1

Moeder, waarom betalen wij belastingen?

Belastingen en sociale bijdragen zijn cruciaal voor het functioneren van België en het welzijn van de inwoners. Dit omdat deze belastingen en sociale bijdragen middelen bieden voor ontwikkeling, bescherming en sociale rechtvaardigheid.

Op Europees niveau moeten wij stellen dat de fiscale druk in België hoog is. Inzake sociale zekerheid scoren wij niet op alle vlakken beter als de Europese buren.

Als belastingplichtige vragen wij aan de regeringsonderhandelaars om in de toekomst maatregelen te nemen of te voorzien die ervoor moeten zorgen dat de overheden de middelen beheren en besteden als een goed huisvader.

De reportage van “Pano” over de leeflonen toegekend door het OCMW in de gemeente Anderlecht is immers een goed voorbeeld van hoe het niet moet. Gepaste maatregelen zijn op zijn plaats om de tering naar de nering te zetten.

Zonder maatregelen wordt het draagvlak voor belastingen en sociale bijdragen ondergraven. En zeker als er van de sterkste schouders mogelijks meer fiscale inspanningen gevraagd zullen worden.

Vandaar een nieuwe oproep aan de regeringsonderhandelaars om er ook voor te zorgen dat de belastingbetaler krijgt wat hij verdient, namelijk:

  • meer rechtszekerheid
  • meer rechten voor de belastingplichtige
  • meer beheer overheidsmiddelen als een goed huisvader
  • minder overheid en wanbeheer
  • minder overheidsbeslag
  • minder rechten voor de fiscus
  • minder regelneverij

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/11/2024)




De EU-verordening inzake sociale zekerheid vanaf 1 mei 2010

Door het feit dat we heel wat “Nederlandse” dossiers behartigen, is, speciaal voor hen, dit artikel belangrijk. Uiteraard is deze EU-verordening voor alle EU-landen van toepassing.

Vanaf 1 mei 2010 veranderen de regels, die bepalen in welk land een internationaal tewerkgestelde werknemer/zelfstandige de bijdragen voor sociale zekerheid betaalt.

De grote principes kunnen als volgt samengevat worden:

  • De zelfstandige is onderworpen aan de sociale zekerheidswetgeving van de lidstaat, waarin hij werkt.
  • De zelfstandige kan maar onder de sociale zekerheidswetgeving vallen van één land.
  • Sociale zekerheidsrechten, die men heeft opgebouwd in een lidstaat, blijven behouden, ook als men niet langer in deze lidstaat woont of werkt.
  • Voor de berekening van de sociale zekerheidsrechten wordt rekening gehouden met de arbeidsprestaties en verzekeringsprestaties in de verschillende lidstaten.
  • Als EU-onderdaan geniet men van dezelfde rechten als de nationale onderdanen.

De belangrijkste wijzigingen:

  • Detacheringen uit of naar het buitenland zijn voortaan tot 24 maanden toegelaten (vroeger was dit slechts mogelijk tot 12 maanden, verlengbaar met een nieuwe periode van 12 maanden).
  • Een werknemer die voor een buitenlandse werkgever werkt, maar voor meerdere lidstaten, en die minstens 25% van de arbeidstijd, vergoeding of omzet presteert in het land waar hij woont, is verzekeringsplichtig in het land van de woonplaats. Indien niet aan deze voorwaarde voldaan is, wordt het land bepaald door het land waar zich het “centrum van de belangen van zijn werkzaamheden” bevindt.
    Vb: Een Belgische werknemer die voor een Nederlandse werkgever werkt, en daarbij één dag per week thuiswerkt, betaalt de Nederlandse SZ-bijdragen. Wanneer hij twee dagen per week thuiswerkt, zijn de Belgische SZ-bijdragen verschuldigd.
  • Indien men werkzaam is als werknemer en als zelfstandige in verschillende landen, dan is men onderworpen aan het sociale zekerheidsstelsel voor de zelfstandigen van het land dat bevoegd is voor de activiteiten van werknemer.
    Vb: Iemand die in Nederland woont en werkt, maar in België een bestuurdersvergoeding krijgt, betaalde vroeger gescheiden SZ-bijdragen: die van het werknemersloon in Nederland en die van de bestuurdersvergoeding in België. Die uitzondering valt nu weg. De Nederlandse werknemer zal ook Nederlandse SZ-bijdragen betalen op zijn Belgische inkomsten als zelfstandige.

De nieuwe verordening trad in werking vanaf 1 mei 2010, maar er is een overgangsperiode van 10 jaar voorzien.
Men kan kiezen om vervroegd in het nieuwe systeem te stappen.  Hiervoor dient een schriftelijk verzoek gericht te worden aan de RSVZ, waarin betrokkene uitdrukkelijk verklaart op de hoogte te zijn van de gevolgen van de wijziging.

U kan dus opteren voor de nieuwe verordening, maar of dit voordelig is, hangt af van de hoogte van de sociale bijdragen en van de sociale bescherming in de verschillende lidstaten. Hierbij kan uw sociale kas zeker helpen.

 

(Auteur: Georges Bauwens, erkend boekhouder-fiscalist BIBF 301 85 790)