzijds moet men begrijpen dat deze tekorten niet ten allen tijde aangevuld kunnen worden met nieuwe belastingen. Deze zetten immers een rem op  ondernemingszin, consumptie en werklust.

Vandaar een nieuwe oproep aan Arizona om gedurende de resterende regeerperiode aandacht te besteden aan volgende topics:

  • Minder overheid en minder overheidsbeslag – overheid beperken tot kerntaken
  • Minder regelneverij en administratieve vereenvoudiging
  • Meer rechtszekerheid

Vereenvoudiging en rechtszekerheid zullen immers een onmiddellijke impact hebben op het overheidsbeslag.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/11/2025)




Blijven DBI-beveks interessant voor de vennootschap?

Als een vennootschap beleggingen doet zijn de dividenden en meerwaarden uit deze beleggingen meestal belastbaar in de vennootschapsbelasting.

Eén uitzondering hierop was een belegging in DBI-beveks  Dividenden en meerwaarden uit deze beleggingen waren niet belastbaar in de vennootschapsbelasting.

Aangezien sommige politiekers van oordeel zijn dat de “sterkste schouders” meer moeten bijdragen valt het te verwachten dat dit mooie liedje mogelijk binnen de kortste keren uitgezongen zal zijn.

Het is immers de bedoeling van de regering om de meerwaarden uit deze DBI-beveks te belasten aan 5% in de vennootschapsbelasting vanaf Aj 2026. Sommige specialisten stellen wel dat op basis van de bestaande teksten de meerwaarden buiten schot zullen blijven. De vraag is dan ook of deze ontwerpteksten nog zullen bijgewerkt worden met het oog op de uiteindelijke doelstelling, zijnde een meerwaardebelasting van 5% in de vennootschapsbelasting?

Bovendien zal uw vennootschap in de toekomst moeten voldoen aan de minimale bezoldigingsvoorwaarde om de ingehouden roerende voorheffing op dividenden uit deze DBI-beveks te verrekenen met de verschuldigde vennootschapsbelasting.

Na goedkeuring van de uiteindelijke wetteksten weten we meer …

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/06/2025)




DBI-beleggingen worden minder interessant voor de vennootschap!

Vandaag de dag wordt er door vennootschappen veel belegd in DBI-beleggingen en de redenen hiervoor zijn logisch:

  • Meerwaarden worden niet belast in de vennootschapsbelasting
  • Dividenden worden niet belast in de vennootschapsbelasting en de ingehouden roerende voorheffing wordt in mindering gebracht van de verschuldigde vennootschapsbelasting.

Dit in tegenstelling tot andere beleggingsproducten waarvan meerwaarden wel belast worden in de vennootschapsbelasting alsook de dividenden.

De opgenomen maatregelen in het regeringsakkoord De Wever I zullen de DBI-beleggingen in de toekomst minder interessant maken:

  • 5% vennootschapsbelasting op de meerwaarde
  • roerende voorheffing op dividenden enkel nog verrekenbaar met de verschuldigde vennootschapsbelasting indien wordt voldaan aan de nieuwe minimale bedrijfsleidersbezoldiging (50.000 euro + jaarlijkse indexering)

Het is nog niet duidelijk vanaf wanneer deze nieuwe regelgeving wordt ingevoerd (vanaf 01/01/2026?) maar misschien dient u te overwegen om uw winst op deze DBI-beleggingen nog te nemen voor het jaareinde?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)




Wat brengt de toekomst voor VVPR bis en VVPR ter?

KMO-vennootschappen die aan de voorwaarden voldoen kunnen dividenden uitkeren aan het verminderde tarief van 15% roerende voorheffing (VVPR bis).

Als ondernemer en/of KMO-vennootschap mogen wij dan ook blij zijn dat deze maatregel in het regeerakkoord De Wever I gevrijwaard is gebleven.

KMO-vennootschappen dewelke niet in aanmerking komen voor VVPR bis, maakten in het verleden vaak gebruik van de VVPR ter regeling. Wellicht beter bekend als het aanleggen van liquidatiereserves.

