1

Nog een tussentijds dividend of interimdividend uitkeren vóór 31/12/2025?

Tijdens de begrotingsonderhandelingen is er beslist dat het verminderde tarief van 15% voor VVPR-bis dividenden in KMO-vennootschappen zal worden opgetrokken van 15% naar 18%.

Het is nog niet duidelijk wanneer deze tariefwijziging wordt ingevoerd en of deze ook van toepassing zal zijn op de bestaande reserves van de vennootschap?

Vennootschappen die op deze verhoging wensen te anticiperen kunnen eventueel vóór het jaareinde nog overgaan tot de uitkering van een tussentijds en/of een interimdividend.

Bij de uitkeringen van deze dividenden mogen volgende verplichtingen niet uit het oog verloren worden:

  • Balanstest
  • Liquiditeitstest

Deze testen zijn noodzakelijk om na te gaan of de vennootschap na dividenduitkering in staat blijft om haar schulden te betalen.

Om deze uitkering te kunnen organiseren moeten uiteraard de noodzakelijke liquide middelen ter beschikking van de vennootschap zijn. In het andere geval zou de fiscus wel eens kunnen stellen dat er sprake is van fiscaal misbruik en dat de dividenduitkering enkel en alleen anticipeerde op de aangekondigde verhoging van het tarief roerende voorheffing.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/11/2025)




Wat brengt de toekomst voor VVPR bis en VVPR ter?

KMO-vennootschappen die aan de voorwaarden voldoen kunnen dividenden uitkeren aan het verminderde tarief van 15% roerende voorheffing (VVPR bis).

Als ondernemer en/of KMO-vennootschap mogen wij dan ook blij zijn dat deze maatregel in het regeerakkoord De Wever I gevrijwaard is gebleven.

KMO-vennootschappen dewelke niet in aanmerking komen voor VVPR bis, maakten in het verleden vaak gebruik van de VVPR ter regeling. Wellicht beter bekend als het aanleggen van liquidatiereserves.

Het aanleggen van deze liquidatiereserves heeft een afzonderlijke vennootschapsbelasting van 10% tot gevolg maar heeft wel als voordeel dat deze liquidatiereserves kunnen uitgekeerd worden aan een verminderd tarief roerende voorheffing of zelfs zonder roerende voorheffing in plaats van 30%:

  • Na een sperperiode van 5 jaar: 5% roerende voorheffing
  • Bij liquidatie vennootschap: 0% roerende voorheffing

De VVPR ter regeling zal in de toekomst licht gewijzigd worden met dien verstande dat er twee wijzigingen zullen worden ingevoerd:

  • De sperperiode wordt ingekort tot 3 jaar in plaats van 5 jaar
  • Het tarief roerende voorheffing bij uitkering na de sperperiode wordt opgetrokken van 5% naar 6,5%

Na invoering van deze wijzigingen zal de fiscale druk op deze VVPR ter dividenden gelijk zijn aan 15% (afzonderlijke belasting 10% + 6,5% roerende voorheffing) als deze worden uitgekeerd na een sperperiode van 3 jaar. Worden deze liquidatiereserves uitgekeerd naar aanleiding van de liquidatie van de vennootschap zal er net zoals op vandaag geen roerende voorheffing meer verschuldigd zijn.

Wij mogen dan ook concluderen dat de regeringsonderhandelaars op het vlak van VVPR bis en VVPR ter zeer billijk zijn geweest.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/02/2025)




Nog snel een dividend uitkeren in 2024?

Komt er in 2025 een hervorming van de tarieven roerende voorheffing op dividenden?  Veel zal afhangen van de toekomstige regeringsonderhandelingen en de akkoorden dewelke hieromtrent worden afgesloten.

Vandaag worden dividenden onderworpen aan een tarief van 30%, 20%,15% of 5% en dit naargelang de omstandigheden.

Een VVPR-bis vennootschap die aan alle voorwaarden voldoet kan dividenden uitkeren aan het verminderde tarief van 15% roerende voorheffing. Liquidatiereserves kunnen na een sperperiode van 5 jaar uitgekeerd worden aan een verminderd tarief roerende voorheffing van 5%.

