1

Een voorafbetaling organiseren vóór 10/04/2026?

Vennootschappen kunnen de aanzienlijke en fiscaal niet aftrekbare belastingvermeerdering van 6,75% neutraliseren en/of reduceren door het uitvoeren van voorafbetalingen in de vennootschapsbelasting.

Een eerstvolgende voorafbetaling en een belangrijke voor de vennootschappen dewelke afsluiten per 31/12, kan geschieden vóór 10/04/2026.

Alhoewel het nog geen wet is, ziet het er naar uit dat eenmanszaken niet langer gehouden zullen worden om voorafbetalingen uit te voeren in de personenbelasting.

Eenmanszaken zullen dus vanaf Aj 2027 inkomstenjaar 2026 niet langer geconfronteerd worden met een belastingverhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen.

Doen deze eenmanszaken wel voorafbetalingen in de personenbelasting dan zullen zij een bonificatie ontvangen. Deze bonificatie voor de uitgevoerde voorafbetalingen zal bedragen:

  • Voor 10/04/2026                3%
  • Voor 10/07/2026                2,5%
  • Voor 10/10/2026                2%
  • Voor 20/12/2026                1,5%
  • Voor 20/02/2027                1%

Een eenmanszaak zal dus ook nog voorafbetalingen kunnen doen voor het inkomstenjaar 2026 en dit na afsluiting van het boekjaar maar uiterlijk op 20/02/2027.

De evolutie van sancties naar beloning inzake de voorafbetalingen personenbelasting is toe te juichen. Wellicht was een gelijkaardige evolutie in de vennootschapsbelasting budgettair niet haalbaar, maar hoop doet leven.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 30/03/2026)




Oeps, foutje? 10% belastingverhoging! Retroactief betwisten ?

In het verleden was de fiscus eerlijk gezegd streng met het boetebeleid. Een kleine vergetelheid of fout in de aangifte en de belastingverhoging in de personenbelasting/vennootschapsbelasting van 10% bij een eerste overtreding was een feit.

Of de belastingplichtige nu ter goeder of ter kwader trouw was maakte geen verschil. Een ferme tik op de vingers en een belastingverhoging van 10% betalen was de boodschap.

Sinds de programmawet van 18 juli 2025 mag de fiscus geen belastingverhogingen meer opleggen voor een eerste overtreding ter goeder trouw. Rekening houdende met de huidige complexiteit van de fiscale wetgeving is deze nieuwe wet alleen maar toe te juichen.

In principe gelden deze regels voor aanslagen gevestigd in de personen- en vennootschapsbelasting vanaf 29 juli 2025.

Vergeet wel niet om toepassing te vragen van deze programmawet in lopende geschillen met de fiscus of aanslagbiljetten met belastingverhogingen van 10% vanaf 29 juli 2025. Dit daar deze mildere bestraffing volgens de fiscale rechter retroactief werkt!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




De personenwagen anno 2026 en volgende in de vennootschapsbelasting?

De fiscale weg voor personenwagens in de vennootschapsbelasting moet alsmaar groener en de boodschap van de overheid is glashelder. Wie niet volgt krijgt geen fiscale voordelen meer.

Alle niet-emissievrije personenwagens aangekocht vanaf 01/01/2026 zullen geen fiscale aftrek meer genieten in de vennootschapsbelasting. Dit impliceert dat enkel de kost van de wagen die overeenstemt met het belastbare voordeel alle aard in de personenbelasting nog wordt aanvaard. Het saldo van de kosten is niet langer fiscaal aftrekbaar in de vennootschapsbelasting!

Voor elektrische voertuigen is het ondertussen ook duidelijk:

  • Aankoop/huur/lease 2026 en voorgaande jaren       100%          fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2027                                              95%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2028                                              90%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2029                                              82,50%      fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2030                                              75%           fiscaal aftrekbaar
  • Aankoop/huur/lease 2031                                              67,50%      fiscaal aftrekbaar

Deze toekomstige daling van de aftrek voor elektrische voertuigen heeft al veel minder te maken met de vergroening van het wagenpark maar is eerder een voorzorg voor de schatkist en het innen van belastingen.

Voor de niet-emissievrije personenwagens (aankoop/huur/lease in de periode vanaf 01/07/2023 tot en met 31/12/2025) is er voorzien in een uitdoofscenario qua fiscale aftrek. De aftrek van deze wagens zal geschieden op basis van de gekende gramformule maar met een maximum van:

  • Aj 2026 – boekjaar 2025: maximum 75%
  • Aj 2027 – boekjaar 2026: maximum 50%
  • Aj 2028 – boekjaar 2027: maximum 25%
  • Aj 2029 – boekjaar 2028: 0%

Voor wagens die werden aangekocht vóór 01/07/2023 wijzigt er niets en blijft de oude aftrekregeling op basis van de gramformule bestaan:

  • 120% – (0,5% x een coëfficiënt x aantal gram CO2 per kilometer)

De aftrekregeling inzake personenwagens is een onontwarbaar kluwen geworden. Wat ooit een eenvoudige regel was (75% aftrek), is geëvolueerd tot een complex labyrint en in de praktijk een bron van administratieve overlast die constante waakzaamheid vereist.