Het aanleggen van deze liquidatiereserves heeft een afzonderlijke vennootschapsbelasting van 10% tot gevolg maar heeft wel als voordeel dat deze liquidatiereserves kunnen uitgekeerd worden aan een verminderd tarief roerende voorheffing of zelfs zonder roerende voorheffing in plaats van 30%:

  • Na een sperperiode van 5 jaar: 5% roerende voorheffing
  • Bij liquidatie vennootschap: 0% roerende voorheffing

De VVPR ter regeling zal in de toekomst licht gewijzigd worden met dien verstande dat er twee wijzigingen zullen worden ingevoerd:

  • De sperperiode wordt ingekort tot 3 jaar in plaats van 5 jaar
  • Het tarief roerende voorheffing bij uitkering na de sperperiode wordt opgetrokken van 5% naar 6,5%

Na invoering van deze wijzigingen zal de fiscale druk op deze VVPR ter dividenden gelijk zijn aan 15% (afzonderlijke belasting 10% + 6,5% roerende voorheffing) als deze worden uitgekeerd na een sperperiode van 3 jaar. Worden deze liquidatiereserves uitgekeerd naar aanleiding van de liquidatie van de vennootschap zal er net zoals op vandaag geen roerende voorheffing meer verschuldigd zijn.

Wij mogen dan ook concluderen dat de regeringsonderhandelaars op het vlak van VVPR bis en VVPR ter zeer billijk zijn geweest.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)




Nog snel een dividend uitkeren in 2024?

Komt er in 2025 een hervorming van de tarieven roerende voorheffing op dividenden?  Veel zal afhangen van de toekomstige regeringsonderhandelingen en de akkoorden dewelke hieromtrent worden afgesloten.

Vandaag worden dividenden onderworpen aan een tarief van 30%, 20%,15% of 5% en dit naargelang de omstandigheden.

Een VVPR-bis vennootschap die aan alle voorwaarden voldoet kan dividenden uitkeren aan het verminderde tarief van 15% roerende voorheffing. Liquidatiereserves kunnen na een sperperiode van 5 jaar uitgekeerd worden aan een verminderd tarief roerende voorheffing van 5%.

Het is niet uitgesloten dat het normale tarief roerende voorheffing naar 25% wordt gebracht, maar dat anderzijds het verminderde tarief VVPR-bis wordt afgeschaft en dat het verminderde tarief voor de uitkering van liquidatiereserves na de sperperiode van 5 jaar wordt opgetrokken.

Wij kunnen alleen maar hopen dat er wordt rekening gehouden met de gecreëerde verwachtingen uit het verleden en dat de aanpassingen enkel een gevolg zullen hebben voor de toekomstige reserves dewelke worden aangelegd en de dividenduitkeringen die uit deze nieuwe reserves volgen.

In het geval U op zeker wenst te spelen is het misschien toch aangewezen om nog een tussentijds – of een interimdividend te overwegen en uit te keren in 2024.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 31/10/2024)




Vergeet Uw vrijstelling van dividenden niet te vragen in de aangifte personenbelasting!

Indien U in 2022 dividenden heeft ontvangen kan U hiervan 800 euro vrijstellen van belastingen in de  personenbelasting. Deze vrijstelling geldt per belastingplichtige zodoende dat gehuwden meestal deze vrijstelling 2 keer kunnen genieten. Dit gegeven is afhankelijk van het huwelijksstelsel.

Bij de uitkering van deze dividenden wordt er een bevrijdende roerende voorheffing ingehouden. Deze varieert tussen de 5% en 30% en is afhankelijk van de aard van de reserves welke worden uitgekeerd of van de kenmerken van de vennootschap die deze dividenden uitkeert.

Het is de ingehouden roerende voorheffing op het vrijgestelde dividend van 800 euro die kan worden teruggevraagd via de aangifte personenbelasting. De terugbetaling van de roerende voorheffing zal dus variëren ten gevolge de inhouding:

  • 5% RV = 40 euro
  • 15% RV = 120 euro
  • 20% RV = 160 euro
  • 30% RV = 240 euro

Het bedrag van de ingehouden roerende voorheffing zal U in de aangifte personenbelasting moeten opnemen in de code 1437 en/of 2437.