Het is niet uitgesloten dat het normale tarief roerende voorheffing naar 25% wordt gebracht, maar dat anderzijds het verminderde tarief VVPR-bis wordt afgeschaft en dat het verminderde tarief voor de uitkering van liquidatiereserves na de sperperiode van 5 jaar wordt opgetrokken.

Wij kunnen alleen maar hopen dat er wordt rekening gehouden met de gecreëerde verwachtingen uit het verleden en dat de aanpassingen enkel een gevolg zullen hebben voor de toekomstige reserves dewelke worden aangelegd en de dividenduitkeringen die uit deze nieuwe reserves volgen.

In het geval U op zeker wenst te spelen is het misschien toch aangewezen om nog een tussentijds – of een interimdividend te overwegen en uit te keren in 2024.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 31/10/2024)




Zal de KMO mee de Belgische putten dempen?

Tijdens de regeringsonderhandelingen op het federale niveau lekte er in de media en op sociale media informatie uit over de supernota De Wever. Deze informatie is zorgwekkend voor de fiscale toekomst van de Belgische KMO omdat er toch een aantal belastende maatregelen in worden voorgesteld zoals ondermeer:

  • de afschaffing van de liquidatiereserve?
  • uitdoving van de VVPR-bis regeling (verminderd tarief 15% roerende voorheffing dividend)?
  • verhoging roerende voorheffing op liquidatiereserves na sperperiode 5 jaar?
  • inperking van het DBI-regime?
  • interne meerwaarden en aandelenverkoop belastbaar aan 33%?
  • verhoogd minimumloon bedrijfsleiders voor toepassing verlaagd tarief vennootschapsbelasting (45 Keur naar 50 keur met jaarlijkse indexatie)?
  • herwaardering voordellen alle aard (belasten op de werkelijke waarde van het voordeel)?
  • beperking fiscale voordelen aandelenopties en warranten?
  • inperking kader kosten eigen aan de werkgever?
  • zwaardere belasting op tankkaarten?
  • belasting op meerwaarde aandelen?

Het weze gezegd dat een invoering van dergelijke maatregelen fiscaal en financieel een aanzienlijke impact zullen hebben op de KMO-vennootschappen en aandeelhouders van deze vennootschappen.

De compensaties dewelke men zal bekomen in de personenbelasting ten gevolge de verlaging van de fiscale druk op arbeid kunnen nooit de hoger vermelde maatregelen compenseren.

Wij zijn er van overtuigd dat een grondige hervorming van de fiscaliteit (tabula rasa!) noodzakelijk is en houden er rekening mee dat dit een financiële impact zal hebben op de KMO-vennootschappen.

Maar voor de inspanningen die gevraagd worden van de KMO-vennootschappen hoort een tegenprestatie en het minste wat gevraagd of geëist kan worden is ons inziens het volgende:

  • meer rechtszekerheid
  • meer rechten voor de belastingplichtige
  • meer beheer van de overheidsmiddelen als een goed huisvader
  • minder overheid
  • minder overheidsbeslag
  • minder rechten voor de fiscus
  • minder regelneverij

Wellicht zullen deze zaken niet mee genomen worden in de hervormingen en zullen de rechten van de belastingplichtige verder beknot worden. Een spijtige tendens die de laatste jaren overduidelijk is!

Een aanvullende belasting van de inkomsten moet immers gerechtvaardigd blijven in de wetenschap dat de Belgische KMO één van de steunpilaren is van onze welvaart.

Dus hopelijk geen tsunami aan vereffeningen na het regeringsakkoord en een fiscale hervorming die billijk is en rekening houdt met de verzuchtingen van de belastingplichtige.

Een gewaarschuwd KMO zal wellicht al zijn reserves aan het uitkeren zijn die vandaag nog aan een verminderd tarief roerende voorheffing kunnen uitgekeerd worden. Men kan ze geen ongelijk geven en anderzijds goed voor de huidige positie van de schatkist.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/09/2024)




Goed nieuws! De VOF en de CommV met onvoldoende oud kapitaal kunnen toch genieten van het VVPR-bis stelsel.