En wat als onze Europese auto-industrie een duwtje in de rug kan gebruiken en/of de elektriciteitsnetwerken falen?

Terug naar af of vragen we dan Marc Coucke om een filmpje te maken?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




De nieuwe verloningspuzzel komt eraan!

Eerstdaags zal er een wet worden goedgekeurd die één van de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde KMO-tarief in de vennootschapsbelasting zal wijzigen.

Voor Aj 2026 en vorige was het voldoende dat er minimaal 45.000 euro brutoloon en voordelen alle aard werden toegekend aan één bedrijfsleider om het KMO-tarief te kunnen genieten. De vennootschap kon ook genieten van het KMO-tarief indien de verloning aan één van de bedrijfsleiders hoger was dan het belastbare resultaat van de vennootschap.

Dit was eenvoudig maar het wordt weer wat ingewikkelder.

Vanaf 01/01/2026 wordt deze verloningsvoorwaarde aangepast en voor Aj 2027 zal deze minimale verloning aan één bedrijfsleider op jaarbasis minstens 50.000 euro moeten bedragen. De wetgever zal ook voorzien in een jaarlijkse indexering van dit bedrag.

Bovendien mogen de forfaitair bepaalde voordelen alle aard niet meer bedragen dan 20% van de totale bezoldiging.

Uiteraard zal de vennootschap ook nog moeten voldoen aan de andere voorwaarden om dit KMO-tarief te genieten:

  • De vennootschap is een kleine vennootschap
  • De vennootschap is geen financiële vennootschap
  • Meer dan 50% van de aandelen van de vennootschap moet in handen zijn van natuurlijke personen

De bezoldigingsvoorwaarde is niet van toepassing voor jonge vennootschappen en dit gedurende de eerste vier boekjaren.

Rekening houdende met voorgaande is het tijd om aan de berekeningen te beginnen en om een optimale bezoldiging te bepalen in de wetenschap dat deze bezoldiging niet alleen een impact heeft op het tarief vennootschapsbelasting maar ook op andere gebieden zoals sociale bijdragen, IPT-verzekering, wettelijk pensioen, …

Misschien niet langer opteren voor het verlaagde tarief KMO en de verloning verlagen in plaats van verhogen? Of toch verhogen?

Zie het als een strategisch spelletje schaak met de fiscus, en wij helpen u graag om de winnende zet te doen!

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 24/02/2026)




Wetsontwerp diverse bepalingen vennootschapsbelasting goedgekeurd

Ook inzake vennootschapsbelasting werd het wetsontwerp diverse bepalingen goedgekeurd door de kamer op 11 december 2025.

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op het volgende:

  • De investeringsaftrek wordt onbeperkt in de tijd overdraagbaar.
  • Tarief thematische investeringsaftrek van 30% naar 40% voor grote vennootschappen.
  • Een afzonderlijke vennootschapsbelasting van 5% op meerwaarden DBI-beleggingen (BEVEK’s en vastgoedvennootschappen).
  • Verrekening van roerende voorheffing DBI-BEVEK dividenden met de vennootschapsbelasting enkel mogelijk indien de vennootschap de minimumbezoldiging toekent aan haar bedrijfsleider overeenkomstig art 215 WIB92.
  • De vrijstelling van meerwaarden op bedrijfsvoertuigen wordt afgeschaft vanaf 01/09/2025.

Het spreekt voor zich dat deze wet diverse bepalingen een impact zal hebben op de fiscale situatie van een vennootschapsdossier.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 22/12/2025)




Blijven DBI-beveks interessant voor de vennootschap?

Als een vennootschap beleggingen doet zijn de dividenden en meerwaarden uit deze beleggingen meestal belastbaar in de vennootschapsbelasting.

Eén uitzondering hierop was een belegging in DBI-beveks  Dividenden en meerwaarden uit deze beleggingen waren niet belastbaar in de vennootschapsbelasting.

Aangezien sommige politiekers van oordeel zijn dat de “sterkste schouders” meer moeten bijdragen valt het te verwachten dat dit mooie liedje mogelijk binnen de kortste keren uitgezongen zal zijn.

Het is immers de bedoeling van de regering om de meerwaarden uit deze DBI-beveks te belasten aan 5% in de vennootschapsbelasting vanaf Aj 2026. Sommige specialisten stellen wel dat op basis van de bestaande teksten de meerwaarden buiten schot zullen blijven. De vraag is dan ook of deze ontwerpteksten nog zullen bijgewerkt worden met het oog op de uiteindelijke doelstelling, zijnde een meerwaardebelasting van 5% in de vennootschapsbelasting?

Bovendien zal uw vennootschap in de toekomst moeten voldoen aan de minimale bezoldigingsvoorwaarde om de ingehouden roerende voorheffing op dividenden uit deze DBI-beveks te verrekenen met de verschuldigde vennootschapsbelasting.

Na goedkeuring van de uiteindelijke wetteksten weten we meer …

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/06/2025)




Een eerstvolgende voorafbetaling organiseren vóór 10/07/2025?