In het slechtste geval kan U bij een vergetelheid toch al snel 480 euro per jaar te veel aan personenbelasting betalen. Toch de moeite om even door Uw beschikbare attesten te gaan en deze correct aan te leveren aan Uw mandataris!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/04/2023)




Goed nieuws! De VOF en de CommV met onvoldoende oud kapitaal kunnen toch genieten van het VVPR-bis stelsel.

In een parlementaire vraag van 10/05/2022 bevestigde onze minister van Financiën dat vennootschappen die vroeger niet over een minimumkapitaal moesten beschikken van 18.550 euro, voortaan ook met hun ‘oud’ kapitaal kunnen genieten van het VVPR-bis stelsel.

De VVPR-bis is een regeling die recht geeft op een verlaagde roerende voorheffing van 15% op dividenden indien aan alle voorwaarden wordt voldaan.

Dit geldt voor dividenden toegekend aan nieuwe aandelen op naam die sinds 1 juli 2013 uitgegeven zijn in ruil voor inbrengen in geld. Op het moment van de inbreng moest de vennootschap klein zijn, mochten de aandelen niet preferent zijn en diende de inbreng volstort te worden.

Vennootschappen zonder minimumkapitaal, zoals de CommV en de VOF, kwamen voorheen niet in aanmerking voor dit voordeel, tenzij na de inbreng van het nieuw kapitaal het maatschappelijk kapitaal minstens gelijk was aan het minimumkapitaal van een BVBA, zijnde 18.550 euro.

Begin dit jaar werden er een aantal wijzigingen doorgevoerd in dit stelsel. Sinds 1 januari 2022 kunnen dividenden op het oude en onvoldoende kapitaal in aanmerking komen voor de verlaagde roerende voorheffing van 15% indien ook aan de andere voorwaarden is voldaan.

Goed nieuws dus voor de kleine vennootschappen, want vanaf 01/01/2022 kunnen zij dus mogelijk ook dividenden uitkeren aan het verlaagde tarief van 15% roerende voorheffing in plaats van 30%.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/09/2022)




Vergeet uw vrijgestelde roerende voorheffing op dividenden ontvangen in 2020 niet terug te vorderen!

Bij de ontvangst van dividenden wordt er in de praktijk roerende voorheffing ingehouden. Deze definitieve belasting op roerende inkomsten kan in de personenbelasting teruggevraagd worden tot een bedrag van maximaal 240 euro per persoon voor aanslagjaar 2021 – inkomstenjaar 2020, indien de dividenden aan de opgelegde voorwaarden voldoen.

Hiervoor dient u deze vrijgestelde roerende voorheffing wel aan te geven in de specifieke rubrieken, dewelke hiervoor in de aangifte personenbelasting werden voorzien, namelijk:

  • code 1437-18
  • code 2437-85

Noteer dat u hiervoor niet altijd attesten ontvangt die u wijzen op de mogelijkheden tot recuperatie of terugvordering van de ingehouden roerende voorheffing via de aangifte personenbelasting! Zodoende wordt uw bijzondere aandacht gevraagd bij de voorbereiding van uw aangifte personenbelasting.

In het geval iedere echtgenoot dividenden heeft ontvangen van 800 euro bruto en hierop het maximum van 30% roerende voorheffing werd ingehouden, impliceert dit dat de volledige ingehouden roerende voorheffing wordt gerecupereerd via de personenbelasting. Toch een aardig bedrag van 480 euro dat best niet vergeten wordt!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 01/06/2021)




Te veel winst in 2016, kies ik voor een liquidatiereserve of voor een IPT?

Begrip groepsverzekering/IPT

Een vennootschap kan voor haar bedrijfsleider een pensioen opbouwen.

Eén van de voordelen van de aanleg van dit extra-wettelijk pensioen via een verzekering is dat de premies integraal aftrekbaar zijn van uw winst in de vennootschap. De belasting voor de bedrijfsleider op het einde van het contract is laag, van 10% tot 16,5%.