In een parlementaire vraag van 10/05/2022 bevestigde onze minister van Financiën dat vennootschappen die vroeger niet over een minimumkapitaal moesten beschikken van 18.550 euro, voortaan ook met hun ‘oud’ kapitaal kunnen genieten van het VVPR-bis stelsel.

De VVPR-bis is een regeling die recht geeft op een verlaagde roerende voorheffing van 15% op dividenden indien aan alle voorwaarden wordt voldaan.

Dit geldt voor dividenden toegekend aan nieuwe aandelen op naam die sinds 1 juli 2013 uitgegeven zijn in ruil voor inbrengen in geld. Op het moment van de inbreng moest de vennootschap klein zijn, mochten de aandelen niet preferent zijn en diende de inbreng volstort te worden.

Vennootschappen zonder minimumkapitaal, zoals de CommV en de VOF, kwamen voorheen niet in aanmerking voor dit voordeel, tenzij na de inbreng van het nieuw kapitaal het maatschappelijk kapitaal minstens gelijk was aan het minimumkapitaal van een BVBA, zijnde 18.550 euro.

Begin dit jaar werden er een aantal wijzigingen doorgevoerd in dit stelsel. Sinds 1 januari 2022 kunnen dividenden op het oude en onvoldoende kapitaal in aanmerking komen voor de verlaagde roerende voorheffing van 15% indien ook aan de andere voorwaarden is voldaan.

Goed nieuws dus voor de kleine vennootschappen, want vanaf 01/01/2022 kunnen zij dus mogelijk ook dividenden uitkeren aan het verlaagde tarief van 15% roerende voorheffing in plaats van 30%.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 27/09/2022)




VVPR-bis dividenden: wijzigingen vanaf 1 januari 2022!

Wanneer u een dividend door uw vennootschap laat uitkeren, dan dient u daar in principe 30% roerende voorheffing op te betalen. Dankzij het VVPR-bis regime kunnen dividenden die voortkomen uit aandelen op naam van kleine vennootschappen, onder bepaalde voorwaarden, aan een verlaagd tarief (15% of 20%) van roerende voorheffing onderworpen worden.

Om te kunnen genieten van dit gunstregime, moeten de aandelen volgestort en uitgegeven zijn naar aanleiding van een inbreng in geld vanaf 1 juli 2013. Een belangrijke bijkomstige voorwaarde is evenwel dat de aandelen geen enkele voorkeursbehandeling mogen genieten, m.a.w. niet preferent mogen zijn.

Sinds 1 mei 2019 moeten besloten vennootschappen (BV) geen verplicht minimumkapitaal van € 18.550 volstorten. Heel wat BV’s met een nog niet volgestort kapitaal hebben n.a.v. deze wijziging WVV aandeelhouders vrijgesteld van de volstorting. Een wetswijziging van 21 januari 2022 bepaalt nu dat vanaf 1 januari 2022 het VVPR-bis regime niet meer kan toegepast worden na zo’n vrijstelling van volstortingsplicht, tenzij u vóór 1 januari 2023 een geldinbreng doet bij de notaris tot volstorting van het kapitaal. Let wel, die inbreng mag de uitgifte van nieuwe aandelen niet tot doel hebben!

Aandelen met een meervoudig stemrecht zijn vanwege de wet van 21 januari 2022 niet uitgesloten van de VVPR-bis.

Hebt u meerdere vennootschappen en haalt u geld als dividend uit de ene vennootschap om in te brengen in een andere vennootschap, dan kan dit recht geven op VVPR-bis dividenden. Haalt u echter geld uit een vennootschap door een liquidatiereserve uit te keren met slechts 5% roerende voorheffing, dan zal de inbreng hiervan in de andere vennootschap geen recht meer geven op de VVPR-bis.

 

(Auteur: Edwin Van Lommel – Fiscaal Accountant 11308681 – 28/02/2022)