De nieuwe verloningspuzzel komt eraan!
Eerstdaags zal er een wet worden goedgekeurd die één van de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde KMO-tarief in de vennootschapsbelasting zal wijzigen.
Voor Aj 2026 en vorige was het voldoende dat er minimaal 45.000 euro brutoloon en voordelen alle aard werden toegekend aan één bedrijfsleider om het KMO-tarief te kunnen genieten. De vennootschap kon ook genieten van het KMO-tarief indien de verloning aan één van de bedrijfsleiders hoger was dan het belastbare resultaat van de vennootschap.
Dit was eenvoudig maar het wordt weer wat ingewikkelder.
Vanaf 01/01/2026 wordt deze verloningsvoorwaarde aangepast en voor Aj 2027 zal deze minimale verloning aan één bedrijfsleider op jaarbasis minstens 50.000 euro moeten bedragen. De wetgever zal ook voorzien in een jaarlijkse indexering van dit bedrag.
Bovendien mogen de forfaitair bepaalde voordelen alle aard niet meer bedragen dan 20% van de totale bezoldiging.
Uiteraard zal de vennootschap ook nog moeten voldoen aan de andere voorwaarden om dit KMO-tarief te genieten:
- De vennootschap is een kleine vennootschap
- De vennootschap is geen financiële vennootschap
- Meer dan 50% van de aandelen van de vennootschap moet in handen zijn van natuurlijke personen
De bezoldigingsvoorwaarde is niet van toepassing voor jonge vennootschappen en dit gedurende de eerste vier boekjaren.
Rekening houdende met voorgaande is het tijd om aan de berekeningen te beginnen en om een optimale bezoldiging te bepalen in de wetenschap dat deze bezoldiging niet alleen een impact heeft op het tarief vennootschapsbelasting maar ook op andere gebieden zoals sociale bijdragen, IPT-verzekering, wettelijk pensioen, …
Misschien niet langer opteren voor het verlaagde tarief KMO en de verloning verlagen in plaats van verhogen? Of toch verhogen?
Zie het als een strategisch spelletje schaak met de fiscus, en wij helpen u graag om de winnende zet te doen!
(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)