De premies van zo’n verzekering zijn voor de onderneming aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden, waarvan de belangrijkste de zgn. 80%-grens is (het totale pensioen, zowel wettelijke als extra-wettelijke pensioen mag niet meer bedragen dan 80% van uw laatst opgenomen normale bruto jaarloon, uw verzekeraar kan dit voor u eenvoudig berekenen!). Let op, om van een groepsverzekering of IPT te genieten, moet de bezoldiging maandelijks uitbetaald worden.

Heeft u heel veel winst in de vennootschap, dan kan u een backservice laten berekenen. Dit wil zeggen dat u maximaal 10 jaar in uw loopbaan kunt teruggaan, ook voor die jaren die gepresteerd werden buiten uw vennootschap. Soms wordt wel eens vergeten dat, wanneer uw bezoldiging stijgt, u ook recht hebt op de herberekening van deze backservice.

De backservice dient u niet ineens op te gebruiken, maar kan u spreiden over verschillende jaren.
Uiteraard zal u beseffen dat de aftrek van een IPT maximaal rendeert als u ervoor zorgt dat de premie in mindering komt van de winst die u hebt gemaakt in het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting (33,99%)

 

Begrip liquidatiereserve

Kmo-vennootschappen kunnen hun winsten opnemen in een zogenaamde liquidatiereserve op het passief van de balans. De liquidatiereserve laat een aandeelhouder natuurlijke persoon toe om de vennootschapswinsten op termijn uit te keren met een aanzienlijke belastingbesparing. Meer info hierover vindt u in een vorig Abeka artikel: Nieuwe permanente regeling liquidatiereserve start reeds voor de inkomsten 2014 (aj. 2015)

Het grote verschil met een IPT is dat een liquidatiereserve niet aftrekbaar is van de winst. Zij heeft wel het voordeel dat, mits het betalen van een bijzondere aanslag van 10% in het jaar van aanleg, bij uitkering bij de vereffening van de vennootschap deze bedragen dan ook belastingsvrij zijn. Positief is ook dat, als men de uitkering van deze liquidatiereserve slechts 5 jaar na aanleg doet, men slechts 5% roerende voorheffing extra betaalt. Of een totale belasting van 13,64%. Dit staat toch nog in schril contrast met de roerende voorheffing op dividenden, zijnde 27% en binnenkort waarschijnlijk 30%.

 

Welke keuze maken?

Als wij beide opties naast elkaar leggen dan stellen wij vast:

  • Een groepsverzekering of IPT wordt enkel aan uzelf als bedrijfsleider uitgekeerd.
  • Een liquidatiereserve dient aan alle aandeelhouders uitgekeerd te worden, en dit aan al degene die aandeelhouder zijn op het moment van uitkering.
  • Een groepsverzekering of IPT zal altijd door de verzekeringsmaatschappij uitgekeerd worden (zelfs bij een later faillissement) daar de premies al door de vennootschap betaald werden en nadien belegd werden door de verzekeraar.
  • Bij een liquidatiereserve zal u nog altijd moeten afwachten of de gelden bij uitkering naar u toe in de vennootschap wel beschikbaar zijn.
  • Lijdt de vennootschap na aanleg van de liquidatiereserve belangrijke verliezen en hebt u nadien in de vennootschap niet meer de financiële middelen voor een uitkering, dan is de bijzondere aanslag definitief verloren.
  • Fiscaal gezien betaalt u bij uitkering van de IPT wel een relatief lage belasting (bij pensioenering op 65 jaar 10%), waar dit bij de liquidatiereserve bij vereffening van de vennootschap niet zo is, maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door de belastingbesparing die de vennootschap (tot 33,99%) realiseert.

Abeka adviseert u volledig bij de mogelijke keuzes.
Afhankelijk van de winsten, de continuiteit en de structuur van uw onderneming alsook uw persoonlijke situatie kunnen wij voor u het juiste advies aanbieden.
Tevens kan een jaarlijkse spreiding van beide opties een maximaal resultaat opleveren.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)