Vennootschappen alsook zelfstandigen kunnen een eerstvolgende voorafbetaling in de vennootschapsbelasting/personenbelasting organiseren vóór 10/07/2025.

Deze voorafbetalingen zijn noodzakelijk om de aanzienlijke fiscaal niet aftrekbare belastingvermeerderingen wegens onvoldoende voorafbetalingen van 6,75% te neutraliseren of te reduceren.

Meer info omtrent deze voorafbetalingen:

Jonge vennootschappen en jonge zelfstandigen zijn niet gehouden tot voorafbetalingen.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/06/2025)




De aangifte vennootschapsbelasting Aj 2025 kan ingediend worden!

Op 30 april 2025 werd Biztax aanslagjaar 2025 geopend. Dit wil zeggen dat de aangifte vennootschapsbelasting Aj 2025 kan worden ingediend.

Vennootschappen, dewelke hun boekjaar afsluiten per 31/12/2024 tot en met 28/02/2025, dienen deze aangifte in te dienen ten laatste op 30 september 2025.

Voor vennootschappen, die afsluiten na 28/02/2025, kunnen wij wat de indieningsdata betreft verwijzen naar de website van Financiën.

Een tijdige indiening van deze aangifte is van uitzonderlijk belang. Overtredingen kunnen immers nare gevolgen hebben, zoals ondermeer:

  • boetes en belastingverhogingen
  • uitsluiting van de recuperatie van fiscale verliezen
  • een taxatie op basis van een forfaitaire minimum belastbare winst
  • een omkering van de bewijslast
  • fiscale controle

Opvolging en actie is dus noodzakelijk om kostelijke fiscale procedures te vermijden.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/05/2025)




DBI-beleggingen worden minder interessant voor de vennootschap!

Vandaag de dag wordt er door vennootschappen veel belegd in DBI-beleggingen en de redenen hiervoor zijn logisch:

  • Meerwaarden worden niet belast in de vennootschapsbelasting
  • Dividenden worden niet belast in de vennootschapsbelasting en de ingehouden roerende voorheffing wordt in mindering gebracht van de verschuldigde vennootschapsbelasting.

Dit in tegenstelling tot andere beleggingsproducten waarvan meerwaarden wel belast worden in de vennootschapsbelasting alsook de dividenden.

De opgenomen maatregelen in het regeringsakkoord De Wever I zullen de DBI-beleggingen in de toekomst minder interessant maken:

  • 5% vennootschapsbelasting op de meerwaarde
  • roerende voorheffing op dividenden enkel nog verrekenbaar met de verschuldigde vennootschapsbelasting indien wordt voldaan aan de nieuwe minimale bedrijfsleidersbezoldiging (50.000 euro + jaarlijkse indexering)

Het is nog niet duidelijk vanaf wanneer deze nieuwe regelgeving wordt ingevoerd (vanaf 01/01/2026?) maar misschien dient u te overwegen om uw winst op deze DBI-beleggingen nog te nemen voor het jaareinde?

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)




Wat brengt de toekomst voor VVPR bis en VVPR ter?

KMO-vennootschappen die aan de voorwaarden voldoen kunnen dividenden uitkeren aan het verminderde tarief van 15% roerende voorheffing (VVPR bis).

Als ondernemer en/of KMO-vennootschap mogen wij dan ook blij zijn dat deze maatregel in het regeerakkoord De Wever I gevrijwaard is gebleven.

KMO-vennootschappen dewelke niet in aanmerking komen voor VVPR bis, maakten in het verleden vaak gebruik van de VVPR ter regeling. Wellicht beter bekend als het aanleggen van liquidatiereserves.

Het aanleggen van deze liquidatiereserves heeft een afzonderlijke vennootschapsbelasting van 10% tot gevolg maar heeft wel als voordeel dat deze liquidatiereserves kunnen uitgekeerd worden aan een verminderd tarief roerende voorheffing of zelfs zonder roerende voorheffing in plaats van 30%:

  • Na een sperperiode van 5 jaar: 5% roerende voorheffing
  • Bij liquidatie vennootschap: 0% roerende voorheffing

De VVPR ter regeling zal in de toekomst licht gewijzigd worden met dien verstande dat er twee wijzigingen zullen worden ingevoerd:

  • De sperperiode wordt ingekort tot 3 jaar in plaats van 5 jaar
  • Het tarief roerende voorheffing bij uitkering na de sperperiode wordt opgetrokken van 5% naar 6,5%

Na invoering van deze wijzigingen zal de fiscale druk op deze VVPR ter dividenden gelijk zijn aan 15% (afzonderlijke belasting 10% + 6,5% roerende voorheffing) als deze worden uitgekeerd na een sperperiode van 3 jaar. Worden deze liquidatiereserves uitgekeerd naar aanleiding van de liquidatie van de vennootschap zal er net zoals op vandaag geen roerende voorheffing meer verschuldigd zijn.

Wij mogen dan ook concluderen dat de regeringsonderhandelaars op het vlak van VVPR bis en VVPR ter zeer billijk zijn geweest.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)